Die geleden heeft
Zoek een schuilplaats bij Hem! Dan ben je eeuwig veilig!
Hij kan nauwelijks meer een stap verzetten, de vroegere actieve docent. Een ernstige ziekte sloopt zijn, eens zo sterke, lichaam. Alles gaat moeilijk: eten, drinken, spreken. Zijn vrouw en kinderen staan hem met veel liefde en zorg bij. Maar iedereen merkt de achteruitgang. Wat een verdriet, spanning en onzekerheid… Wat een lijden!
Lijden. Ieder mens maakt hiervan iets mee in het leven. Ook jij. Bij jouw doop is het gezegd dat je aan ‘allerhande ellendigheid’ onderworpen bent. Niemand zal het lijden ontgaan. Hoe komt dat?
Het enige antwoord is: Door onze zondeval in het Paradijs. We hebben de Heere verlaten. Daarom is er lijden in de wereld. Is die oorzaak - de zonde - jouw verdriet al geworden?
Niet te vergelijken
Lijden. Ook de Heere Jezus heeft geleden. Zijn lijden is niet met het lijden van ons mensen te vergelijken. Zijn lijden is de tweede trap van Zijn vernedering. Steeds dieper daalt de Middelaar: Zijn nederige geboorte, Zijn lijden, Zijn dood, Zijn begrafenis, Zijn nederdaling ter hel. Hij is de Middelaar. Hij staat tussen de heilige God en een schuldige zondaar in. In de weg van Zijn vernedering heeft Christus de zaligheid voor Zijn kinderen verdiend. Hij draagt de straf op de zonde voor Zijn volk. Zijn lijden is dus nodig geweest om zondige mensen te redden. Heb jij je verlorenheid buiten God al gezien?
Zo alleen maakt de Heere plaats voor die Middelaar in je hart. In zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus vind je de uitleg van het woordje ‘geleden’. Een klein woord met een ontzaglijk diepe betekenis. Geleden… Misschien zeg je: “Maar er zijn toch heel veel mensen die vreselijk hebben geleden? Christenen zijn in de arena voor de leeuwen gegooid, martelaren zijn de brandstapel opgegaan. En wat moeten de verdrukte christenen niet lijden!
Soms jarenlange gevangenschap, bedreiging, achteruitzetting. En trouwens, wat maak ik zelf niet allemaal mee...” Toch moeten we zeggen dat nooit iemand dieper en intenser heeft geleden dan de Heere Jezus.
Van God verlaten
De Heere Jezus heeft in Zijn menselijke natuur geleden. Zijn lijden naar het lichaam is zwaar geweest. Hij is geslagen in de zaal van Kajafas. Bij het rechthuis van Pilatus hebben ze Hem gegeseld. Op Zijn bebloede rug hebben ze de kruispaal gelegd. Zijn handen en voeten zijn aan het kruis gespijkerd.
Hij heeft ontzettende dorst gehad.
Veel dieper nog is Zijn zielenlijden geweest. In Gethsémané heeft Hij geklaagd: Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe. Denk ook aan de diepte tijdens de duisternis van drie uur op Golgotha: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
De Heere Jezus heeft niet alleen aan het einde van Zijn leven geleden. Vanaf het allereerste begin is Zijn leven een lijdensweg geweest. Zijn vlucht naar Egypte, de verzoeking door satan, de verachting door Zijn familie, de haat van de Farizeeën, het onbegrip van Zijn discipelen. Wat een gewilligheid om die weg te gaan voor mensen die verdiend hebben om eeuwig de straf te moeten lijden! Breekt daar ons hart niet onder?
De Heere Jezus draagt in Zijn lijden de toorn van God. Dat maakt Zijn lijden zo zwaar. Daarom is Zijn lijden ook nooit te vergelijken met menselijk lijden. Die toorn is Gods heilige afkeer van de zonde.
God moet de zonden straffen, omdat Hij de heilige God is. Wij allen zijn zondige mensen. Ons Doopformulier zegt op grond van Gods Woord dat we ‘kinderen des toorns’ zijn. Dat betekent: Door mijn zonden ligt Gods toorn op mij.
En als dat niet verandert, blijft die toorn op me liggen… Ontzettende werkelijkheid!
Maar nu verlost de Zaligmaker door Zijn lijden van Gods toorn. Gods kinderen zullen de eeuwige straf in de hel niet hoeven te dragen.
Die heeft Christus door Zijn lijden voor hen gedragen. Zoek een schuilplaats bij Hem! Dan ben je eeuwig veilig!
Voetstappen
Door Zijn lijden verzoent de Heere Jezus Gods kinderen met God. Alleen door Christus’ werk kunnen we weer in de goede verhouding met God komen te staan. Wij hebben God onteerd door onze zonden. Christus heeft die eer van Zijn Vader in Zijn lijden weer terugverdiend. In Christus ziet God Zijn kinderen aan alsof ze nooit zonde hebben gedaan. Heb je ‘t al geleerd: Ik ben een eerrover van God…? Dan krijg je een Zaligmaker nodig Die voor Gods eer heeft gezorgd!
Het lijden van de Heere Jezus is ook tot troost. Gods kinderen moeten hier door veel verdrukkingen heen. Maar de Heere Jezus is de medelijdende Hogepriester (Hebreeën 4: 15). Niemand kan het lijden zo goed begrijpen dan Hij!
Christus is in alle dingen verzocht geweest. En nu kan Hij degenen die lijden te hulp komen (Hebreeën 2: 18). Dan mogen ze in hun lijdensweg wel eens de voetstappen zien van hun Heere en Koning.
Dat maakt het lijden dragelijk.
Dan weegt het lijden van deze tegenwoordige tijd niet op tegen de heerlijkheid die na dit leven hun deel zal zijn.
Die geleden heeft… Van de liefde van deze lijdende Zaligmaker gaan Gods kinderen straks eeuwig zingen: ‘Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed.’ (Openbaring 5: 9) Jij ook?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011
Daniel | 40 Pagina's