Blad als brief
De dood heeft mij een brief geschreven.
Ik las hem op het dorre blad,
dat, door de stormwind voortgedreven,
op ‘t vensterglas had postgevat.
Dit las ik: ‘Wand’laar, rep uw schreden!
Uw avond komt, uw nacht daalt neêr.
Doe wat u nog kunt doen op heden,
want morgen daagt weldra niet meer.
Tors willig wat u nog moet dragen!
Haast valt het kruis uw schouders af
en wacht van ‘t eeuwig welbehagen
uw kroon aan d’ andre zij’ van ‘t graf!’
En ‘k schreef terug: ‘Dank, schrikb’re Koning!
Dat U Uw moede onderdaan
bij ‘t naad’ren aan zijn laatste woning
een kalme blik vooruit doet slaan.
Ik hoor het ruisen van Uw voeten,
maar ‘k sidder voor uw aanblik niet.
‘k Mag als Bevrijder U begroeten,
Die mij voor onrust ruste biedt.
Bleek vrij dit hart, verdoof mijn zinnen,
ja, blus mijn laatste levensstraal!
Verwonnen zal ik overwinnen.
En dood, waar blijft uw zegepraal?’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 2010
Daniel | 36 Pagina's