Tot belijden geroepen
Lezing Winterconferentie over de Doop
‘God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken.’ Het zijn bekende woorden. Deze Psalm is gezongen toen jij gedoopt bent. Wat een bijzonder ogenblik. Toen jij nog van niets wist, heeft God jou in Zijn grote goedheid en wijsheid gebracht onder de middelen van Zijn genade.
In de Doop heeft Hij Zijn hand op je gelegd en gezegd: ‘Je hoort bij Mij. Ik zonder je af van de wereld en breng je binnen de kring van Mijn genadeverbond. Ik wil hebben dat je Mij dient en lief hebt. Ik heb daar recht op. Nee, dat heb je niet verdiend. Toch laat Ik het teken en zegel van Mijn genade aan je voorhoofd aanbrengen.
Het doopwater spreekt: aan de ene kant laat het je zien: dat je vuil bent, onrein door de zonde. Je moet gewassen worden. Aan de andere kant: er is een Fontein geopend tegen jouw zonden en onreinheid.
Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon wast en reinigt van alle zonden. Die grote genade wil Ik ook jou geven’.
Hoorbaar en zichtbaar
In de prediking nodigt de Heere je tot de zaligheid. Maar in het sacrament van de Doop laat Hij het je nog eens zien. Zoals het doopwater vloeit, heeft de Zaligmaker Zijn bloed gestort tot een volkomen verzoening.
Wat een voorrecht om gedoopt te zijn... Maar dat wil nog niet zeggen dat het dan automatisch goed met je is. Nee, je bent als een kind des toorns op de wereld gekomen, ontvangen en geboren in zonden. Dat is je situatie in de wereld: je kunt in het Rijk van God niet komen, tenzij je van nieuws geboren wordt. Dit is heel wezenlijk: een nieuwe geboorte uit God is noodzakelijk. Dat is het werk van Gods Geest. Daar wil Hij om gebeden zijn. Smeek de Heere of Hij met Zijn Geest wil vervullen wat Hij jou in de Doop toezegt.
Doop en belijdenis
Het sacrament van de Heilige Doop heeft alles te maken met belijden. De Doop verplicht je immers om als christen te leven en Gods naam te belijden in woord en daad en levenswandel. Dat staat in het doopsformulier. En de Catechismus belijdt dat het onmogelijk is dat jij, als je door een waar geloof Christus bent ingelijfd, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid (Heidelbergse Catechismus, zondag 24).
Als je belijdenis van het geloof aflegt en je jawoord uitspreekt in de kerk voor Gods aangezicht, dan neem je jouw Doop van je ouders over. Zij hebben toen de doopbelofte afgelegd. Zij hebben toen beloofd je volgens Gods Woord op te voeden.
Je bent opgevoed en opgegroeid in de leer die naar de godzaligheid is, thuis en op school. Uiteindelijk bereik je de leeftijd om zelf verantwoordelijkheid te gaan dragen. Dat gebeurt in het maatschappelijke leven ook. Zou dat in het kerkelijk leven dan niet het geval zijn? Je wordt geroepen de verantwoordelijkheid, die je ouders dragen, over te nemen.
Nieuwe gehoorzaamheid
Dus op de vraag waarom je belijdenis doet, is het antwoord: omdat je gedoopt bent. Calvijn zegt: “Zij moeten tot belijdenis komen van het geloof waarvan zij geen getuigenis hebben kunnen geven bij hun Doop.” In artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat dat allen schuldig zijn – verplicht zijn – zichzelf bij de kerk des Heeren te voegen. Dat vraagt de HEERE van je.
Denk niet, dat het maar een formele zaak is je Doop over te nemen.
Nee, de Doop vermaant en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid.
Daar zeg je ook amen op. Je bent het er hartelijk mee eens dat je wandelt en leeft in een nieuwe gehoorzaamheid. Je belooft de Heere te vrezen en voor Hem te leven. Je wordt opgeroepen Gods Naam te belijden, je leven aan Hem te wijden en tegen de zonde te strijden. Gedoopt zijn, belijdenis doen, christen zijn in deze wereld heeft gevolgen.
Dat komt uit in praktische dingen van elke dag. Het moet te zien zijn.
Het is allemaal gemakkelijker gezegd dan in praktijk gebracht…
Weet je wat je nodig hebt? Genade, hartvernieuwende genade, maar ook genade voor elke dag. Daarom beloof je door de genade van God, in de belijdenis van de zaligmakende leer volstandig te blijven en daarnaar te leven en daarin te sterven. Dat vraagt keuzes in je leven. Het vraagt een dagelijks, afhankelijk leven aan de troon van Gods genade. Maar dan mag je ook weten: De HEERE geeft wat Hij van me vraagt. Hij schenkt wat Hij eist.
Hij wil er om gebeden zijn. Hij laat geen bidder staan.
Spanningsveld
De Heere is niet tevreden met een belijdenis die je alleen met de lippen uitspreekt. Dat is niet genoeg.
Het is tekort voor de eeuwigheid. Je kunt er niet mee voor God verschijnen. Hij ziet je hart aan. Is het je echt om de Heere te doen? Heb je echt de Heere Jezus lief gekregen?
Heb je Hem nodig voor je schuld bij God, die je zelf niet kunt betalen?
De weg van het doen van geloofsbelijdenis is de weg, die de Heere Zelf wijst in Zijn Woord. Hij eist bekering en geloof. Wat een spanningsveld: aan de ene kant moet het, aan de andere kant jouw onmogelijkheid.
Niet te kunnen en toch te moeten.
Laat het je in de nood voor de Heere op je knieën brengen. Dat is de beste plek. Vanuit je zelf mis je alles.
Maar de Heere is de nooit beschamende Rotssteen. Hij wil geven wat Hij eist en wat jij mist. Het is echt niet tevergeefs als je de Naam van de Heere aanroept.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 2011
Daniel | 36 Pagina's