Bewaard tussen bermbommen
Officier Visser: Christen-zijn tijdens missie niet anders dan in Nederland
Nederlandse militairen werkten ruim vier jaar tussen Taliban en terroristen aan veiligheid in Afghanistan. Bijna 25 militairen sneuvelden, vooral door bermbommen. Voor Kerst hopen de laatste militairen thuis te zijn. Albert Visser (28 jaar) werd twee keer uitgezonden. De landmacht-officier kijkt terug: “Ik heb enorme vooruitgang gezien.”
“Als pelotonscommandant ben ik van november 2007 tot april 2008 in de provincie Uruzgan in Afghanistan geweest. Mijn tweede missie in Uruzgan was van maart tot augustus 2010. Tijdens de eerste uitzending was ik commandant van een pantsergeniepeloton van 28 genisten. In de praktijk betekent het dat de genie de vaak genoemde ‘bermbommen’ moet op sporen. Daarvoor moet je tijdens verplaatsingen helemaal vooraan lopen. Met je ogen en met behulp van opsporingsmateriaal zoek je naar explosieven. Daarnaast zoeken de pantsergenisten naar verstopplaatsen van wapens, munitie en onderdelen van bermbommen. De tweede uitzending zat ik in de staf van de genie-eenheid. Ik was toen verantwoordelijk voor de inlichtingen over de bermbommen: waar werden ze gevonden, wat voor soort bommen waren het. Die inlichtingen zijn heel belangrijk, omdat eigen troepen buiten de poort van het militaire kamp blindelings op dit soort inlichtingen moet kunnen vertrouwen. Het gaat om hun veiligheid. Het grootste gedeelte van de dag was ik bezig met het reageren op de situaties die buiten de poort plaats hadden. Omdat de bermbommen vijand nummer 1 waren, heb ik het goed druk gehad. De dagen vlogen voorbij.”
Wat vond jij het belangrijkste?
“Een genist heeft tijdens z’n uitzending een zware, maar ook dankbare taak. Dat voel je het beste als je elke dag buiten de poort explosieven aan het zoeken bent… Voor mij was het belangrijkste tijdens de afgelopen uitzending dat de genisten die iedere dag weer dat zoekwerk deden, beschikten over de snelste, beste en meest complete inlichtingen.”
De missie was geen ‘vechtmissie’, maar een ‘opbouwmissie’. Waar bleek dat uit?
“Omdat ik twee jaar nadat ik de eerste uitzending erop had zitten, terugkwam in het gebied, kon ik het verschil goed merken. Ik heb enorme vooruitgang gezien. Scholen, medische hulp, politie, wegen, bruggen, huizen en gebouwen van beton, een groeiende markt in Tarin Kowt. Nu moet dat doorgaan en uitbreiden. Ik vind dat er veel zinvolle dingen zijn uitgevoerd. Wij hebben de bevolking laten zien hoe belangrijk het is voorzichtig om te gaan met bommen.”
Hoe vond jouw thuisfront het dat jij in Afghanistan zat?
“Met name de eerste keer was alles nieuw. De tweede keer wisten ze waar ze aan toe waren, ondanks dat de uitzending als een ‘verrassing’ kwam. Maar die ervaring maakte een nieuwe uitzending wel moeilijk. Mijn relatief veilige functie op het kamp gaf wel meer rust. Ook belde ik mijn vrouw en kinderen heel regelmatig. Dat gaf een vertrouwder gevoel. Een sterk thuisfront is voor een uitgezonden militair heel belangrijk. Ik heb dan ook erg veel respect voor mijn vrouw en twee jongens.”
Hoe kijk je terug?
“Bij aanvang van de eerste missie was alles nieuw voor mij en voor mijn vrouw en kinderen. Het was tijdens de uitzending zo druk en ik was zoveel buiten de poort dat de tijd enorm snel ging. Maar het had ook een keerzijde, want contact met thuis had ik nauwelijks. Bellen vanuit de woestijn was heel beperkt mogelijk. Tijdens die missie heb ik veel gezien en geleerd hoe belangrijk het is voor jezelf en je mannen als het thuisfront sterk is. De nieuwigheid was er met de tweede missie af, maar de inhoud van mijn functie slokte misschien nog wel meer tijd op dan tijdens de eerste keer. Ik was wel in een bevoorrechte positie om op elk moment dat ik wilde de telefoon te pakken en naar huis te kunnen bellen. Ik wist nu ook beter wat voor het thuisfront belangrijk was. Waar ik op moest letten om het voor hen iets draaglijker te maken. Het waren twee missies waarin ik heel veel geleerd heb. Nu is het tijd dat ik bij mijn gezin blijf. Zij hebben daar recht op en ik voel me ertoe verplicht.”
Welke rol speelde jouw christen-zijn tijdens de missie?
“Je rol als christen is tijdens een missie niet anders dan in Nederland. Maar na verloop van tijd valt het wel meer mensen op. Als je consequent bent in een aantal dingen en je bidt en dankt voor je eten – waar je op dat moment ook bent – dan vragen collega’s daar wel eens naar. De eerste keer dat ik een voetpatrouille uit moest gaan voeren, bad ik vlak voor vertrek. Op dat moment kwam een collega binnen. Hij liet op zijn manier merken dat hij óók gespannen was. Op zo’n moment voel je dat je spanning en onrust bij Iemand anders mag brengen. Dat geeft rust. Het zijn de kleine momenten die de almacht van de Heere onderstrepen.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2010
Daniel | 36 Pagina's