Van fabels, fantasten en feiten
Vijf voordelen van het kennen van je geschiedenis
Kerkgeschiedenis lijkt minder interessant dan gamen. Lezen van oudvaders is moeilijker dan twitteren. Toch leeft een jonge christen bewuster als hij zijn verleden kent.
Geschiedenis is suf. Toch? En kerkgeschiedenis is al helemaal een hobby voor zeventigplussers die in achterafzaaltjes naar lezingen luisteren. Of oma’s die artikelen lezen over dichtende dominees van eeuwen her. Het is te begrijpen. Het bestuderen van geschiedenis vraagt inzet. Een tweet is sneller gelezen dan een artikel uit Documentatieblad Nadere Reformatie. Het spelen van Fifa 11 lijkt uitdagender dan een studiedag over Saldenus. Lees toch even verder. Want het kennen van je kerkgeschiedenis heeft ook voordelen. Vijf om precies te zijn:
1. Geschiedenis geeft zelfkennis
2. Geschiedenis geeft mensenkennis
3. Geschiedenis geef maatschappijkennis
4. Geschiedenis geeft kerkkennis
5. Geschiedenis geeft Godskennis
1. Zelfkennis
Griekenland is een prachtig land. De Grieken hebben bovendien een geweldige cultuur voortgebracht. Op de keper beschouwd is het oude Midden-Oosten rond de geboorte van Christus belangrijk geweest voor de hele huidige westerse beschaving. Jeruzalem bracht ons het christendom, Athene het logisch denken en Rome het recht.
Zo stond boven de ingang van de tempel van Appollo in de plaats Delfi een bekende spreuk ingebeiteld: ‘Ken jezelf’. Dat is niet simpel. Maar door terug te gaan in je verleden, leer je wel jezelf beter kennen. Hoe ben je opgevoed? Welke sfeer was er op de basisschool? Hoe is je plaatselijke kerk ontstaan?
Een professioneel hulpverlener in de zorg moet zijn levensgeschiedenis goed kennen en onder ogen durven zien, wil deze anderen kunnen helpen. Niet voor niets moeten studenten in sociale opleiding vaak een biografie schrijven. Want hoe je nu bent, denkt en doet, is voor een flink deel historisch bepaald. Je ouders, je ambtsdragers en je leraren maakten keuzes die jou zelf hebben beïnvloedt.
Kijk eens goed naar het CV dat bij de laatste sollicitatie opgesteld werd. Hoeveel inhoud daarvan is door je omgeving en afhankelijk van je omgeving gemaakt? Door alleen al je eigen historie goed te kennen en die van je ouders en kerk, maakt dat je jezelf beter begrijpt. Stel je eens voor als al je e-mails, foto’s en Word-bestanden ineens zijn gewist. Dat doet pijn. Daarin ligt namelijk je identiteit, je ontwikkeling.
2. Mensenkennis
Geschiedeniskennis geeft ook mensenkennis. Een studie naar historische leiders leert dat wanneer machthebbers niet gecorrigeerd worden, ze steevast ontaarden in een schurk. Een vader moet aangesproken kunnen worden door zijn vrouw; een predikant door zijn kerkenraad; een directeur door de ondernemingsraad. Gebeurt dit niet, dan worden zo iemand in no time een kleine tiran. De Ghadaffi’s, Mugabes en Mubaraks van deze wereld zijn nooit serieus aangepakt.
Wie bewijs wil voor de stelling dat de mens geneigd is tot het kwade, hoeft alleen maar een boekje over de Holocaust te lezen. De persoon die nog overtuigd moet worden dat groepsgedrag afwijkend gedrag van de eenling afstraft, zou studie moeten doen naar het leven van Maarten Luther of ds. H. de Kock.
Het lezen van liefdesbrieven uit de Romantiek laat zien dat uitbundige verliefdheid van alle tijden is.
Waarom trouwens worden in de politiek rapporten en enquêtes gehouden? Mensen maken fouten. Het voornaamste wapen van een historicus – wijsheid achteraf – maakt dit vaak pijnlijk duidelijk. Niet zo lang geleden viel een kabinet over een geschiedenisonderzoek naar de ‘val van Srebrenica’. Vorig jaar had premier Balkenende het maar zwaar met een reconstructie van Nederland en de Irakoorlog. Hij had het er vooral moeilijk mee om toe te geven dat hij zelf bepaalde besluiten anders en beter had kunnen nemen. De behoefte aan zelfrechtvaardiging
en erkenning is trouwens ook wat bij tal van personen in de hele geschiedenis terugkomt. Misschien hoort dit wel bij elk mens.
3. Maatschappijkennis
Op vier uur vliegen hebben historische opstanden plaats. Overal in Arabië verzetten boze burgers zich tegen dictators. Wie denkt dat tirannen en opstanden op zichzelf bijzonder zijn, heeft het mis. In het verleden wemelt het van onderdrukkers die werden afgezet door oproerkraaiers. Een Nederlandse man verkocht ooit zelfs zijn zilveren bestek om huurmoordenaars te betalen om zijn baas te doden. Willem van Oranje heette de man.
