Jong zijn: vroeger en nu
Jongeren en ouderen in gesprek
“Ek word baie oud”, heel oud, zei een Zuid-Afrikaanse ouderling jaren geleden tegen meneer Dankers. “64 al.” Hij kon een glimlach toen niet onderdrukken. Die leeftijd was hij al gepasseerd. Maar nu kan Dankers zelf niet anders zeggen: ‘Ek word baie oud’.
Twee jongeren, Henriëtte de Jong (15) en Gerben van Winkelen (16) gaan op een avond in gesprek met het echtpaar Dankers, over vroeger en nu. Meneer Dankers hoopt binnenkort 79 jaar te worden. “Wij weten beiden goed, dat we in de laatste fase van ons leven zijn. Het is de tijd dat we gereedschap voor vertrek moeten maken.”
Verschilde de tijd waarin u jong was erg van die waarin wij jong zijn?
“Ja, enorm. Wij waren jong tijdens de oorlog en daarna. De oorlogsjaren waren in alle opzichten spannend. Er waren vrijwel elke dag gebeurtenissen die je ook als kind bezighielden. Het verloop van de oorlog, de fabelachtige Duitse successen, de inval in Rusland, razzia’s, de invasie in 1944, de Hongerwinter, bombardementen, het uitzien naar de bevrijding, eenvoudig niet te vergelijken met onze tijd. Maar ook de naoorlogse jaren waren zo volkomen verschillend van onze tijd. Het was de tijd van de Wederopbouw. Langzamerhand kregen we het beter en er was weer hoop voor de toekomst. De grote verandering kwam in de jaren zestig, de zogenaamde culturele revolutie. Ik heb dat héél bewust meegemaakt. In enkele jaren tijd is de geestelijke structuur van ons land omgewoeld. Het is voor jullie dan ook heel wat moeilijker om naar Bijbelse normen te leven dan toen wij jong waren. Jullie leven nu in een modern Sodom en Gomorra en dat is een groot verschil met de tijd waarin wij jong waren en nog konden spreken van een christelijke cultuur.”
De culturele revolutie heeft u héél bewust meegemaakt, zegt u?
“Ja, ik vond het verschrikkelijk. In 1973 heb ik daarom een oriëntatiereis gemaakt om naar Zuid-Afrika te emigreren. Ik wilde niet dat mijn kinderen in een zo van God vervreemde samenleving zouden opgroeien. De weg is uiteindelijk toch niet naar Zuid-Afrika geleid. Maar wij hebben allebei geleden aan bijvoorbeeld de abortuswetgeving. En nog! Dat er dagelijks weerloze kinderen in de moederschoot worden vermoord.” Mevrouw Dankers geëmotioneerd: “Ik herinner me de dag van de besluitvorming over abortus nog goed. Ik was zo verdrietig en had de radio veel aanstaan. Maar ik ging ook naar boven om te bidden of de Heere wilde geven dat de wet niet aangenomen zou worden.” Toen ging de bel. De vrouw van de burgemeester stond op de stoep. Ze vroeg: ‘Zijn er zorgen? ’t Is net of u gehuild hebt.’ Ik zei dat ik erge zorgen had over de abortuswetgeving. ‘Het is er al door!’, zei die mevrouw toen. ‘O, verschrikkelijk!”
Terug naar de verschillen tussen vroeger en nu?
“De kerkelijke verdeeldheid. Die is ook groter en erger dan 60 jaar geleden. Afschuwelijk vind ik het, dat we als christenen in een samenleving die Gods geboden volkomen negeert, elkaar bevechten om een gezang en ik weet niet wat. Dat kan niet! Dat is niet goed. Ik zucht daaronder.”
Is alles alleen maar slechter geworden?
“Nee, wij constateren met verschillende leeftijdgenoten dat er nu meer jongeren zijn die zich intensief bezig houden met geestelijke zaken. Een ‘stille tijd’ was in onze jeugd een onbekend begrip. Vroeger was er veelal een lijdelijke houding en de gedachte ‘God moet het doen.’”
Was dat ook de sfeer in de gezinnen waarin u opgegroeid bent?
Mevrouw Dankers: “Nee, ik had een godvrezende vader. En heb nog herinneringen aan de zondagavonden waarin kinderen van God onze pastorie opzochten om over het werk van de Heere te praten in hun leven. Vader zei nogal eens: ‘Heb je al een nieuw hartje? Heeft de Heere het al gegeven?’ Dankers: ”Wij zijn beiden opgevoed met de mogelijkheid van zalig worden.”
