Nooit één woord gezegd?
Op mijn werk ben ik de enige christen. Ik vind het heel moeilijk om er met iemand over te praten. Dat zit ook niet zo in mijn karakter. Nu ligt er een collega ernstig ziek op de Intensive Care. Heb ik hem er wel op gewezen dat hij bekeerd moet worden? Je kunt bidden voor je collega’s, iets uitstralen…Hoe moet ik daarmee omgaan? Corinda
Nu er een collega op de Intensive Care ligt, komt het ineens erg dichtbij voor je. Heel begrijpelijk. Je kent misschien die dichtregels wel: ‘Mijn rechterbuurman is vannacht gestorven, en ik, ik heb nooit één woord tot zijn behoud gezegd!’ Ik denk dat veel Daniël-lezers je vraag herkennen. Ik hoop dat het voor ons allemaal een worsteling is hoe we ‘medereizigers naar de eeuwigheid’ benaderen met het Evangelie. Het vraagt inderdaad allereerst veel van jezelf. Wie ben je? Voor God, voor de mensen? Door je levensstijl, je levenshouding en de manier waarop je reageert op collega’s, straal je heel veel uit. Als het goed is, ontdekken collega’s dat je anders bent. Dat kan nieuwsgierigheid wekken. Dan moet je houding wel echt en consistent zijn. Het moet van binnenuit komen. Ten diepste kan dat alleen als je de Heere vreest. Denk aan Jozef in Egypte en aan Daniël in Babel.
Aanleiding zoeken
Vervolgens moet je toch proberen het gesprek te zoeken. Probeer het wel op een natuurlijke manier te doen. Als je alert bent, zijn er heus aanknopingspunten om tot een gesprek te komen. Dat kunnen uiterlijkheden zijn, of bepaald gedrag, maar dat geeft niets. Wanneer je daarin eerlijk en oprecht bent, kan dat de weg banen voor gesprekken over diepgaander onderwerpen. Zomaar over bekering beginnen, werkt vaak niet. Probeer een aanleiding te vinden. Ik weet niet hoe het met je zieke collega gaat, maar stel dat hij weer terugkomt op het werk. Dan zou je hem kunnen vragen: “Was je niet bang voor de dood, toen je in het ziekenhuis lag?” Zijn antwoord – wat het dan ook is – kan aanleiding geven om iets te zeggen over dood en eeuwigheid. Ik snap je aarzeling, ook gezien je karakter. De een is nu eenmaal vrijmoediger dan de ander. Maar de Heere wil onze gebrekkige pogingen om Zijn Naam te belijden, zegenen. De geschiedenis van het dienstmeisje van Naäman laat zien wat de Heere kan doen. Het gaat daarbij altijd om de eer van God, maar het mag ook tot zegen voor jezelf zijn: die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader (Mattheüs 10: 32).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2010
Daniel | 36 Pagina's