Eén foto per jaar
Twee jonge kustenaars over hun werk
Kunst. Voor veel mensen is dat onbegrijpelijk. Zeker als het over meer abstracte kunst gaat. En is het christelijk geloof met kunst te combineren? Twee jonge kunstenaars laten zien wat hen drijft. “Als christen wil ik graag laten zien wie God is, maar dat kan heel moeilijk met beelden.”
Kees Berends is fotograaf. Hij heeft zijn opleiding gekregen bij de foto-academie in Amsterdam. “Ik fotografeer vaak vrij abstract. Ik wil met mijn foto’s een bepaalde associatie oproepen. De kijker moet ook ruimte hebben voor zijn eigen idee.” Eén van de series die hij laat zien doet duidelijk aan Afrika denken: de geel-oranje tinten, de bomen, het landschap, de Afrikaanse dieren. Kees is er niet voor naar Afrika geweest. Met materialen en kleurgebruik heeft hij Afrika gesuggereerd. Kees heeft veel aandacht voor licht, kleur en materiaal. Zijn foto’s roepen daarmee duidelijk sfeer op. “Veel mensen gaan ervan uit dat je heel wat foto’s per jaar maakt. Het is echter zo dat ik soms per jaar één foto maak, als uiteindelijk resultaat van een langdurig creatief proces. Een idee moet rijpen. Ik ben met het fotograferen van een serie misschien een half uur bezig, maar wat het me kost aan energie en voorbereiding is veel meer.”
Peter Marijs studeerde aan de kunstacademie in Den Bosch en is docent musisch-creatieve vorming aan het Hoornbeeck College in Goes. “Ik maak vooral potloodtekeningen en schilderingen met oostindische inkt of oliepastel, een soort vetkrijt. Wat opvalt aan mijn werk is de kleur, of beter gezegd: het ontbreken daarvan. Vaak werk ik in zwart-wit of met grijstinten. Schoonheid is zo groot dat we het soms niet meer zien. Daarom is het goed om je te beperken tot één element, zoals vorm, waardoor je de aandacht op iets kunt vestigen. De lichtval is voor mij ook heel belangrijk en dat kan ik met zwart-wit goed laten zien. Daarnaast maak ik ook foto’s en boetseer ik zo nu en dan portretten. Ik neem de zichtbare werkelijkheid als uitgangspunt. Vaak zijn dat landschappen. Ook dirigeer ik een drietal koren en schrijf ik muziek.”
Wat betekent het christelijk geloof voor jou als kunstenaar?
Peter: “In mijn werk is duidelijk te zien dat ik geïnspireerd wordt door vormen die God heeft geschapen. Ook in de muziek laat ik me leiden door mooie vormen, mooie klanken. Dan speel ik met wetmatigheden in de klanken. Veel van mijn werk gaat over eindigheid. Eindigheid heeft te maken met de zondeval en kan daarom negatief geduid worden. Toch kan eindigheid een bepaalde vorm van schoonheid uitstralen. Denk bijvoorbeeld aan het verkleuren van bladeren in de herfst. In mijn werk is soms een vreemde combinatie van schoonheid en eindigheid te zien.”
Kees: “Door middel van de kunst die ik maak, wil ik mensen raken; een boodschap meegeven. Dit zag ik in de opleiding juist als uitdaging, niet zozeer als bedreiging. Je wordt er scherp van door temidden van niet-christelijke kunstenaars iets te laten zien van wat jou drijft. Ik heb op de opleiding gelijk aangegeven niet op zondag te willen werken en geen naaktportretten te willen maken. Daar is nooit een probleem van gemaakt.”
Ervaar je een spanning tussen christelijk geloof en kunst?
Peter: “Er is een spanning, maar je kunt wel christen en kunstenaar zijn. Als ik mezelf echter heel nadrukkelijk als christen-kunstenaar neer wil zetten, kom ik al snel in conflict met het beeldverbod uit het tweede gebod. Als christen wil ik graag laten zien wie God is, maar dat kan heel moeilijk met beelden. Meestal beperk ik me tot het afbeelden van de schepping, zowel schoonheid als gebrokenheid, in de hoop dat mensen daar een verwijzing naar de Schepper in zien. Ik heb eens iets gemaakt over de verbroken relatie met God. Ik liet iemand zien die contact zocht met een telefoon met doorgeknipt snoer. Dat is wel glad ijs. Het blijft de vraag of niet-christenen de boodschap oppakken, terwijl christenen dergelijke kunstuitingen soms oneerbiedig vinden.”
Kees: “Of er in reformatorisch Nederland negatiever tegen kunst aan gekeken wordt dan daarbuiten, betwijfel ik. Een groot deel van de Nederlanders heeft ook niets met kunst. Logisch dat er dan onder refo’s een groep is die niets en een groep die wel iets met kunst heeft. Ik ervaar persoonlijk geen spanningsveld. Wie je bent als kunstenaar, bepaalt wel werk je maakt. Ik ben een christelijke kunstenaar en dat bepaalt mijn werk. Kunst moet diepgang hebben.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2010
Daniel | 36 Pagina's