JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Dwaas

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Dwaas

2 minuten leestijd

Er zijn van die boeken die je zomaar eens leest. En als het boek uit is, verandert er iets. Vanbinnen is er een definitief verschil gemaakt. Het kan zijn dat de inhoud van het boek je diep raakt. Het kan zijn dat het taalgebruik je in beweging zet. Hoe dan ook, het boek laat iets na.
Eén van die boeken is voor mij ‘De Brief voor de Koning’, geschreven door Tonke Dragt. Eigenlijk is het jeugdliteratuur. Wonderlijk genoeg is dit boek ontstaan dankzij een ellendige periode die Tonke Dragt moest meemaken in de Jappenkampen in Indonesië. Toen ze daar als twaalfjarig meisje werd opgesloten, kon ze alleen nog ontvluchten in haar fantasierijke verhalen. Eenmaal aan het kamp ontsnapt, bleef de fantasie, als heerlijk gevolg, haar leven beheersen.
Tiuri, een knul van zestien die bijna ridder is, moet in het boek een brief van levensbelang bezorgen bij de naburige koning. Hij wordt van alle kanten op de hielen gezeten, maar weet de opdracht te vervullen.
Als hij nog maar nauwelijks op pad is, ontmoet hij in het bos een man. Een simpele ziel, zou je zeggen. Dat blijkt wel uit zijn taalgebruik en uit de manier waarop hij zich voorstelt: “Ik ben de Dwaas van de Boshut”, zegt hij.
“Maar mijn moeder noemt me Marius.” Tiuri belooft bij hem terug te keren als zijn Geheim is opgelost.
De belofte wordt vervuld. Tiuri keert veilig terug en bezoekt Marius, de Dwaas van de Boshut. Tiuri vertelt dat het geheim is opgelost en dat er nu geen geheimen meer zijn. ‘De Dwaas bleef staan en rimpelde zijn voorhoofd. “Geen geheimen meer?” herhaalde hij. “Ze noemen mij de Dwaas, maar dàt geloof ik niet, dat er geen geheimen meer zijn.”’
Na deze naïeve opmerking van de Dwaas kijkt Tiuri hem recht aan, met enige eerbied. De Dwaas heeft immers gelijk! Zovele geheimen zijn nog overgebleven... En zo praten ze samen verder. Hij, Tiuri, een geëerde Ridder met een vervulde Opdracht. Hij, de Dwaas, simpele Marius van de Boshut. Het verschil is groot en toch verstaan ze elkaar.
Het ontroert me telkens weer. De Dwaas.
Zo eerlijk, rechtuit, volledig terecht dat een mens die naam draagt. Maar mensen die zichzelf dwaas kunnen noemen, zijn wijzer dan ieder ander.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2011

Daniel | 32 Pagina's

De Dwaas

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2011

Daniel | 32 Pagina's