JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Deo volente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Deo volente

Jakobus veroordeelt plannen los van God

7 minuten leestijd

"Zeg even als je weer thuis bent, ik ben anders zo bang," schreef de weduwe 's avonds laat op een briefje voor haar zoon. Maar haar enige zoon zou nooit meer thuiskomen. 's Nachts belde de politie of ze naar het ziekenhuis wilde komen om haar zoon te identificeren. Verongelukt. Hij was al koud, toen ze een kus drukte op zijn voorhoofd.

Misschien heb jij ook zoiets meegemaakt. Een familielid of goede vriend of vriendin: twee uur daarvoor heb je nog gepraat met hem of haar. En dan krijg je het bericht dat hij of zij er niet meer is. Deo volente: 'Zo de Heere w i l en wij leven'. Wat krijgen die woorden dan een betekenis. En vandaag kan het zomaar gebeuren: een onverwachte, scherpe kromming van ons levenspad. Deo volente is Latijn voor: 'Zo de Heere wil'. Deze veel gebruikte tekstwoorden komen uit de brief van de apostel Jakobus: Indien de Heere wil, en wij leven zullen, zo zullen wijdit ofdatdoen (4: 15). Het gaat dus om twee voorwaarden: als wij leven en als God wil dat het zo gebeurt. In het spraakgebruik wordt in het Latijn vaak alleen het eerste genoemd, maar het tweede wordt tegelijk bedoeld.

Steeds onafhankelijker
"Een brief van stro," zo noemde Luther de brief van Jakobus, omdat hij de brief eerst niet zo hoogachtte. Zinspelend daarop heeft iemand wel eens gezegd dat er zich tussen dat stro dan toch wel heel wat koren bevindt. Jakobus k-, 15 hoort bij dat koren. In de vorige verzen heeft Jakobus de zonde van de 'zelfverheffing' ontmaskerd. In dit tekstgedeelte stelt hij de zonde van de 'zelfbeschikking' aan de kaak. Het gaat over zelfbeschikking over ons leven en ons handelen. Jakobus richt zich tot een bepaalde categorie rijken: internationale handelslui, dievanwege hun beroep wel eens een jaar van huis waren. Ze behoorden tot de christengemeenten en een deel behoorde mogelijk tot rijke Joden in deverstrooiing. Een gevaar voor een rijke is, dat hij zich vanwege voorspoed en succes in de handel, steeds onafhankelijker waant. Zijn leven bestaat uit op reis gaan, ergens anders vooreen lange tijd verblijven, zaken doen en winst maken. Meer lijkt er niet te zijn. Hij meent op den duur de hele wereld naar zijn hand te kunnen zetten en over alles te kunnen beschikken.

Als God willen zijn
Het vandaag of morgen vertrekken in vers 13 wijst op de eigenmachtige beschikking over hun gaan en staan. De zonde van hoogmoed komt om de hoek kijken (vers 16). 'Dat is, u spreekt zo vermetel alsof de uitkomst van de zaken en uw leven in uw hand en macht stonden', zo omschrijft de kanttekening van de Statenvertaling deze zonde. Laat deze kanttekening eens op je inwerken. En vraag daarbij om ontdekkend licht. Dan zie je ineens over wie het eigenlijk gaat... Het gaat dan niet langer over die rijke alleen, of overdie rijke dwaas uit Lukas 12. Die meende ook alles naarzijn hand te kunnen zetten. In deze kanttekening zien we een treffend beeld van de gevallen mens uit het Paradijs, van jou en mij. Jakobus confronteert ons met onze oerzonde: 'als God willen zijn'. En tegelijk laat de tekst de soevereiniteit van God zien, in Wiens hand ons leven en sterven ligt.

Even blazen...
De gevallen mens wil zelf beschikken over leven en dood en over alleswat daartussen ligt. Deze kanttekening is de spiegel van de moderne mens, die zich steeds meer zal openbaren in wetenschap en techniek, in beschikking over leven en dood. Denk maar aan geboorteplanning, abortus en euthanasie. Het is ook de spiegel van de bewuste atheïst: 'Wie is God, dat ik naar Hem vragen zou?' Het is de spiegel van ieder onwedergeboren mens, die los van God leeft. En het lijkt hem vaak allemaal te gelukken (Psalm 73). Als het dan toch anders gaat, vecht hij Gods soevereiniteit aan en trekt Hem voor zijn rechterstoel. Daartegenover stelt God twee woorden: 'dwaas' en 'damp'. Meer niet. De Heere hoeft maar even in onze plannen te blazen en al onze voornemens lopen stuk. Is het niet aangrijpend: binnen enkele uren kunnen we opgebaard liggen. 'Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur'. We zingen het misschien wel gedachteloos en we leven alsof we hier altijd kunnen blijven. Dat is onze dwaasheid. Het leven wordt vergeleken met een damp. Sommige oude handschriften bij dit vers geven het nog aangrijpender aan: "Gij zijt een damp." Een damp kan plotseling opkomen en even zo snel weer verdwenen zijn.

