JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Astrid en Marianne op het strand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Astrid en Marianne op het strand

3 minuten leestijd

Het is een heerlijke dag in de winter. De zon schijnt, maar het is wel koud. Astrid en Marianne hebben er zin in. Vandaag gaan ze naar het strand. Niet om er heerlijk op een handdoek te liggen en in de zee te zwemmen. Maar om een lange wandeling te maken. Papa heeft een dagje vrijgenomen. Mama heeft de tas met broodjes al klaar gezet. Natuurlijk gaat de thermoskan met warme chocolademelk ook mee.

Na een half uurtje rijden, zien ze in de verte de duinen al liggen. “Kijk,” zegt Astrid, “het lijken net de bergen van Zwitserland, waarom zijn er eigenlijk van die hoge zandbergen vlak bij de zee?” “Eigenlijk is dat heel mooi,” zegt papa, “de duinen zijn een hele lange, brede dijk, die de zee goed kan tegenhouden.”

De grote parkeerplaats staat lang niet vol met auto’s. Dat zal in de zomer weleens anders zijn. Dan komen er veel mensen naar het strand om er te zwemmen. Zelfs mensen uit Duitsland. De Duitsers hebben zelf niet zoveel strand. Dus rijden ze in de zomervakantie helemaal naar Nederland.

Papa draagt de rugtas en Astrid en Marianne lopen al vlug vooruit. Ze rennen de hoge duin op en zien dan de zee liggen. “Wat een golven,” roept Marianne, “dat komt natuurlijk door de harde wind.” “Ik zie een heel groot schip,” zegt papa, “dat vaart vast in de richting van Vlissingen. Daar zijn de havens vlakbij.”

Gelukkig hebben de meiden hun kaplaarzen aangedaan, want het begin van het strand is heel zacht zand. Verderop, dichtbij de zee, is het zand wat harder. Daar kun je beter op lopen. “Laten we eerst tegen de wind in lopen,” zegt mama, “dan valt de terugweg mee, als je vóór de wind hebt.” Het eerste stukje schieten ze nog niet echt op. Er is ook zóveel te zien. Overal liggen schelpen, die ze natuurlijk mee willen nemen voor thuis. Daar kun je mooi mee knutselen. Ook staan er veel palen op het strand.
“Kunnen we daar wel tussendoor?” vraagt Astrid, “Het lijkt alsof papa niet tussen de palen door kan.”
Maar gelukkig is er dichtbij het water een bredere opening, daar passen papa en mama doorheen.

Ze lopen een heel eind en eindelijk is het etenstijd. De familie loopt naar een duinpannetje en gaat daar lekker hun boterhammen opeten. Heerlijk hoor, met warme chocolademelk.
Maar wat is dat? Als ze na een uurtje het strand weer op komen, lijkt het strand veel kleiner. Wat is er gebeurd? “Ja meiden,” zegt papa, “nu kun je zien dat de zee altijd in beweging is. Eb en vloed, laag en hoogwater, wel twéé keer op een dag. ’s Morgens heb je een heel groot strand voor je liggen, terwijl je ’s middags bijna door de duinen moet lopen, omdat de zee zo hoog is gekomen.”

Aan het einde van de middag lopen er twee meisjes naar de auto.
Allebei met rode wangen en een emmer vol schelpen. Én ze hebben weer veel geleerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011

Daniel | 36 Pagina's

Astrid en Marianne op het strand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011

Daniel | 36 Pagina's