Ik voor u
Christus’ nederdaling ter hel
Je kunt, zegt men, tegenwoordig maar beter niet meer te veel van de hel spreken. Dat maakt mensen onrustig. Trouwens, de meeste mensen geloven er ook helemaal niet meer in. Maar onze geloofsbelijdenis spreekt heel duidelijk over ‘de nederdaling ter hel’ als het diepste lijden van Christus.
Wat is de betekenis hiervan? Betekent dit dat de Heere Jezus na Zijn sterven naar de hel is gegaan? Nee, want het laatste kruiswoord was: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn Geest. Hij legde gewillig Zijn leven af op Golgotha, omdat Hij de schuld betaalde voor al de Zijnen. Toen is Zijn ziel opgenomen in de hemel en Zijn lichaam gelegd in het graf van Jozef van Arimathea.
Christus is dus niet letterlijk in de hel afgedaald. We moeten wel bedenken dat de hel niet een soort toestand is, maar letterlijk een plaats. Denk maar aan de gelijkenis van de rijke man en Lazarus. Vraag of jij nooit hoeft te ervaren hoe vreselijk die plaats is! Het wordt in de Bijbel “een buitenste duisternis en een eeuwig vuur dat niet uitgeblust wordt” genoemd. Maar als het zo erg is, is het dan toch maar beter er niet teveel over te spreken, vraag je je misschien af? Juist de Heere Jezus, Die de volle diepte van het hellelijden heeft doordragen, heeft in de Evangeliën zo ernstig gesproken over de hel. We worden ernstig gewaarschuwd om te breken met de zonde en te smeken om waarachtige bekering om de toekomende toorn te ontvluchten.
Het gaat in het geloofsartikel om het diepste lijden van de Heere Jezus, namelijk het lijden van Zijn ziel. Ontzettend zwaar was Zijn lichaamslijden, denk aan de kruisiging en alles wat er aan voorafging.
Maar in Gethsemané heeft Hij de smarten van de hel ervaren omdat Hij de volle toorn van God over de zonde droeg. Daarom werd Zijn zweet tot grote druppelen bloed.
Zijn diepste zielelijden was in die ontzettende drie-urige duisternis aan het kruis. Daar heeft Hij uitgeroepen: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? In deze Godverlatenheid heeft Hij de vreselijkste helse smarten geleden van een verdoemd en verloren zondaar. Dit was het diepste van Zijn lijden. Daar is Hij weggezonken in de eeuwige dood. Daar waar geen sprankje licht of vertroosting meer was, maar een eeuwige, onpeilbare diepte van rampzaligheid. Daar hebben Hem ten volle de banden van de dood omkneld en hebben de angsten der hel Hem getroffen. Zo heeft Hij de volle toorn Gods over de zonde voor al de Zijnen gedragen en weggedragen. Zoals het formulier voor het Heilig Avondmaal zegt: “Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood moest sterven.”
Dit is dus de betekenis van de laatste trap van Zijn vernedering en niet zoals wel gezegd wordt door bijvoorbeeld de Luthersen dat de Heere Jezus in de hel is geweest om Zijn overwinning bekend te maken.
Onuitsprekelijke liefde
Wat een onuitsprekelijke liefde van God dat Hij Zijn Zoon wilde geven om door dit lijden goddeloze adamskinderen eeuwig te doen delen in Zijn gunst en gemeenschap.
Wat een onuitsprekelijke liefde van Christus dat Hij alles gedaan heeft wat tot de zaligheid van Zijn kinderen nodig was.
Gods kinderen weten er iets van - naar de maat dat de Heere hen daarin onderwees - wat dat wil zeggen een helwaardig zondaar te zijn. Nooit zullen ze vragen, zoals wel eens gezegd wordt: “werp me maar in de hel.” Nee, dat kan niet.
Dan zouden ze eeuwig God moeten haten en vloeken, Die hen zo onuitsprekelijk lief is geworden. Maar je voelt er dan wel iets van wat ik mij door de zonde waardig gemaakt heb.
Wat wordt Christus onuitsprekelijk dierbaar wanneer het door het geloof in hun hart waar mag worden: ”Hij van God verlaten, opdat wij tot God genomen en nimmermeer van Hem verlaten zullen worden.”
Vraag maar veel of je hier iets van mag kennen. Dan gaat het er helemaal niet meer over om de straf te ontlopen, maar of je Zijn liefde en nabijheid in je hart mag ervaren.
Ook is hier zo’n rijke troost in voor Gods kinderen, die soms zo heftig aangevochten worden door de machten van de hel en het zo verschrikkelijk benauwd hebben onder de vurige pijlen die de boze op hen af vuurt. Want nu zal er nooit een benauwdheid zijn waar Christus niet in is geweest. Hoe donker en benauwd ook, maar dan zal Hij hen toch nooit begeven of verlaten.
Als je iets in je hart mag kennen van het gruwelijke van de zonde en waar dit ons naar toe sleept, dan neem je het woord ‘hel ‘echt niet zo gemakkelijk op je lippen. Maar wanneer je op de leerschool van de Heilige Geest ook iets mag leren kennen van het heilgeheim van het lijden en sterven van de Heere Jezus, wordt het zo’n eeuwig wonder dat Hij Zich zo diep wilde vernederen.
De Heere geve je geen rust eer je mag weten: ook voor mij!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2011
Daniel | 40 Pagina's