Een onmisbare zegen
De HEERE zegene u en behoede u. Numeri 6: 24
Op Nieuwjaarsdag hebben de woorden: De HEERE zegene u en behoede u, in veel kerken geklonken. Zoals aan het einde van iedere kerkdienst.
Biddend moet de zegen worden opgelegd. Biddend wordt de zegen als het goed is ontvangen.
Heb je meegebeden? Of dacht je: ik moet straks uit de kerk het nog even met mijn vrienden over Oudejaarsavond hebben. We hebben elkaar een gezegend Nieuwjaar toegewenst, maar wie bad met hart en mond om die zegen aan het einde van de kerkdienst op nieuwjaarsmorgen?
Geschonken
God gebood de priesters deze zegen uit te spreken. Steeds opnieuw als de Israëlieten bij de tabernakel kwamen hoorden ze deze woorden. Naar Gods bevel klinken ze vandaag nog.
Hij heeft bij die zegen beloofd: en Ik zal hen zegenen (Numeri 6: 27). De HEERE, Die Zijn woord waarmaakt, gaf de zegen aan mensen die niet om die zegen baden of die zegen verdienden.
God, de Almachtige, laat bidden om Zijn zegen. Zijn wij verlegen om die zegen? Gedachteloos spreken we woorden uit, laten we woorden over ons heengaan. We laten daarin zien, dat we die zegen eigenlijk helemaal niet nodig hebben. En als Gods zegen er niet is, wat is er dan? Zijn vloek vol van toorn, vreselijk!
Zonder dat we er om bidden geeft de Heere ons, heel veel zegeningen.
Ons leven, gezondheid, eten, kracht voor ons werk, voor school en zoveel meer. Als God ons zou doen naar dat wij verdienen, we zouden geen zegening meer ontvangen. Wanneer je dat beseft, wordt het gebed om de zegen heel belangrijk.
Nog belangrijker is de zegen van het leven onder Gods Woord. De Heere zegent Zijn Woord door Zijn Geest nog om jongeren en ouderen te bekeren. Een onmisbare zegen als Hij laat zien dat ik niet anders kan en wil dan zondigen. Wonderlijke zegen als Hij mij de weg wijst tot genezing van die vreselijke kwaal. Eeuwige zegen als je naast de herders mag bukken bij de kribbe: Heden is mij geboren de Zaligmaker.
In het elkaar toewensen van een gezegend Nieuwjaar bad toen ons hart: Heere zegen U ons, bekeer mij en mijn vrienden.
Noodzakelijk
De HEERE behoede u. Dit is in de priesterlijke zegen het gebed om Gods bewaring.
Bewaring op de wegen die we gaan naar ons werk, naar school. Bewaring op de plaatsen waar we zijn.
Wie kan ons daarvoor behoeden?
Geen mens, daarom wat onmisbaar dat gebed om bewaring.
In ‘behoede’ klinkt het woord hoeden. Schapen worden gehoed. Heere wilt u me op de smalle weg brengen? Wilt u me voort leiden op de smalle weg. Strek de stok en de staf van uw Woord bewarend over mij uit. Breng me op die plaats waar ik op die smalle weg steeds meer de Heere Jezus, de Weg, de Waarheid en het Leven nodig krijg. Niets van mij, zondaar, alles van Hem alleen. Smeek om dit behoeden! De Heere zegt, die bidt zonder ophouden zal Ik het geven. In de grote Herder der schapen, Christus, is er doen aan voor het meest dwaalzieke, meest bokkige schaap. Zijn almachtige kracht in het hoeden.
Gevaren zijn er ook in allerlei verleidingen van de wereld, de satan en vanuit mijzelf. Wie zal daarvoor kunnen bewaren? Alleen de Heere in Zijn Zoon. Hij bewaart Zijn kinderen als de appel van Zijn oog. Daarom het gebed niet alleen op zondag aan einde van de dienst maar steeds weer: Heere behoedt mij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2012
Daniel | 36 Pagina's