IJdelheid der ijdelheden
Het boek Prediker
In de loop van de eeuwen hebben grote filosofen nagedacht over de zin van het leven, het kwaad in deze wereld, lijden, Gods bestuur. Velen van hen hebben dat gedaan zonder God. Er zijn ook atheïstische filosofen. Filosofen zoeken naar wijsheid.
Op het eerste gezicht lijkt het boek Prediker ook een zoektocht naar de wijsheid. Wanneer je de Prediker op de voet volgt van begin tot einde, dan overvalt je op bepaalde ogenblikken de gedachte, die hij ook uitdrukt: ijdelheid der ijdelheden, het is al in ijdelheid (1: 2). Het lijkt erop of dit het thema van het boek Prediker is. De Prediker ziet de eindeloze kringloop van alle dingen die gebeuren op de aarde in het rijk der natuur, maar ook in de geschiedenis van de mensheid. Maar uiteindelijk moet hij op alles het woord ‘ijdelheid’ schrijven. Alles wat hij doet, lijkt een slag in de lucht. Het is: leeg, lucht. Soms lijkt er zelfs op dat het weinige goede dat een mens in zijn leven geniet, maar snel aangepakt moet worden voordat het weer verdwijnt. Het is een gave van God te midden van het ijdele en vluchtige bestaan. Te midden van dat ijdel bestaan heeft alles zijn tijd. Een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te rukken. Wat levert het allemaal op dan alleen maar bekommernis van het hart? De Prediker ziet met een sceptische blik om zich heen of er iets is dat boven dit alles uitkomt. Is dat echt niet meer dan eten, drinken, het goede genieten, de huwelijksliefde? Het is zeker allemaal een gave van God. Je mag ervan genieten en moet God ervoor danken. Maar heft dat uit boven een wereld die aan de ijdelheid onderworpen is? Je voelt hoe de Prediker je mee voert in de gedachte dat alles ijdelheid is. Hij gaat zover als het maar kan mee in het peilen van deze gedachte van zinloosheid en doelloosheid die zo gemakkelijk op een mens vallen kan zonder dat een mens daarbij onderkent dat het alles aan de ijdelheid onderworpen is om der zonde wil. Juist tot zover gaat de Prediker. Hij doet dat om zijn lezers dit ‘om der zonde wil’ te laten voelen en voert dat in zijn uiterste consequentie door tot op het gericht van God. Verblijd u, o jongeling, in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten en in de aanschouwing uwer ogen; maar weet, dat God om al deze dingen u zal doen komen in het gericht (11: 9). Wat blijft er dan voor je over? Niets! Ook niet van al het levensgeluk dat God je geeft. Het is dan voorbij. Je staat dan met lege en schuldige handen voor God. Daarom blijft er slechts één ding over dat zin en doel heeft hier en nu: het leven voor Hem. De Prediker houdt dat allereerst jongeren voor: En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap (12: 1). Uiteindelijk houdt hij dat alle mensen voor: Van alles wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen (vers13). Waar ligt jouw levensdoel: in deze wereld waarin alles vanwege de zonde aan de ijdelheid onderworpen is of in de Heere?
Informatie
Schrijver: Salomo, de zoon van David, koning in Jeruzalem, 1:1. Prediker betekent: voorganger van de gemeente.
Tijd: Tijdens de regering van Salomo, de Gouden Eeuw van Israëls geschiedenis
Adres: Zijn wijzen aan het hof, vooral de jongeren onder hen; later wordt het boek door de Joden op het Loofhuttenfeest gelezen.
Thema: De zin van het leven (voor God)
Inhoud
1: 1-2 Inleiding en thema
1: 3-11: 10 Uitwerking van het thema met vele voorbeelden uit de praktijk
12: 1-7 Vermaning van de jeugd
12: 8-14 Slotwoord
Kerntekst Romeinen 8: 20-21
Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hope dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.
Leeswijzer
Tijd 3: 1-15
Recht en onrecht 3: 16-22; 7: 15-22; 8: 10-17
Arbeid 4: 4-12; 11: 1-6
Rijkdom 5: 9-6: 12
Politiek 5: 7-8; 8: 1-9; 10: 16-20
Allegorie van de ouderdom 12: 1-7
Lijn naar het Nieuwe Testament
In Romeinen 8 spreekt Paulus over de ijdelheid waaraan het schepsel is onderworpen vanwege de zonde van mens. De brief van Jakobus deelt thema’s als rijkdom en armoede, de tong, kortheid van het leven met het boek Prediker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010
Daniel | 36 Pagina's