JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gekleurde bril

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gekleurde bril

Onweerlegbare wetenschappelijke argumenten bestaan niet

6 minuten leestijd

Wetenschappers zeggen het nogal eens: ‘Ik geloof alleen wat zichtbaar is’. Of: ‘Ik geloof alleen waar een overtuigend bewijs voor gegeven kan worden’. Op deze uitspraak is best wat af te dingen. Want wanneer is iets écht bewezen?

De wis- en natuurkundige Blaise Pascal zei dat de wiskunde ‘onfeilbare bewijzen’ kan geven. Als er eenmaal een bewijs geleverd is, blijft dat altijd geldig. Toch moet de wiskunde uitgangspunten – of met een ander woord ‘axioma’s’ – kiezen die zelf niet te bewijzen zijn. Een zo’n uitgangspunt is dat de drie hoeken van een driehoek samen 180 graden zijn. Pascal zegt: ‘Daarom is de mens in een natuurlijke en onveranderlijke onmacht om enige wetenschap op volmaakte wijze te behandelen’. Aan de wiskunde stelt hij grenzen omdat zij voor onverklaarbare grondbegrippen komt te staan. De bewijsvoering in de wiskunde is uniek. In andere wetenschappen ligt dit anders.

Geen plaats voor God
Een andere wis- en natuurkundig, Isaäc Newton, heeft na experimenteel onderzoek de wet van de zwaartekracht geformuleerd. Hij zegt dat hij de oorzaak van de zwaartekracht niet heeft kunnen afleiden uit de verschijnselen. Ook stelt hij dat wat niet uit de verschijnselen kan worden afgeleid een ‘hypothese’ moet worden genoemd. Dat betekent dat bovennatuurlijke zaken niet tot het terrein van de natuurwetenschappen behoren. Newton was zich goed bewust dat de methode die in de wetenschap wordt gehanteerd alleen toepasbaar is binnen de werkelijkheid die kan worden ervaren. Daar ligt de grens van het wetenschappelijk onderzoek. Volgens Newton heeft de natuurwetenschap toch tot taak om over God te spreken. Dat onderzoek van de natuur leidt tot het geloof in God. De laatste twee zaken zijn geloofsuitspraken. Newton kwam tot die uitspraken omdat hij een christen was. Binnen de huidige, geseculariseerde wetenschap wordt al het bovennatuurlijke met klem afgewezen. Voor God en wonderen is geen plaats. Als wetenschappers spreken over zaken die boven de natuurlijke werkelijkheid uitgaan, doen zij geen wetenschappelijke, maar levensbeschouwelijke uitspraken.

Gekleurde bril
Onweerlegbare wetenschappelijke argumenten moeten ontleend zijn aan de ervaarbare werkelijkheid. Deze argumenten moeten objectief en controleerbaar zijn. Elke wetenschapper kijkt door een gekleurde bril naar de werkelijkheid. Dit leidt er vaak toe dat de interpretaties van de waargenomen feiten verschillend zijn. Een creationist die in de schepping gelooft, zal op meerdere punten tot andere interpretaties komen dan een evolutionist die de schepping ontkent. De verschillen liggen dus niet bij de waarnemingen – de feiten – maar bij de interpretaties. De uitleg van dezelfde feiten verschilt dan. De levensbeschouwing van de onderzoeker – gelovig of niet - speelt dan een rol. Daarom is ‘objectieve’ wetenschapsbeoefening waar de invloed van de onderzoeker zelf geen rol in speelt, niet mogelijk. Bekende wetenschapsfilosofen hebben erop gewezen dat de theorie invloed kan hebben op de waarnemingen en dat het onmogelijk is om een theorie objectief te bewijzen. Men kan dus nooit beweren dat een theorie absoluut waar is. Theorieën hebben altijd een voorlopig karakter. Ze gaan mee zolang ze voldoen en worden bijgesteld of vervangen door betere als dat nodig is. Veel voorbeelden zijn te noemen waarbij nieuwe experimenten geleid hebben tot aangepaste theorieën.

