Het huis
Leven in de Bijbeltijd (2)
Als je in de winter thuis komt uit school, plof je neer op de bank. Het is lekker warm binnen, de verwarming staat aan. Even later ga je met je vriendje op je kamer spelen. Of buiten op straat.
In de tijd van de Bijbel leefden de mensen veel buiten. Dat kon ook, omdat het vaak lekker weer is in Israël. Een huis had meestal maar een paar kamers. Die kamers werden gebruikt om te eten, te leven en te slapen. Een huis had vaak ook een binnenplaats. Daar werd gekookt en daar leefden de mensen overdag. De kamers hadden kleine ramen, niet meer dan openingen in de muur. Er zat een luik voor dat je dicht kon doen. Zo bleef het ongedierte buiten. Hoewel… door de spleten in de stenen konden allerlei diertjes gemakkelijk binnen komen.
De muren van het huis waren dik.
Zo bleef het ’s zomers koel en ’s winters warm in huis.
Er waren ook een paar vertrekken voor de dieren. Eigenlijk sliepen de mensen met hun dieren onder één dak. Soms sliepen de dieren in het lage gedeelte van het huis en woonden de mensen boven.
De huizen hadden platte daken. Je kwam daar met een trap via de zijkant van het huis. Op het dak werden allerlei dingen bewaard, zoals vaten met olie en graan. Verder kon je op het dak lekker slapen als de nachten warm waren. Het dak werd ook wel gebruikt om even alleen te kunnen zijn.
Er stonden niet veel meubels in het huis.
De mensen kenden wel krukjes of eenvoudige stoelen, maar die had niet iedereen. Rijkere mensen hadden een tafel, soms werd een bewaarkist als tafel gebruikt.
Een bed kende niet iedereen. Rijke mensen hadden een matras gevuld met stro, arme mensen sliepen ook wel op dierenvellen.
Elektriciteit was er niet. Licht kwam van een olielampje of een kaars. Die gaven niet veel licht. Als het donker werd, gingen mensen liever niet meer weg. Vroeg naar bed, dus…
---
Pak je Bijbel
Lees eens wat er in de Bijbel staat over een huis:
1. Mattheüs 7: 24. Waarom was het verstandig van deze man om zijn huis op een rots te bouwen? Met wie vergelijkt de Heere Jezus de wijze man?
2. Mattheüs 24: 43. Het gaat hier over een dief. Hij komt het huis binnen door het te ‘doorgraven’. Hoe kon dat? Wat wil de Heere Jezus met dit voorbeeld zeggen?
3. Handelingen 10: 9. Petrus ging op het dak om te bidden. Waarom zou hij deze plaats hebben gekozen? Heb jij een plek waar je alleen kunt zijn om te bidden?
4. 2 Korinthe 5: 1. Paulus schrijft hier over een huis (hut of tent) dat opgebroken wordt. Een tijdelijk huis. Wat zou Paulus met dit tijdelijke huis bedoelen? Het gaat ook over een eeuwig huis. Wie heeft dit huis bereid en hoe? Hoe kan dit ook voor jou een eeuwig huis zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 2012
Daniel | 36 Pagina's