Verloofd met God
Jacobus Borstius en de Heilige Doop
Heel de wereld speelt toneel. Wat anderen van je denken, is uiteindelijk niet belangrijk. Je vrienden, maar ook je tegenstanders, spelen vaak ook maar een spel. Jezus Christus is de enige die door maskers dringt. Hij is de grote Spectator (aanschouwer). Hij weet wat je denkt, wilt en voelt.
Stevige uitspraken, niet? Dominee Jacobus Borstius deed ze honderden jaren terug al in zijn boek Geestelijke geneeskunst. Tegenwoordig, waar Jan en alleman zich uitslooft via social media, is dit alleen maar actueler geworden. Heel de wereld speelt toneel. Doopwater daarentegen is echt. Puur. Wat heb je aan je Doop? Borstius zou zeggen: “Heel veel.” Het is een onverdiend liefdesteken van God.
Liefde
Het is Bijbels om het geloof te vergelijken met het huwelijk. Christus Verloofd met God Jacobus Borstius en de Heilige Doop is Bruidegom. Zijn kinderen vormen de bruidskerk. De grondslag van een aards huwelijk is liefde. Dit geldt, zij het op een heel andere manier, ook voor het hemelse liefdesverbond. Daaruit blijkt de onuitputtelijke liefde van God, “niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.”
Hoe moet je de kinderdoop dan plaatsen? Als een goede gewoonte?
Of als een nietszeggende besprenkeling? Borstius ziet het zo. Als je gedoopt ben, ben je ‘verloofd met God’. Verloofd. Nog niet getrouwd dus. Maar er ligt wel een liefdesband die je niet verbreken mag. Een liefdesband die God onverdiend en uit genade met je gelegd heeft. Die je verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Om je oude natuur te doden en een nieuw godzalig leven te wandelen.
Zonde
Daarom is zondigen verschrikkelijk.
Het is jezelf tot wet zijn, autonoom.
Dit terwijl God alles geeft. Zijn schepping, Zijn heilrijke bedoelingen (de wet) en Zelfs zijn Zoon.
Zeker gedoopte mensen en jongeren mogen zich wel diep schamen. In Christus geheiligd. De vergeving van zonde toegezegd (Heidelbergse Catechismus vraag 71). En toch nog verliefd op de zonde?
“De mens die zich aan de zonde overgeeft, steelt zijn ziel. Het beste dat hij heeft, verkoopt hij aan de duivel. Terwijl de ziel alleen God toekomt. Als een verloofde bruid overspel bedreef, mocht ze gedood worden alsof ze getrouwd was. De mens is aan God verloofd. Bijzonder hen die gedoopt zijn in Zijn naam.
De zonde is geestelijke hoererij.
Afwijking van God. Ergo: u bent doodschuldig.”
Ernstig
Borstius windt er geen doekjes om. Levensernst siddert door de tekst.
“Hoe groot uw huis nu is, u komt allen in een kist terecht. Buiten Christus leeft u op een half uur afstand van de hel.”
En hoe vroom je uiterlijk ook lijkt, God ziet het hart aan. “Het is zot om verborgen zonden tegen Hem te handhaven. Hij ziet alles. Laat het een aansporing zijn om uw schaamte voor deze Meester te bekennen. Hij weet al uw onreinheid en Hij verstoot u niet. Hij ziet al uw lelijke wonden en etterbuilen. Nog wil Hij u aannemen en genezen.
Deze dokter kan iedereen helpen.
Als deze Meester iets zegt, wil en zal Hij het doen. Al voelt u het niet, geloof het dan toch en Hij zal u helen.”
Borstius waarschuwde tegen schijnchristenen die slechts uit gewoonte naar de kerk gaan of alleen bepaalde dominees wilden horen. Christen zijn zonder een verhouding met Christus maakt dat je stinkt door de zonde. “Wij zijn zo bevoorrecht boven de wereld.
Geboren in het christendom. Gedoopt in de kerk. Opgevoed in het huis des Heeren. Het Woord baat ons slechts, als we het met geloof vermengen. Ja, zegt een benauwde ziel: Ik voel zo weinig geloof en heb zoveel strijd. Houdt aan. Grijpt moed. Christus wil u de kroon geven. Hij is vernederd om ons te verhogen. Hij lijdt de straf, om ons gelukzalig te maken.”
---
Wie was Jacobus Borstius?
Hij is bekend door zijn vragenboekje. Het kwam uit in 1661 te Enkhuizen en wordt nog steeds verkocht. Het ging destijds mee op VOCschepen. In de negentiende eeuw werd het op openbare scholen gebruikt.
Jacob Borst werd geboren in een eenvoudig gezin in Purmerend. De dominee uit zijn jeugd heeft bij zijn vader aangedrongen om het slimme kereltje te laten studeren.
In zijn studietijd al ontwikkelde Borstius belangstelling voor de internationale kant van het protestantisme. Hij heeft verschillende keren in de Engelse kerk in Leiden gepreekt en hertaalde puriteinse werken. Op zijn sterfbed sprak hij: “Ik heb vaak gepreekt over Jesaja 30: 15 in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn. Het scheelt veel dit alleen te vertellen, of dit in het hart te bevinden. Nu mag ik mij daaraan volkomen overgeven.”
Weetjes
- Als jongen van 18 hielp Borstius ds. Voetius met de reformatie van ’s Hertogenbosch. Omdat deze stad en haar omgeving in 1629 door Frederik Hendrik was ingenomen, werd de stad van de roomse naar de gereformeerde leer hervormd.
- Tijdens zijn studententijd heerste er in Leiden een pestepidemie. Bostius raakte ook besmet, maar overleefde de ziekte
- Borstius had tijdens zijn leven veel last van nierstenen. Er bestond nauwelijks pijnstilling. Hij moest regelmatig ‘bloedwateren’. Toen na zijn dood het lichaam werd opengesneden, kwam er een niersteen zo groot als een ‘kippenei’ uit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2012
Daniel | 36 Pagina's