Oersoep en oercel
Binnen talrijke takken van wetenschap hanteert men theorieën die niet of nauwelijks op gespannen voet staan met de Bijbel. Als voorbeeld kan de atoomtheorie genoemd worden. In deze theorie wordt beschreven hoe een atoom is opgebouwd uit bepaalde deeltjes en hoe die zich binnen het atoom bewegen. Dat wordt het model van Bohr genoemd.
Maar bij de evolutietheorie ligt dit anders. Het gaat dan vooral om het deel dat zich bezighoudt met het verleden, de oorsprong van het leven en de ontwikkeling daarvan. Gebeurtenissen uit het verleden kunnen niet direct waargenomen of herhaald worden. Experimenten die vandaag kunnen worden uitgevoerd en betrekking hebben op het verleden, zijn vrij beperkt. De conclusies van die onderzoeken worden dan niet zozeer betwist, maar wel de gevolgtrekkingen naar het verleden toe. Hoe verder de onderzochte gebeurtenissen in het verleden liggen, des te meer moet er gegist worden. Dan komt er meer ruimte voor niet-wetenschappelijke argumenten die de conclusies beïnvloeden. Wat dan als ‘wetenschap’ omtrent het verleden wordt gepresenteerd, is vaak weinig meer dan de eigen levensbeschouwing van deze onderzoekers. Men gelooft dan in de zelf bedachte vooronderstellingen. Dit is met name van toepassing voor de theorieën over het ontstaan van het leven – de oersoep – en de ontwikkeling van alle levensvormen uit één oercel.

Dezelfde voorouders
Er wordt heel veel moeite gedaan om aan te tonen dat het leven niet uniek is, maar gewoon ‘vanzelf’ ontstaan is. Een degelijke theorie hierover is er gewoon niet. De hypothese dat alle levende organismen zijn geëvolueerd uit eencelligen wordt gebaseerd op het feit dat alle cellen van levende organismen uit dezelfde ‘bouwstenen’ zijn opgebouwd. Dit zijn de eiwitten, DNA en de moleculaire machines die de processen laten verlopen. Deze gedachte kan weerlegd worden door de stelling dat overeenkomst geen gemeenschappelijke afstamming betekent. Iemand die in de schepping gelooft kan met evenveel recht de overeenkomst aanvoeren als bewijs voor een schepping. Als een Schepper een grote verscheidenheid aan schepselen heeft geschapen, dan kunnen we verwachten dat ze overeenkomsten zullen vertonen. Dit betekent dus ook dat er geen onweerlegbare argumenten zijn aan te voeren voor de stelling dat de chimpansee en de mens dezelfde voorouders hebben. De evolutieleer heeft ook geen goede verklaring voor de enorme diversiteit aan soorten in de aardlagen, ook wel de Cambrische explosie genoemd. Afgezien van een aantal uitgestorven soorten, komen die overeen met die nu nog leven in de natuur. Dus geen langzame ontwikkeling van lagere naar hogere organismen. Veel wetenschappers komen tot de conclusie dat de evolutieleer niet op een onweerlegbare manier bewezen is. Talloze argumenten zijn niet meer dan onbewezen vooronderstellingen.

Een kaartenhuis
De moleculaire bioloog dr. Michael Denton, die als onderzoeker verbonden is aan een universiteit in Nieuw Zeeland, noemt de evolutieleer de grote mythe van de twintigste eeuw. Rob van de Weghe werd na een zeer uitgebreid literatuuronderzoek van agnost een christen. Hij schrijft: “Mijn conclusie is dat de evolutietheorie niet meer is dan een kaartenhuis van ideeën en modellen, waarvoor echt bewijs ontbreekt.” De evolutietheorie is een vorm van religie: een geloof. En veel wat als wetenschap gepresenteerd wordt is in feite een anti-christelijk geloof, dat leidt tot een anti-christelijke moraal. Dit blijkt uit het feit dat er heel wat wetenschappers zijn die de moraal proberen te verklaren als een product van de evolutie. Zij beschouwen de moraal als behorend tot het wezen van de mens en dat de evolutiebiologie ons daarin kan voorlichten. Niet het Woord van God is bepalend, maar wat de wetenschap de mens aanreikt. De wetenschap kan geen onweerlegbare argumenten geven omdat altijd subjectieve elementen een rol spelen. Het menselijke verstand is beperkt en de wetenschappelijke methoden zijn begrensd. Maar voortgaand wetenschappelijk onderzoek toont wel de ontzagwekkende schoonheid van de schepping. Elke wetenschapper zal dit beamen. Zowel de christen als de niet-christen. Maar: De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk (Psalm 19 : 2). Voor de christen heeft de schoonheid van de natuur een diepere dimensie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010

Daniel | 36 Pagina's

Gekleurde bril

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010

Daniel | 36 Pagina's