JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Onze Vader, Die in de hemelen zijt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze Vader, Die in de hemelen zijt

Het kind vertrouwde er helemaal op, dat zijn vader hem zou opvangen

4 minuten leestijd

De eerste ruimtevaarder, de Rus Joeri Gagarin, zou op de terugreis uit de ruimte gezegd hebben: ‘Ik heb God niet gezien’. In de originele bandopnames zijn die woorden echter niet terug te vinden. Een vriend van Gagarin heeft later verteld dat deze woorden de ruimtevaarder in de mond gelegd zijn uit een soort antigodsdienstige propaganda.

Het is overigens wel waar: niemand heeft ooit God gezien. Maar de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is, heeft Hem ons verklaard.
In het gebed dat we allemaal kennen, het ‘Onze Vader’, zegt de Heere Jezus ons dat Zijn Vader in de hemelen is.
Dat gebed heeft Hij uitgesproken, toen Zijn discipelen vroegen aan Hem hoe ze moesten bidden. Toen heeft de Heere Jezus het ‘Onze Vader’ aan hen voorgehouden. Dit Gebed des Heeren is een voorbeeld voor al onze gebeden. Allereerst leren we, dat we in ons gebed moeten beginnen met de Heere aan te spreken.
Wij zijn nogal eens gewend om een zin te beginnen met ‘ik’. We vinden ons zelf toch wel erg belangrijk.
Maar een gebed tot de Heere mogen we nooit beginnen met ‘ik’. In de aanspraak van dit allervolmaaktste gebed leert de Heere ons dat we met God moeten beginnen: ‘Onze Vader’. Zo heeft Christus het Zelf geboden.

Overal vandaan
Nu kun je je afvragen waarom je de Heere in dit gebed als ‘ònze Vader’ moeten aanspreken. Een kind spreekt toch over ‘mijn vader’? God is echter een God van al Zijn kinderen. En daarom staat er ‘onze Vader’.
Zijn kinderen komen overal vandaan. Uit alle talen, volkeren, geslachten en natiën.
Ook begint dit gebed met ‘onze Vader’, omdat de Heere wil dat we Hem aanbidden met kinderlijke vrees. Wat is dat? Het woordje ‘vrees’ gebruiken we vaak, als we bang zijn. Als er een aardbeving is, is het hart met vrees bezet. Zal er nog een schok komen? Zullen we het overleven? Wat kan een mens bang zijn.
Denk ook aan de wijze bouwer uit de gelijkenis in Mattheüs 7. Hij zat in zijn pas gebouwde huis en hij zal toch ook wel bang geweest zijn, toen de slagregens en de winden en de waterstromen kwamen. Zou zijn huis blijven staan? Zeker, het huis bleef staan, want het was op de steenrots gebouwd. Maar intussen kun je toch wel bang zijn. Het huis van de dwaze bouwer stortte echter in. Het was op zand gebouwd. En zijn val was groot.

Brandend huis
Zo kan dus ons hart met vrees vervuld zijn door allerlei bedreigende omstandigheden. Maar als we het hebben over een ‘kinderlijke vrees’ bedoelen we iets anders. Als een kind zijn ouders vreest, is dat kind niet bang. Nee, dat kind heeft eerbied voor zijn ouders. Dat kind houdt van vader en moeder. En zo is het ook met iemand die de Heere vreest.
Hij heeft eerbied en ontzag voor de almachtige God. Hij houdt van de Heere. Hij kan God niet missen.
Uit de aanspraak van het ‘Onze Vader’ blijkt niet alleen kinderlijke vrees. We lezen er ook vertrouwen in. Zoals een kind vertrouwt op zijn vader.
Dan is het net als met die jongen die in een brandend huis stond. Vader was buiten op straat. Zijn kleine jongen was echter nog in het huis.
Hij stond in het raamkozijn van de eerste verdieping. Toen zei die vader: ‘Spring maar, jongen. Ik vang je wel op’. En dat kind sprong. Hij vertrouwde er helemaal op, dat zijn vader hem veilig in zijn armen zou opvangen. En zo gebeurde het ook.

Allerhoogste
Je hebt dus kinderlijke vrees en vertrouwen nodig om op een juiste wijze tot God te bidden. Heb je dat van jezelf? Nee, je bent door de zonde kinderen van de satan geworden. Je bent geen kinderen van God. Wat heb je dus nodig? Genade van de Heere, gewerkt door Zijn Geest. Dan word je tot God bekeerd. Dan zal er in je hart echt kinderlijke vrees en vertrouwen leven. En de hemelse Vader zorgt voor Zijn kinderen. Hij kan dat veel beter dan aardse vaders. Want een aardse vader kan niet alles geven wat zijn kinderen vragen of wat ze nodig hebben. De hemelse Vader kan dat wel.
Ook staat er nog: Die in de hemelen zijt. Waarom? Daar is Zijn woning.
Daar is Zijn troon. Dit wordt in het gebed ook genoemd, omdat wij mensen geneigd zijn op een aardse wijze van God te denken. Maar de Heere is in de hemelen en vandaar regeert Hij alles. Wat zijn wij mensen dan klein.
We moeten in onze gebeden steeds maar weer vragen om kinderlijke vreze, om vertrouwen, om ernst, om eerbied en diepe ootmoed. De Heere in de hemel is de hemelse Majesteit.
Hij is de hoge en de verhevene God. Hij is de allerhoogste in hemel en op aarde. Hij weet en ziet alle dingen. En Hij is de Hoorder van het gebed.
Wat zou het groot zijn de almachtige God met kinderlijk vertrouwen Vader te mogen noemen. Vraag daar maar veel om. En ook steeds maar weer vragen net als de discipelen: Heere, leer ons bidden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2011

Daniel | 40 Pagina's

Onze Vader, Die in de hemelen zijt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2011

Daniel | 40 Pagina's