Van de koeien naar de trams
Leven als student in een studentenstad
Bij een student hoort het studentenleven. En dat is best eng, vinden veel ouders en voormalige scholieren. Ik moet denken aan een kinderboek: Pietje Puk gaat op reis. In dat boek komt een boer voor die voor het eerst in de stad komt. De stad is een gejaagde plek waar “trams tjingelbellen”. Hij verlangt naar zijn dorp waar “de koeien loeien”.
Wie verandert van leefomgeving – van de koeien naar de trams – zal merken dat oude denkbeelden niet langer per se vanzelfsprekend zijn. Dat geldt niet alleen als je van het platteland naar de stad gaat. Ook als je de provinciestad verruilt voor het relatief anonieme leven als student in een studentenstad, of thuis blijft wonen, heb je hiermee te maken. Je merkt dan hoezeer je overtuigingen mede zijn gevormd door jouw omgeving.
Dat hoeft vanuit christelijk oogpunt niet negatief te zijn. In de vertrouwde omgeving is het heel gemakkelijk om jaar in jaar uit – denk aan de koeien van de boer – hetzelfde leventje te leiden. Daar is niets mee mis, maar in de stad word je gedwongen zelf te kiezen, zelf te denken. Als je op zondagmorgen de enige in de straat bent die naar de kerk gaat – niemand die het doorheeft als je niet gaat. Hoe reageer je op de weekendverhalen van je medestudenten? Breng je dan jouw zondagbesteding ter sprake of zwijg je? Die ervaring kan louterend zijn.
Wonderlijk
De veranderingen die zich voordoen als je gaat studeren zijn dus niet per se negatief: het dwingt tot nadenken en zelf keuzes maken. Maar het gaat er wel om hoe je met die veranderingen omgaat. Ga je alleen je weg of zoek je steun bij anderen – bijvoorbeeld in de kerk?
Als student zit je kerkelijk gezien in een wonderlijke positie – zeker als je op kamers woont, lid bent van een studentenvereniging of een vriend of vriendin hebt die ergens anders woont. Je zit overal en als je niet oppast, hoor je nergens bij. Dat is niet wenselijk.
In het Nieuwe Testament is het vanzelfsprekend dat christenen lid zijn van een gemeente. De Heere Jezus zegt zelf: Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden. Dáár wil Hij werken met Zijn woord en Geest. Dat is de eerste en belangrijkste reden. Maar de kerk is ook belangrijk voor studenten omdat je daar iets vind van die vanzelfsprekendheid die je misschien mist in je studieomgeving.
Huisbezoek
Als student ben je zelf verantwoordelijk voor het onderhouden van een band met een kerkelijke gemeente. Die verantwoordelijkheid moet je nemen. Dat betekent: ga ’s zondags naar de kerk in de gemeente waar je lid of dooplid bent. Of andersom: word lid van de gemeente waar je ter kerke gaat.
Hetzelfde geldt voor het volgen van catechisatie en deelname aan een jeugdvereniging. Ook belangrijk: zorg dat je huisbezoek krijgt.
De kerk heeft ook haar eigen verantwoordelijkheid. De kerk, zegt Calvijn, is onze moeder. Daarover zegt hij het volgende in zijn Institutie: “Laat ons alleen uit de naam ‘moeder’ leren, hoe nuttig, ja noodzakelijk de kennis van kerk als onze moeder voor ons is. Want er is geen andere ingang tot het leven, indien zij ons niet in haar schoot ontvangt, baart, ons voedt aan haar borsten, en eindelijk onder haar hoede en leiding neemt, totdat wij, nadat we het sterfelijke vlees hebben afgelegd, gelijk zullen zijn aan de engelen.”
Moeder
Zoals een kind van zijn moeder houdt, hoort een moeder ook goed voor een kind te zorgen. Het is natuurlijk mooi dat er een Deputaatschap voor Studerenden is, maar dat ontslaat de gemeente niet van vanhaar plichten ten opzichte van haar studenten – integendeel. Juist het gegeven dát er een Deputaatschap nodig is voor studenten moet gemeenten extra alert maken. Denk daarbij aan voorbede in het gebed, de huisbezoeken, maar ook belangstellende vragen. En dat is een verantwoordelijkheid van heel de gemeente.
Daarnaast kan het goed zijn om een aantal keer per jaar een avond voor studenten te beleggen. Dit gebeurt in verschillende gemeenten. In een huiselijke sfeer kunnen studenten uit de gemeente elkaar spreken, ook over dingen waar ze allemaal mee te maken hebben en kunnen ze vragen, twijfels en dergelijke op een informele manier bespreken met gemeenteleden die die vragen kennen of zelf hebben gehad.
Als je echter doordeweeks op kamers woont, is de gemeente ver weg. Ook dan is het goed om elkaar als christelijke studenten op te zoeken en elkaar tot een hand en een voet te zijn.
Simpel is het niet, het studentenleven van een GerGem-student. Zorg voor contacten met christelijke medestudenten, bijvoorbeeld via een studentenvereniging. Probeer vooral actief lid te blijven van je eigen gemeente. En besef: de ‘loeiende koeien’ en de ‘tjingelbellende trams’ zijn niet twee gescheiden werelden. Ze maken deel uit van één wereld , waarvan Paulus in 1 Korinthe 3 zegt: Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden (vers 18).
Dit artikel is een bewerking van een lezing tijdens de zomerconferentie 2010 van het Deputaatschap voor Studerenden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 2011
Daniel | 32 Pagina's