JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Eigen keus?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eigen keus?

Bij Arminius is God van de mens afhankelijk

7 minuten leestijd

Evangelische mensen worden soms ‘remonstranten’ genoemd. In de preek wordt gewaarschuwd tegen de ‘verderfelijke leer van Arminius’. En regelmatig wordt gewaarschuwd dat de leer van Arminius nog springlevend is. Wie was die Arminius? En wat zijn arminianen of remonstranten precies?

Jacob Harmsz. werd deze maand precies 450 jaar geleden – in 1560 – geboren in Oudewater. Hij was een zoon van Harm Jacobsz en Engelina Jacobsz. Echte achternamen waren er toen nog niet. Je noemde je vaders naam achter die van jezelf, ook als je vernoemd was naar een van beide opa’s. Jacobs vader was een eenvoudige messenmaker en stierf toen Jacob nog jong was. De kleine jongen werd dan ook ergens anders opgevoed. Eerst in Utrecht, door Theodorus Aemilius, de vroegere pastoor van Oudewater die hervormd geworden was. Daarna in het Duitse Marburg door een wiskundig geleerde, die ook uit het geboortedorp afkomstig was. Toen Jacob 15 jaar was, werden zijn moeder en enige broer en vele andere inwoners van Oudewater door de Spanjaarden wreed vermoord. Traumatische jeugdervaringen hebben hem ongetwijfeld gestempeld - Jacob stond al vroeg alleen op de wereld.

Amsterdamse dominee
De jongen kwam terecht in een predikantsgezin in Rotterdam en de verstandelijk zeer begaafde jongeman mocht theologie gaan studeren. Op 16-jarige leeftijd werd hij in Leiden als student ingeschreven. Zes jaar later studeerde hij bij Beza in Genève aan de beroemde Académie van Calvijn. Nog eens zes jaar later werd hij bevestigd als predikant in Amsterdam. Al spoedig werd hij om advies gevraagd in een gevoelige binnenkerkelijke strijd: hem werd gevraagd een uitspraak te doen over infra- en supra-lapsarisme. En daar had niet iedereen verstand van. Men zag in deze aanstaande predikant een vertrouwensman. Alles leek er op te wijzen, dat deze predikant een rechtzinnige dominee zou worden. Een steunpilaar in de vaderlandse kerk. Het verleden ging vanaf nu schuil achter zijn verlatiniseerde naam: Jacobus Arminius. Hij zou zelfs promoveren tot doctor in de theologie onder de beroemde hoogleraar Gomarus. Maar het zou anders met hem gaan, dan menigeen verwachtte.

Goed en kwaad
Jacobus Arminius had andere ideeën, die een groot gevaar zouden vormen voor de kerk in Nederland en de omringende landen. Achteraf gezien waren de eerste signalen er al in 1591. Toen preekte Arminius over Romeinen 7: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen… De prediker betrok dit op de nog niet wedergeboren mens, die – zo zei hij in de preek – op de tweesprong stond en in de strijd tussen goed en kwaad, de keus ter zaligheid nog moest maken. God stelt de mens immers verantwoordelijk, dus moet de mens ook wel vrij zijn om zijn eigen keus te maken. Anders zou God ‘een spel spelen’.

Voor Arminius was dit een heel belangrijke keus. Hij week in deze preek duidelijk af van de gangbare Bijbeluitleg. Volgens hem werd daarin tekort gedaan aan de genade van de wedergeboorte, die de mens op een hoger niveau brengt dan Romeinen 7: Het goede dat ik wil, dat doe ik niet. Zo ‘armoedig’ spreekt toch niet een kind van God? aldus Arminius. Van een verdorven ‘oude mens’ – die Gods kinderen leren kennen in zichzelf – wilde Arminius kennelijk niet weten.

God is groot
Toen Arminius later preekte over Romeinen 9 – de verkiezing van Jakob en Ezau – bleek er weer een principieel verschil. De bekende tekst Jakob heb ik liefgehad en Ezau heb ik gehaat, legde Arminius als volgt uit: omdat God van te voren wist, dat Ezau niet zou geloven en Jakob wel, dáárom heeft God Jakob uitverkoren en Ezau niet! Verkiezen is dus volgens Arminius: van te voren weten. Alwetendheid, voorwetenschap. En niet meer dan dat. De preken van deze jonge, bewogen prediker klinken heel mooi, ernstig en appellerend. Niemand lijkt vrijblijvend de kerk uit te kunnen gaan. De werkelijkheid is, dat in deze preken de zaligheid afhangt van de mens en zijn keus of beslissing. Van een verborgen en een geopenbaarde wil van God wide Arminius niet weten. Hij wilde ‘duidelijk’ zijn. Ondertussen probeerde Arminius God te begrijpen met zijn menselijke verstand en niet erkennen: God is groot en wij begrijpen het niet.