Los van God
Moet je dan geen plannen meer maken? Een handelaar kan toch niet anders dan zijn reis plannen enzovoort? Zonder planning zou immers dewereldeconomie in elkaar storten? En hadden niet veel predikanten in augustus hun vrije preekbeurten al ingevuld? Het is inderdaad zo, dat Jakobus in dit gedeelte niet het doen van zakenreizen, het plannen of het winstmotief op zich veroordeelt. We hebben als menselijk schepsel het vermogen gekregen om dagen en jaren vooruit te denken. We moeten dat ook in onze verantwoordelijkheid goed gebruiken. Jakobusveroordeelt dat niet, maar hij veroordeelt wel de manier waarop het gebeurt: los van God, zonder rekening te houden met het feit dat God iets heel anders kan hebben beschikt, met de pretentie het zonder God wel te kunnen doen. Het is de grootsprekerij - zo staat er letterlijk - van de rijken die Jakobus aan de kaak stelt. Dat betekent dus, dat als twee stelletjes aangeven 'Wij gaan volgend jaar trouwen' het ene stelletje het verkeerd kan doen - zonder rekening te houden met het feit dat het wel heel anders kan gaan - terwijl het andere stelletje het wel goed zegt, omdat het stel rekening houdt met wat Jakobus schrijft.

Afhankelijkheid leren
Nee, we moeten niet te pas en te onpas met 'Deo volente' te strooien. In de Handelingen en zendbrieven zijn voorbeelden aan te halen waarbij dit voorbehoud wel wordt genoemd, maarookvoorbeelden waarbij het niet wordt vermeld. Ook al noemen we het voorbehoud niet, het moet een vaste overtuiging in ons hart zijn. Wat vraagt God nu van jou en mij in dit tekstgedeelte? Dat we leren om God God te laten. Dat hebben we verleerd in het Paradijs - toen wilden we zelf over de voorzienigheid beschikken -, maar dat kan hersteld worden. Alleen doorwedergeboorte gaat in beginsel het 'Deo volente' weer in ons hart leven. We gaan dan immers naar God vragen, onze Schepper, zoals Saulus deed: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En we gaan leren: Zonder Mij kunt gij niets doen. We worden afhankelijk van God.

Eigen wensen
Wil je een voorbeeld van iemand bij wie het Deo volente schitterde in de benauwdste omstandigheden? Zie je hem op de vlucht gaan vanuit Jeruzalem? Een klein legertje getrouwen is meegegaan. Weg van zijn paleis, maar bovenalweg van de tempel waar God woonde. Plotseling komt daarzijn vriend, de priester Zadok. Hij heeft de ark meegenomen. Is hij niet ontzettend blij dat de ark nu bij hem en zijn getrouwen blijft? Zal hij niet dankbaar zeggen: 'O God, wat bent u goed voor mij dat U mij Uw ark zendt?' Het antwoord van koning David is echter: 'Terug met die ark! Die hoort in de tempel en niet hier. Ik vlucht hiervoor mijn eigen zoon vanwege mijn zonden'. En dan komt het: Indien ik genade zal vinden in des Heeren ogen, zo zal Hij mij wederhalen, en zal ze mij laten zien, mitsgaders Zijn woning. Maar indien Hij alzo zal zeggen: Ik heb geen lust tot u; zie, hier ben ik, Hij doe mij, zo als het in Zijn ogen goed is. Dat is de taal van iemand die sterft van verlangen naar de tempel, de ark, naar zijn God. Maar die ook weet dat hij nergens recht meer op heeft. Dan buig je het Deo volente ook niet stiekem om naarje eigen wensen, maar dan laat je God God zijn. Groeit deze schitterende Deo volente-bloem al op jouw akker? Dan is dat vrucht van het werk van Christus, Die volmaakt
de wil van Zijn Vaderwist en toch de weg van lijden gegaan is. Die kruipend in de hof bad: Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede. Door Zijn volmaakt 'Deo volente' als dienstknecht van de Vader brengt Hij jonge en oude mensen op de knieën die gaan bidden: 'Uw wil geschied', Uw wil alleen'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 2010

Daniel | 36 Pagina's

Deo volente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 2010

Daniel | 36 Pagina's