JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Mijn Heere en mijn God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mijn Heere en mijn God

Een diepe belijdenis na hardnekkig ongeloof

4 minuten leestijd

Het leven van een christen kent strijd. Strijd tegen de zonde, de wereld en het eigen ik. Wat kan die strijd zwaar en moeilijk zijn. Wat kunnen Gods kinderen soms onderliggen in deze worsteling. Het ongeloof is ook een macht in het leven van Gods kinderen. Daar hebben ze last van tot het einde van hun leven.

Er staan in de Bijbel veel voorbeelden van ongeloof. Kaïn bijvoorbeeld.
Als God tot hem afdaalt met waarschuwingen en vragen (Genesis 4: 10) antwoordt hij met leugens en afwijzing. Hij heeft God niet nodig.
Ook niet na de vreselijke moord op zijn broer. Hij klaagt alleen maar dat hij te zwaar voor zijn misdaad is gestraft (Genesis 4: 13). Kaïn leefde en stierf in het ongeloof. Wat een aangrijpende gedachte. Hij ging voor eeuwig, en om eigen schuld, verloren. Een waarschuwing voor ons.
Gods kinderen kennen ook de kracht van het ongeloof. Het ware geloof hebben ze in de wedergeboorte ontvangen. Het geloof is het oprechte vertrouwen op God en Zijn belofte. Door het geloof nemen ze de Heere Jezus als hun Zaligmaker aan. Maar het geloof is niet volkomen. In het Avondmaalsformulier lezen we onder andere dat “wij geen volkomen geloof hebben.” Er is bij het geloof vaak veel ongeloof. Dat geeft strijd.

Wonderlijk
In het leven van Thomas komen we de worsteling van de gelovige tegen. Na de opstanding is de Heere aan Zijn discipelen verschenen. Bij de eerste verschijning was Thomas niet aanwezig (Johannes 20: 21).
Wellicht was hij zo moedeloos en teleurgesteld dat hij maar liever niet bij de andere discipelen wilde zijn. Zijn Meester was gestorven en wat voor toekomst was er eigenlijk nog? Je kunt je de vragen van Thomas wel ongeveer indenken.
Bovendien kwamen de vrouwen en de andere discipelen met het verhaal van de opstanding van de Heere. Voor Thomas een wonderlijk verhaal.
De discipelen vertellen het verhaal dat de Heere is opgestaan. Dat kan Thomas niet geloven.

Verborgen
Het is niet zo dat Thomas twijfelt aan bijvoorbeeld zijn roeping tot discipel. Het is ook niet zo dat hij twijfelt over zijn verbondenheid aan de Heere. Nee, daarvoor had Thomas te goed geleerd wie de Heere voor hem wilde zijn. Christus was Zijn Meester. Maar de weg was de laatste dagen is zo wonderlijk en onbegrijpelijk. Christus ging naar het kruis. Terwijl het nu juist leek alsof heel Israël Hem als Koning zou aanvaarden. Christus ging de dood, in terwijl Hij de Levensvorst was. En Christus zou weer zijn opgestaan terwijl er alleen maar een opstanding is op de jongste dag. Thomas begreep het niet. De weg van de verzoening door betaling was voor hem verborgen. Juist daar geeft de opstanding licht over.
En dat licht miste hij. Zonder het zicht op Christus is alles donker en hebben Gods kinderen nergens houvast. We horen Thomas zeggen: Ik zal geenszins geloven (Johannes 20: 25).

Belijdenis
De discipelen konden hem ook niet verlossen uit de macht van dit ongeloof. Natuurlijk hebben ze het geprobeerd. Ze hebben verteld over de verschijning. Ze hebben in herinnering gebracht wat Jezus al voor Zijn opstanding aan hen had gezegd. Maar het ongeloof wijkt niet.
Mensen kunnen in dit opzicht elkaar niet helpen. Geloof is een geschenk van de hemel.
Dan verschijnt na acht dagen de Heere opnieuw. Het blijkt deze keer om Thomas te gaan. De Heere is zijn kind niet vergeten. Integendeel. Hij breekt de band van het ongeloof. Thomas mag zijn handen leggen in de doorboorde handen van Christus. Hij mag zijn hand steken in Zijn doorstoken zijde. Dan is niet geloven ook niet meer mogelijk.
Geloven wordt dan als het ware vanzelfsprekend. Waar Christus komt daar brengt Hij alles mee. Dat heeft Thomas ondervonden. De strijd is gestreden en de overwinning op het ongeloof wordt behaald. Door Christus, die Thomas kracht geeft. Door het geloof mag Thomas ook belijden. Hoor hoe hij zijn Meester mag belijden. “Mijn Heere (Kurios) en mijn God”. Dit is één van de diepste belijdenissen die we in de Schrift vinden. Thomas mocht leren dat de opgestane Christus ook voor hem de dood was ingegaan. Op die belijdenis is de duisternis uit zijn hart geweken. Christus is zijn Heiland. Het is als in het bekende vers van Robert Murray MacCheyne:

Nu ken ik die waarheid
zo diep als gewis.
Dat Christus alleen
mijn gerechtigheid is.
Nu tart ik de dood
en verwin ik het graf.
Nu neemt mij geen satan
de zegekroon af.

Door het geloof heeft Thomas overwonnen. Is dat door genade ook al jou of uw levenslied?

Ds. W. Visscher

---
“Is wat in de Bijbel staat echt gebeurd?” Sinds Jeroen op college gehoord heeft over wat er nodig is om iets te bewijzen, is hij steeds meer gaan twijfelen. Niet omdat hij dat leuk vindt. Hij zou graag zonder deze vraag leven. Gewoon weer zoals vroeger, toen alles nog zo vanzelfsprekend was. Jeroen voelt zich schuldig dat hij deze vragen stelt. Maar de vragen blijven bij hem hangen. “Is Jezus echt uit de dood opgestaan? Dat is zo’n 2000 jaar geleden. Is het niet gewoon een verhaal? Of een verbeelding van de discipelen?” 

Elco van Burg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011

Daniel | 40 Pagina's

Mijn Heere en mijn God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011

Daniel | 40 Pagina's