JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Werken bij de recherche

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Werken bij de recherche

Wat betekent dat voor een christen?

7 minuten leestijd

“De politie zet twintig rechercheurs op de zaak.” We lezen zoiets regelmatig in de krant bij berichten over misdrijven. Hoe is het om rechercheur te zijn? En wat betekent dat voor een christen? Daniël onderwierp rechercheur Van Toor (met teeoo- oo-er) aan een verhoor.

Hoe bent u in dit beroep terecht gekomen?
“Ik heb de middelbare landbouwschool gedaan. Maar in die branche was weinig werk. In die tijd werkte mijn broer in Apeldoorn bij de politie. Daardoor kende ik het werk. In 1977 heb ik bij de politie gesolliciteerd en werd ik aangenomen. In die tijd duurde de opleiding op de politieschool in Lochem één jaar en vervolgens werd je de straat opgestuurd.”

Wat trok u over de streep om bij de politie te gaan?
“De uitdaging. Geen dag hetzelfde. Je begon je dienst en je wist niet wat die dag zou gebeuren. De variatie bestond uit hulpverlening bij inbraken, aanrijdingen, mishandelingen of andere geweldsmisdrijven. Maar uiteindelijk braken de onregelmatige diensten me op, doordat ik overdag slecht sliep. Het was niet zo dat ik van het werk op de straat af wilde, maar ik kreeg lichamelijke klachten. In 1995 heb ik de overstap gemaakt naar de recherche.”

Kwam daar dan nog een vervolgopleiding tussen?
“Ja, ik heb diverse cursussen gevolgd voor het recherchewerk. Naast de algemene rechercheopleiding, heb ik ook een specifieke opleiding gevolgd om ingewikkelde verhoren af te nemen van getuigen en verdachten.”

Met welke soort zaken heeft u nu vooral te maken?
“Eerst werkte ik in het district Apeldoorn en daar kreeg ik met allerlei zaken te maken. Later heb ik de overstap gemaakt naar de regionale recherche van Noord- en Oost-Gelderland. De zaken die daar behandeld worden, behoren tot de midden-, zware- of georganiseerde criminaliteit. Zaken die veel tijd vergen om ze op te lossen, maar die ook bewijstechnisch heel moeilijk liggen. Daarbij worden alle toegestane opsporingsmethoden gebruikt.”

Is een rechercheur dan maar een klein schakeltje in een groter geheel?
“Ja, op straat heb je als agent direct contact met mensen en zie je sneller de gevolgen van je optreden. Als rechercheur ben je meer in een team bezig en komen er aspecten zoals afluisteren en observeren bij. Dat vraag veel tijd. Het is heel mooi werk, maar het is veel minder spectaculair dan je vaak denkt. Het spectaculaire komt juist aan het eind van zo’n onderzoek. Dan worden de verdachten aangehouden en de huiszoekingen gedaan. Op dat moment wordt de zaak ook zichtbaar voor de buitenwereld. Na de aanhoudingen worden de verdachten verhoord en proberen we de puzzelstukjes in elkaar te krijgen.”

Zijn jullie bij zo’n arrestatie aanwezig?
“Dat ligt aan de aard van de zaak. Bij zware geweldszaken wordt een arrestatieteam gestuurd. Reguliere aanhoudingen doen we wel zelf. Als er ook huiszoeking nodig is, worden de aanhoudingen regelmatig door een wijkteam gedaan en doorzoeken wij gelijktijdig de woning. Op zo’n moment moeten er veel dingen tegelijk gebeuren en dan is er sprake van hectiek en opwinding. Het gaat dan bijvoorbeeld om onderzoeken naar grootschalige drugshandel, mensenhandel of uitbuiting door loverboys. Dat zijn zaken die veel inzet vragen.”

Bent u ook betrokken bij landelijk bekende zaken of kunt u dat niet zeggen?
“Jawel, bijvoorbeeld moordzaken hier in de regio. Daarnaast ben ik ook familierechercheur. Je bent dan de verbindingsschakel tussen politie en justitie en een slachtoffer of de familie van het slachtoffer. Een goed voorbeeld is de Amsterdamse zedenzaak. Dat is zo’n grote zaak dat er vanuit het hele land familierechercheurs zijn gevraagd, om ieder gezin goed te kunnen begeleiden. Je bent dan aanspreekpunt voor slachtoffers en familie. Daarnaast lopen alle contacten vanuit de onderzoeksteams via de familierechercheur. In Amsterdam begeleid ik samen met een collega twee gezinnen waar drie slachtoffers zijn. We begeleiden hen tijdens het hele traject, vanaf de eerste zondagmiddag dat de zaak naar buiten kwam tot en met de rechtszittingen.”

Raakt u dat persoonlijk?
De Amsterdamse zedenzaak is wel heel bizar en ingrijpend. Je hoort veel narigheid. Als familierechercheur krijg je gesprekken met een psycholoog voor een ‘mental checkup’. Hij houdt in de gaten of het emotioneel niet te veel wordt. Het is mentaal zwaar werk, je moet mensen dingen vertellen die eigenlijk niemand wil horen. Als je eenmaal het vertrouwen van de mensen hebt gewonnen, dan is het toch ook heel dankbaar werk.”