Schuld betaald
Toch zei Arminius ook wel, dat de mens zijn keus maakt, dankzij Gods genade en gerechtvaardigd wordt door de gerechtigheid van Christus, die hem toegerekend wordt. Dat laatste legde hij echter op zijn eigen manier uit. Een voorbeeld dat hij gebruikte, maakt duidelijk hoe hij dat bedoelde. In de taal van 2010: stel, iemand is een ander € 100 schuldig. Als nu een derde persoon deze € 100 voor hem betaalt, is deze schuldenaar van zijn schuld verlost. Arminius vond het niet juist te zeggen dat deze door de ander betaalde € 100 aan de schuldenaar wordt toegerekend. De schuld is door de ander reeds betaald, dus hoeft er niets meer te worden toegerekend aan de schuldenaar, als zijnde zijn eigen betaling. Want deze betaling is niet meer nodig.

Schuld betaald
Het wordt anders als een schuldenaar € 100 schuldig is en daarvan € 10 zelf betaalt, terwijl de schuldeiser hem de rest kwijtscheldt. De schuldeiser houdt het er voor dat de schuldenaar de volle € 100 betaald heeft. Deze schuldeiser kan dit echter doen, doordat een ander de resterende € 90 betaald heeft. In dit geval is er volgens Arminius wel sprake van een werkelijke toerekening, want nu wordt de betaalde € 10 gerekend voor de betaling van de € 100 en heeft de schuldenaar zelf dus werkelijk betaald. We lezen in de Bijbel, dat Abrahams geloof tot gerechtigheid werd gerekend. Het geloof van de mens telde dus mee, volgens Arminius. Dat zijn die € 10, die de mens zelf betaalt. Het zal duidelijk zijn: Arminius had niet alleen een andere mensleer – hij loochende in wezen de doodstaat en de totale onmacht van de mens –, maar ook een totaal andere Godsleer. Ergens schrijft hij: ‘God heeft de zondaars lief tot zaligheid’. Het lijkt, alsof bij hem de zaligheid binnen handbereik van iedere hoorder van het Evangelie komt. Het lijkt een heel ruime Evangelieprediking. Het tegendeel is waar. Immers, alles hangt bij de Leidse hoogleraar Arminius van de mens af.

Wonder van wedergeboorte
Fel heeft Arminius zich gekeerd tegen William Perkins, die juist de vrijmacht van de Heere en Zijn eeuwige verkiezing de rijkdom van het Evangelie noemt. Gods kinderen leren wel, dat ‘zij geen zucht tot hun zaligheid kunnen toedoen.’ Maar dat hoeft ook niet. De Heere doet alles, Hij doet het alleen. Zalig worden geschiedt door het wonder van de wedergeboorte, ‘die God zonder ons, in ons werkt’. Het is opmerkelijk dat Arminius zich bij de verdediging van zijn standpunten, altijd eerst op de Bijbel beriep. Daarom is het veelzeggend, dat later door niemand minder dan Gomarus is opgemerkt, dat het zo moeilijk is om Arminius te weerleggen, omdat het in feite gaat om een verschillende uitleg van de Schrift. Wat is het daarom van groot belang, de hele Schrift te laten spreken, om eenzijdigheid als die van Arminius te voorkomen. Boeiend, appellerend, niet vrijblijvend preken… Gomarus prikte er door heen. Hij zei op de Nationale Synode in Dordrecht, dat hij met het gevoelen van Arminius niet voor God zou durven verschijnen. Aangrijpend… ook nog in 2010. Want Arminius was toen al tien jaar overleden, slechts 49 jaar oud.

---
“Want als daar nauwelijks enige hope van herstel naar menselijk oordeel scheen voorhanden te zijn, heeft Hij aan de Doorluchtige en Hoog-Mogende Heren, de Generale Staten der Verenigde Nederlanden, in het hart gegeven, dat zij, met advies en directie van den Doorluchtigsten Prince van Oranje, besloten hebbende deze woedende zwarigheden met wettelijke middelen te bejegenen [...] en hebben een Synode uit al de Provinciën van hun gebied door hun autoriteit naar Dordrecht bijeengeroepen [...] opdat door gemeen oordeel van zoveel theologanten der Gereformeerde Kerk, de leringen van Armimius en zijn navolgers in een zo vermaarde Synode rijpelijk zouden worden onderzocht, en alleen uit Gods Woord geoordeeld, de ware leer bevestigd, de valse verworpen, en de Nederlandse Kerken eendracht, vrede en rust door Godes zegen wedergebracht.”

Uit: Voorrede Dordtse Leerregels

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010

Daniel | 36 Pagina's

Eigen keus?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010

Daniel | 36 Pagina's