Op school
Het eerste woord
Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God; Uw goede Geest geleide mij in een effen land. Psalm 143: 10
“Wat moet je nu op school doen. Ik zal blij zijn als ik er af ben. Laat mij maar werken. Huiswerk, vreselijk!” De leraar zucht. Moet het nu zo?
Onderwijs
David, de dichter van Psalm 143, bidt om onderwijs. Hij wordt achtervolgd door zijn zoon Absalom. De dood dreigt. Nee, het is niet Absaloms schuld dat het zo gaat in zijn leven. Hij weet het, het is zijn eigen schuld. Van de kant van zijn zoon dreigt de dood, maar ook van Gods kant, want wie kan in het gericht bij God bestaan (vers 2)? In deze moeilijke vraag heeft hij onderwijs nodig. Hij vraagt het niet aan mensen, maar hij vouwt zijn handen en bidt tot God.
Je kunt blij zijn van een aardse school af te zijn. Maar heb je net als David onderwijs van de hemel nodig in je leven? Omdat er moeite en zorgen op je werk en in je huis zijn, op weg en reis naar de dood? In al die moeite wil de Heere de weg wijzen, raad geven. Er zijn veel vragen, daarin kun je ook mensen om hulp vragen. Dat mag, maar verwacht het niet van mensen alleen. Er zijn echter vragen, daar kan niemand je bij helpen. Als het gaat om je zonden, je ongerechtigheden. Wie kan daar een weg in wijzen? Dat kan er maar Eén, de Heere. Hoe doet Hij dat? Door de Bijbel en Zijn Geest.
Verlang je naar dat onderwijs?
De lesstof
David vraagt om Gods welbehagen te doen. Dat betekent dat hij vraagt of de Heere hem wil onderwijzen in Zijn goede wil. De vraag die David stelt, verbindt leerlingen een leven lang aan Gods genadeschool. David en alle andere mensen hebben een verkeerde wil. Een wil die tegen God ingaat, een wil die slecht is voor henzelf en de naaste. Als je dat gaat zien, ga je vragen naar les in Gods wil. Als op de Pinksterdag de harten van veel mensen ontzet en verslagen zijn, roepen ze uit: Wat moeten we doen? Ze weten het niet meer, ze kunnen het nooit meer alleen. Daarom die blijvende vragen naar lessen in Gods wil. Wat werkt dat onderwijs uit? Met dat onderwijs zingen ze: Ik heb lust om Uw welbehagen te doen.
Met die lessen over Gods wil kan David verder het leven door. Nee, hij heeft nog meer onderwijs nodig. Hij heeft nodig dat God met Zijn Geest met hem meegaat. Hij bidt: Uw goede Geest geleide mij. De Heilige Geest, Die ontdekt aan zonde en schuld, Die overtuigt van oordeel, maar ook brengt bij de Weg, de Waarheid en het Leven. Die leidt op Zijn weg, zodat een blinde niet kan dwalen. De Geest, Die Gods wet schrijft in het hart.
Een weg door een effen land is dat. Geen bergen meer van zonde en schuld, geen donkere moordspelonken. Een door God beveiligde weg, een door God vruchtbaar gemaakte weg. Mensen die op die weg gaan en steeds onderwijs over die Weg, uit die Weg ontvangen, vertonen het beeld van die Weg, het beeld van Gods Zoon. Ze zitten steeds aan Zijn voeten.
Is er nog plaats op die school? Ja, zo lang de zon op- en ondergaat.
Kun je te dom zijn voor de lesstof op die school, kun je te oud zijn voor die school? Nee. Zondaren wil Hij daar onderwijzen. Wijs maken tot zaligheid.
Zit jij op die school? Wil je op die school blijven, om die Leraar ter gerechtigheid?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 2011
Daniel | 32 Pagina's