Hoe kijkt u nu aan tegen zo’n verdachte, misschien wel een zware crimineel?
“Elke crimineel heeft een eigen verhaal. Dat kan verrassend zijn. Hoe komt iemand tot een bepaalde daad? Als je van sommige verdachten hoort hoe ze opgroeiden, denk je wel eens: Als mijn wiegje daar had gestaan, wat was er dan van mij terecht gekomen? Dan ben je blij en dankbaar dat je in een warm, liefdevol gezin bent opgegroeid. Je kijkt dan tegen zo’n verdachte wel anders aan. Je wijst zijn handelen wel af, maar de persoon niet. De uitdaging is om door het masker heen te prikken. De jongens met de grootste mond hebben vaak een klein hartje. Veel misdrijven hebben een oorzaak in verslaving aan alcohol of drugs. Soms tref je een verdachte aan die je als kind al tegenkwam. Je kon eigenlijk toen al zien dat het niet goed zou gaan: een liefdeloze omgeving, met veel huiselijk geweld. Het is geen wonder als zo’n jongere vlucht in het gebruik van verdovende middelen. Triest! En dat gaat onze kringen niet voorbij. Ik heb ze in de verhoorkamer gehad die reformatorisch onderwijs gevolgd hadden en die overvallen gepleegd hadden op bejaarden.”

Kunt u soms iets betekenen voor een verdachte?
“We verwijzen wel eens mensen door naar professionele hulp. Ik ben geen maatschappelijk werker, ik ben politieagent en rechercheur. Maar ik moet wel de lijnen kunnen leggen naar de hulpverlening.”

Bent u wel eens teleurgesteld over de uitkomst van een onderzoek?
“Een zaak loopt vaak anders af dan je denkt. Soms komt het na een heleboel werk niet tot een rechtszaak. Bijvoorbeeld, omdat er te weinig bewijs is. Het kan ook zijn dat in een zaak de opgelegde straf tetegenvalt. Daar heb ik weinig moeite mee. De hoogte van een straf wordt bepaald door een rechter. We moeten aan waarheidsvinding doen en niet alleen belastende zaken, maar ook ontlastende zaken van een verdachte onderzoeken.”

Ligt u wel eens wakker van uw werk?
“Nee. Mensen denken wel eens dat ik de hele dag met moord en doodslag bezig ben, maar ik bewaar een bepaalde afstand. Ik kan dingen gelukkig goed scheiden. Maar je weet nooit hoe het over vijf jaar gaat. Wat mij wel eens bezig houdt, bijvoorbeeld bij die reformatorische jongen die ouderen beroofde: waarom deze jongen wel en mijn jongens niet? Ik vergeet ook nooit meer die jongen van veertien die verongelukte op de dag dat mijn eigen zoon jarig was. Ik was de hele dag druk geweest met zo’n triest ongeluk en ‘s avonds zit je aan tafel met je gezin een verjaardag te vieren. Familiedrama’s, waar soms ook kinderen slachtoffer zijn, laten je ook echt niet koud. Daar zit vaak veel verdriet achter, voordat mensen tot deze daden komen. Dat houdt je wel bezig, je moet niet afgestompt raken. Het zijn de gevolgen van de zondeval, waar je doorlopend mee bezig bent.”

Spreekt u daarover op uw werk?
“Richting verdachten spreek ik daar niet over. Ik probeer neutraal te zijn en niet in verwijtende sfeer te spreken. Het zou ook weerstand op kunnen wekken, vooral wanneer je de achtergrond van een verdachte niet kent.”

Zou u tenslotte nog iets aan onze jongeren willen meegeven?
“Zeker. We hebben geen enkele reden om ons beter te voelen dan jongeren die de fout in gaan. Stel je eens voor dat er op een display op je voorhoofd zichtbaar zou zijn wat je denkt. Dan is er geen verschil. Wees dankbaar en blij als de Heere je bewaart voor het uitleven van zonden die in je hart leven. Het is goed als je mag opgroeien in een gezin waar grenzen gesteld worden. Dat kan wel eens wrijving geven. De vrijheid die de wereld biedt kan aanlokkelijk lijken, maar geeft geen echte vrijheid. Er is maar één vrijheid: in het bloed van Jezus Christus. Binnen onze gezinnen zijn er ook jongeren in grote nood en met problemen. Het kan heel moeilijk zijn om hiermee naar buiten te komen. Graag zou ik toch het advies geven: zoek op tijd hulp! Bij de Heere. Maar, probeer ook je problemen bespreekbaar te maken bij iemand die je vertrouwt: een leraar, een ambtsdrager, een familielid of zoek professionele hulp.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2011

Daniel | 36 Pagina's

Werken bij de recherche

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2011

Daniel | 36 Pagina's