Niet aan denken
Begrafenisondernemer Roubos: In onze kring is een begrafenis erg sober
“Je eigen uitvaart. Je moet er toch niet aan denken.” Deze reclame verstoort je ochtendrust. Het lijkt wel een reformatorische tekst. Begrafenisondernemer Cees Roubos uit Aagtekerke: “Ben je bereid te sterven?”
Waarom bent u begrafenisondernemer geworden?
“Ik was eerst vertegenwoordiger en verkocht kleding aan begrafenisondernemers. Zo kwam ik vaak bij begrafenisondernemers over de vloer en dan hoor en zie je ontzettend veel. Ik vond het een mooi beroep en ben na een voorbereidingstijd voor mezelf begonnen als begrafenisondernemer. Het is een dankbaar werk om vanuit je hart iets voor mensen te mogen betekenen in hun verdriet. Ik kan mensen ondersteunen door ze werk uit handen te nemen, maar Niet aan denken Begrafenisondernemer Roubos: In onze kring is een begrafenis ook door te luisteren naar hun verhaal.”
Wat doet een begrafenisondernemer?
“Het belangrijkste is dat je er in verdrietige omstandigheden voor de mensen bent. Ik regel alle zaken voor een begrafenis. Eerst de overledene verzorgen en opbaren. Dat kan thuis of in de kerk of in een rouwcentrum. Dan ga ik de begrafenis vastleggen en de rouwkaarten en advertenties worden opgesteld. Ook allerlei andere dingen moeten worden geregeld, zoals persoonlijke gegevens, vervoer en dragers. Op de eerste dag van het overlijden wordt alles in hoofdlijnen geregeld. De dagen daarna heb ik iedere dag contact met de familie om de details te bespreken. Er moet veel geregeld worden voordat de begrafenis plaats heeft. Na de begrafenis kom ik nog langs voor een gesprek over een eventuele bedankadvertentie en over het uitzoeken van een grafsteen.”
Als jongere denk je liever niet aan de dood. Toch kunnen ook jongeren sterven. Hoe ervaart u begrafenissen van jongeren?
“Het begraven van baby’s en jonge mensen is heel ingrijpend. Dat is moeilijk. Tegelijk kun je als begrafenisondernemer dan veel betekenen. Ik hoop dat ook juist jongeren veel met hun ziel bezig zijn. Sterven is God ontmoeten. Ben je dan bereid om te sterven? Ik heb wel eens een jong meisje begraven. Dat was een heel aangrijpende situatie. Dat meisje had anorexia. Het meest aangrijpende was dat ze niet meer wilde vechten tegen deze ziekte. Ze wilde sterven. Uiteindelijk is ze overleden. Ze was niet gelovig. Aangrijpend om zo te moeten sterven. Dat is wel erg heftig om mee te maken.”
Voor een kind van God is de dood de doorgang tot een nieuw leven. Kan dat ook troost geven bij een begrafenis?
“Een mens gaat naar zijn eeuwig huis. Als we kunnen sterven, dan is dat een groot wonder van genade. Dan is er wel verdriet om het heengaan van de overledene. Maar als je als familie mag geloven dat de overledene het voor eeuwig goed heeft, geeft dat troost. Dan is het verdriet begrensd. Mensen kunnen dan over het verdriet heen kijken. Dan zie je dat de mensen verdrietig zijn, maar dat er ook blijdschap en rust is omdat een kind van God is thuisgehaald. Daarom is het ook zo belangrijk of wij bereid zijn om Hem te ontmoeten.”
Zijn er verschillen per regio en geloofsovertuiging in de gebruiken bij een begrafenis?
“In onze kring is een begrafenis erg sober. Wel zijn er verschillen tussen regio’s en tussen kerken en geloofsovertuigingen. Bijvoorbeeld over het zingen in de kerk. Of over de vraag of de kist voorin de kerk mag staan. Als begrafenisondernemer stel ik me dienstbaar op. Ik respecteer de regels die gangbaar zijn in een bepaalde kerk. Ook volg ik de wensen van een familie, zolang dit niet afwijkt van de regels. Ik weet niet of de verschillen heel veel betekenis hebben, maar sommige gewoontes zijn heel stijlvol. In Aagtekerke is het bijvoorbeeld gebruikelijk om in eerbiedige stilte van de kerk naar de begraafplaats te lopen. Dat is een mooie gewoonte.”
Bij een begrafenis hoort rouw. Ouderling W. Visser uit Nunspeet schreef het boekje Als ik beroofd ben… over rouwverwerking. Vanuit Gods Woord geeft de schrijver aan hoe gevoelens van rouw een plaats kunnen krijgen voor Gods aangezicht.
W. Visser, Als ik beroofd ben… Rouwverwerking... een onmogelijke mogelijkheid
(Barneveld: Gebr. Koster 2008) ISBN 9789055514649; € 10.
---
Begraven of cremeren?
Meer dan de helft van de overleden mensen wordt tegenwoordig gecremeerd. Christenen hebben hier moeite mee. Waar komt die moeite met cremeren vandaan? Roubos: “Voorop staat dat onze zaligheid niet afhangt van de vraag wat er met ons lichaam gebeurt na onze dood. Ons heil hangt alleen af van de vraag of we persoonlijk de Heere Jezus Christus kennen. Of we ook werkelijk geloven dat hij ten derde dage opgestaan is uit de dood. Dat is het belangrijkst!”
“In de Bijbel lezen we voornamelijk dat de doden worden begraven. Bijvoorbeeld in Genesis 23 als Abraham Sara begraaft in de spelonk van Machpela. De Israëlieten zijn soberder in hun begrafenisrituelen dan de omringende volken. De Egyptenaren hadden bijvoorbeeld piramiden: gigantische bouwwerken met veel goud, zilver en kostbaarheden. In de Bijbel treffen we overigens ook lijkverbrandingen aan, maar dan is er altijd sprake van een bijzonderheid of oordeel van God.
De mens is door God geschapen uit het stof van de aarde. Al snel na de zondeval wordt de mens daarop gewezen in Genesis 3: In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijn; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren (vers 19). De mens lijkt niet meer waard dan het stof der aarde.
Toch is het lichaam niet alleen een tijdelijk omhulsel van de ziel. Ons lichaam is belangrijk. De Bijbel noemt het lichaam ook een tempel van de Heilige Geest. We moeten met zorg omgaan met het lichaam, zowel het levende als het dode lichaam. In Romeinen 8 lezen we: En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, die in u woont. We moeten dan ook in het omgaan met het dode lichaam laten zien dat het lichaam waarde heeft.”
Nooit meer opstaan
“Bovendien staan in het christelijk geloof het lijden, de begrafenis en lichamelijke opstanding van Christus centraal. Hij heeft het graf voor Zijn kinderen geheiligd. Ook geloven we dat de lichamen van alle overledenen op zullen staan. Ik geloof in de opstanding der doden. Als we het lichaam op een nette manier begraven, laten we zien dat we geloven in de opstanding der doden. Als we een lichaam cremeren, lijkt het juist of we daarmee willen zeggen dat het lichaam geen waarde meer heeft. Dan doen we alsof het lichaam nooit meer zal opstaan. Dat is in strijd met het christelijk geloof. Begraven is een getuigenis van het geloof in de opstanding der doden, maar vooral van het geloof dat Christus als Eersteling is opgestaan uit de dood. Daarom wil ik ook geen medewerking verlenen aan crematies. Als we cremeren zelf afkeuren, moeten we hier ook niet aan mee willen werken.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 2011
Daniel | 36 Pagina's