Er zijn serieuze historici die de Nederlandse Opstand tegen Spanje liever betitelen als ‘Calvinistische revolutie’.
Met kennis van de geschiedenis kun je gebeurtenissen uit het heden beter plaatsen en verklaren. Wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd ze over te doen, zo zou Hegel beweerd hebben. Dit is licht overdreven, want nergens herhaalt de geschiedenis zich exact. Maar let op: bepaalde patronen en menselijke reacties herhalen zich wel. In protestante landen functioneert democratie beter dan in moslimlanden.
Historisch verklaarbaar. Euthanasie is in Duitsland verboden. Historisch verklaarbaar. De Belgen hebben een jaar al geen normale regering. Historisch verklaarbaar.
Het verleden leert ook het heden te relativeren. De wachtlijsten in de gezondheidszorg van nu stellen niets voor met de belabberde gezondheidszorg in de Gouden Eeuw. Toen was de gemiddelde dorpskapper ook tegelijk apotheek en huisarts. Wie moppert op de files en openbaar vervoer moet zich realiseren dat zijn betovergrootvader in 1850 aangewezen was op een broeierige trekschuit die 7 kilometer per uur ging. Een enkeltje Groningen-Den Haag duurde geen twee uur, maar twee dagen. En wie denkt dat klimaatverandering van deze tijd is, moest eens weten dat Groenland – nu onder de ijskap – in de Middeleeuwen toen het ontdekt werd, echt nog een groen land was.
4. Kerkkennis
De Gereformeerde Gemeenten bestaan ruim honderd jaar. Een zegen. De christelijke kerk is echter geboren op Pinksteren. Ruim 2000 jaar geleden. Wie een vriend en metgezel wil zijn van allen die de naam des Heeren ootmoedig vrezen, heeft overal vrienden. Wereldwijd, maar ook in het verleden.
Het lezen van historische bronnen geeft contact met het verleden.
Professor Van Deursen, christen en Gouden Eeuw-deskundige, zegt dat geschiedenis een vorm van naastenliefde is. Door de geschiedenis te bestuderen, heb je omgang met gestorven voorouders.
Toch is dit spannend. Een eerlijke bestudering van het verleden zal de gedachte ‘dat vroeger alles beter was’ hardhandig afleren. In elke tijd is het een strijd, een goede strijd, om een kind van God te zijn. Nostalgie is volgens de Bijbel trouwens een dwaasheid: Zeg niet: Wat is er, dat de vorige dagen beter geweest zijn, dan deze? (Prediker 7: 10).
Een integere benadering van historische bronnen, maakt ook dat heilige huisjes omver kunnen gaan. Erasmus en Luther hadden naast een grote hervormingsdrang, ook een grote afkeer van Joden.
Het duurde vijftig jaar voordat in de Gereformeerde Gemeenten in het openbaar kon worden gezegd dat de schorsingen van de predikanten Kok en Steenblok geen kerkordelijke schoonheidsprijs verdienden.
Ds. Golverdingen, bestudeerde nauwgezet de bronnen en durfde dit tijdens een herdenkingsbijeenkomst te zeggen.
Toch dapper, omdat de kerkhistoricus de plicht heeft aan waarheidsvinding te doen. Een christenhistoricus heeft de drang kunstig verdichte fabels en mensenverering te nuanceren. In de geschiedenis van de kerk lopen geestelijke en aardse zaken door elkaar. De waterscheiding tussen kerkgeschiedenis en wereldgeschiedenis is niet helemaal terecht. Feitelijk bezien is de hele wereldgeschiedenis heilsgeschiedenis.
5. Godskennis
Op catechisatie leer je dat er een ‘historieel geloof’ bestaat. Geloven in de Heere Jezus op eenzelfde manier zoals je gelooft dat Napoleon heeft bestaan. Dat is een vorm van geloof die eeuwig tekort schiet. Het bestuderen van geschiedenis geeft geen druppel ware Godskennis. Dat is het werk van Gods Geest zelf.
De Eeuwige laat zich wel vinden in het verleden. Zijn levende Woord zelf is immers uit de schoot van de geschiedenis voortgekomen. Zijn kinderen uit alle tijden en plaatsen hebben van hun Opgestane Heere en Heiland getuigd.
Heerlijk is het te lezen hoe bijvoorbeeld de Dordtse predikant Borstius schrijft naar de jongeren in zijn gemeente rond 1650: “Denk niet dat je je voor Jezus kunt verstoppen. Hij ziet alles. Laat het een aansporing zijn om je schaamte voor deze Meester te bekennen.
Roep om genezing en verwonder je over Zijn lankmoedigheid. Hij weet al je onreinheid en Hij verstoot je niet. Hij ziet al je lelijke wonden en etterbuilen en nog wil Hij je aannemen en genezen. Zelfs als je het niet voelt; geloof het dan toch. Hij zal je helen.” Wat is hierna nog aan toe te voegen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2011
Daniel | 40 Pagina's