Er wordt weleens gezegd dat de Heilige Geest zich stilhoudt in tegenstelling tot vroeger. Is dat zo?
“Laat ik beginnen te zeggen dat wij onmogelijk het werk van de Geest kunnen bepalen. De Geest waait waarheen Hij wil. Daarbij zijn de klachten over de werking van de Geest van alle tijden. Volgens verschillende voorspellingen in onze jeugd, zouden er nu geen geroepen dominees meer zijn en geen mensen meer bekeerd worden. Maar laten we niet vergeten dat elke zondag op tientallen plaatsen in ons land het evangelie op Bijbelse wijze verkondigd wordt. Deze prediking zal niet leeg wederkeren, maar doen wat God behaagt.”
Mevrouw Dankers: “dominee Moerkerken zei weleens: ‘de Heere werkt elke dag. Hij heeft nooit een ledige dag!’” Meneer Dankers: “De Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook, zegt Christus. Echt, laat je niet ontmoedigen. Nederland is wat dat betreft een merkwaardig land. Enerzijds worden er de meest goddeloze wetten aangenomen. Anderzijds wordt er meer Bijbels gepreekt dan waar ook ter wereld.”
Kunt u terugkijkend op uw leven vertellen hoe u geprobeerd hebt de Heere te dienen?
“Ja, ik geloof dat wij samen kunnen zeggen, dat wij in ons leven probéren de Heere te dienen. Elke dag is het ons gebed: ‘Wat wilt Gij, dat we doen zullen?’ Wij hebben geprobeerd overeenkomstig Bijbelse waarden en normen te leven en onze kinderen op te voeden. Dat we dit in alle gebrek gedaan hebben is niet zomaar een klassieke zinswending maar een beleefde werkelijkheid. En ondanks dat, hebben wij de rijkdom en vreugde daarvan ervaren. Zo mochten we soms op zondagen, verjaardagen, bijzondere herdenkingsdagen echte vreugde beleven. Leven op het erf van Gods verbond is geen knellend juk, maar geeft vreugde. Vaak hebben we de waarheid van Psalm 133 mogen ervaren: Waar liefde woont, gebiedt de Heer’ de zegen. Daar woont Hij zelf, daar wordt Zijn heil verkregen. En het leven tot in eeuwigheid.
En toch blijft het waar, dat is ook onze ervaring, dat het leven een strijd is. Als je alleen vertrouwt in een land van vrede, hoe zal je het dan maken in de verheffing van de Jordaan. En wie zou niet vrezen bij het naderen van de dood? Ons uitzien daarin is naar de beloften van God ons geschonken in de Heilige Doop. De kracht hiervan mogen we onder de bediening van het Woord en de sacramenten wel eens ervaren en we mogen van harte instemmen met de dichter: ‘Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.’”
Aan het eind van de avond leest meneer Dankers Psalm 84 voor uit de Zuid-Afrikaanse Bijbel en draagt ons op in het gebed. Vol gedachten gaan we naar huis.
---
Gerben van Winkelen:
“Het was een zinvolle tijdsbesteding van deze avond. De hartelijke ontvangst gaf een goede sfeer voor het gesprek. Ik ben tijdens het gesprek veel te weten gekomen van hun leven, hoe God erin gewerkt heeft. Dit was mooi. Ik vond het fijn om samen te praten over de dingen van God, wat eigenlijk het belangrijkste is voor ons leven. Ik vond het heel mooi dat meneer Dankers aan het eind van de avond uit de Zuid-Afrikaanse Bijbel las. Hij is er vaak geweest en weet dus precies hoe je de taal moet uitspreken. Dit had iets heel moois wat ik niet snel zal vergeten.”
Henriëtte de Jong:
“Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het een ontzettend mooie ervaring vond om met familie Dankers in gesprek te gaan. Van tevoren zag ik er een beetje tegenop omdat het best ‘spannende’ onderwerpen waren waarover we zouden gaan praten. Maar het is ‘meegevallen’. De sfeer was fijn en open en we konden onze vragen kwijt. We hebben er veel geleerd, dat ze vroeger geen stille tijd kenden bijvoorbeeld. Ook vond ik het mooi om te horen hoe meneer en mevrouw Dankers verlangen naar het leven na dit leven. Dat heeft mij aan het denken gezet... Ik zou zeggen: als je de kans krijgt om in gesprek te gaan met ouderen uit de gemeente, grijp hem dan aan, het is echt een aanrader!”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2011
Daniel | 36 Pagina's