De rotsman wankelt
De liefdeblik van Christus verbreekt Petrus
De Heere had hem gewaarschuwd, toch kwam Petrus op een plek terecht waar hij niet hoorde. De verzoeking lag op de loer. Petrus werd geroepen tot de strijd, maar viel zo diep dat hij zijn Heere verloochende. Toch eindigt het, om Christus’ wil, niet in de dood.
De allerheiligsten hebben in dit leven maar een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid. Dat brengt strijd met zich mee. Gods kinderen kunnen in de zonde vallen. Petrus is een duidelijk voorbeeld daarvan. Petrus staat vaak vooraan en meent het goed te weten. Maar hij begrijpt zo weinig van de weg die Christus gaat als Deze zegt dat Hij zal gaan lijden en sterven. Na het instellen van het Heilig Avondmaal zegt Jezus: Gij zult allen aan Mij geërgerd worden in dezen nacht. Maar Petrus antwoordt: Al werden zij ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden. Dan zegt Jezus: Simon, Simon, zie, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders. En Petrus zegt: “Heere, ik ben bereid met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan”. Maar Jezus zegt: “Petrus, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben deze nacht, zult gij Mij driemaal verloochenen.”
Dan gaan ze naar de hof van Gethsémané. Daar blijkt dat Petrus niet één uur met zijn Meester kan waken. Jezus wordt door Judas verraden en gevangen genomen.
Petrus volgt, tot in de zaal van de hogepriester. Eerst was hij gevlucht.
Nu komt hij terug. Dat is een teken van trouw en liefde, maar ook van onbedachtzaamheid. Het is een gevaarlijke plaats. Hij kan beter op een eenzame plek waken en bidden. Petrus heeft geen roeping bij de hogepriester. Daarenboven was hij gewaarschuwd. Nu moet hij zijn hoedanigheid als discipel van Jezus verbergen. Dat is al de eerste stap van de verloochening. Dan wordt hij herkend. Heeft hij ooit de gelegenheid om Christus’ smaadheid te dragen en met Hem te lijden en te sterven, dan is het nu. Maar hij heeft zich er niet voor over. De rotsman wankelt.
Satan legt zich het meest toe op hen die een grote plaats mogen innemen. Hun val onteert Gods Naam bijzonder. Satan heeft geen grote kracht nodig: een eenvoudig dienstmeisje. Als ze zegt dat Petrus ook bij Jezus hoort, ontkent hij dat met alle nadruk. Dan kraait de haan. Even later zegt een ander hetzelfde tegen Petrus, maar opnieuw loochent hij dat hij Jezus kent. Een uur later zeggen ze het Petrus weer, want aan zijn dialect is te horen dat hij uit Galilea komt. Maar hij begint te vloeken en te zweren: “Ik ken deze Mens niet.” Dan kraait de haan voor de tweede maal en keert de Heere Zich om en ziet Petrus aan. Hij weet wat maaksel wij zijn. De zonde van Petrus is een deel van het lijden van Christus. Was Hij eerst verraden, nu wordt Hij driemaal verloochend.
Het valt moeilijk onder woorden te brengen wat er dan in het hart van Petrus omgaat. Hij wordt indachtig wat zijn Meester hem gezegd heeft.
Terwijl zijn Meester betaalt, vermeerdert Petrus zijn schuld. Terwijl Christus Zijn trouw bewijst, bewijst Petrus zijn ontrouw. Wat is onze zwakheid diep zondig. Buiten de gemeenschap met Christus is een kind des Heeren zó zwak, dat de lichtste verzoeking hem de Naam van Christus doet verbergen alsof de dood op die belijdenis staat. De liefdevolle blik van Jezus doorboort zijn zondig geweten, doorwondt zijn schuldige ziel en verbrijzelt zijn hart. Wat een zonde tegen de liefde. Dan kan Petrus het daar niet langer uithouden.
Bitter wenend gaat hij naar buiten.
Jonge vrienden, er komen veel verleidingen en verzoekingen tot ons.
Vermijd plaatsen waar de zonde op de loer ligt. Neem de genademiddelen waar. Zoek in de weg van het gebed genade om staande te blijven.
Ken jij die droefheid die naar God is over de zonde? Want die werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.
Het is niet buiten Gods wijze raad dat Petrus in de zonde valt. Hij mag leren wat wij in het paradijs gedaan hebben: de God der waarheid verlaten en de vader der leugenen toegevallen. Dat we daarom onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad en de eeuwige dood waardig zijn. Dat er zondaren bekeerd, goddelozen gerechtvaardigd en vijanden met God verzoend worden. Petrus is in deze weg op het diepst vernederd.
Wat een voorrecht! Hij mag leren dat het genadewerk een éénzijdig Godswerk is. Dat het genade is vanaf het eerste begin en dat het genade blijft. Dat zijn Meester de pers alléén getreden heeft en volkomen heeft voldaan. Wat een onbevattelijk wonder dat de opgestane Middelaar Petrus weer opzoekt en Zich aan hem openbaart. Petrus mag leren: Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen. Zo wordt God op het hoogst verheerlijkt en krijgt Petrus de zaligheid, om niet!
---
Maandagmorgen 7:00 uur. Vlak voordat Jaap de trein instapt, grist hij nog even snel een Metro van de stapel. Zo, even goed de voetbaluitslagen bekijken van gisteren. Dan hoeft hij niet met een mond vol tanden te staan als je klasgenoten het er zo over hebben. Op het schoolplein gaat het inderdaad over niets anders. Jasper voert het hoogste woord: “onbegrijpelijk zeg, dat die een rode kaart kreeg.” Jaap vult aan: “die scheidsrechter was zo partijdig.” Het gesprek gaat verder. Totdat Marcel, een klasgenoot zich tot Jaap richt: “hé maar hoe weet jij dat eigenlijk van die scheids, jij zit zondags toch altijd in de kerk?” Jaap kleurt rood: “nee hoor, hoe kom je daar bij? Ik heb de wedstrijd gezien, tot de negentigste minuut.”
Judith Kranendonk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 2011
Daniel | 36 Pagina's