Ontboezeming
Goede werken maken niet zalig
In zijn dit jaar verschenen boekje Is God terug? maakt theoloog prof. Van de Beek een goedkeurende opmerking over de Gereformeerde Gemeenten. Daar gaat het tenminste nog over de zonde en wordt gewoon gezegd dat het niet mag. Dit stukje gaat ook over zonde.
Via het dagboek dat we aan tafel lezen, kwam het gesprek onlangs op de vraag wat nu het grootste verdriet in ons leven is. “Dat ik niet zo goed kan rekenen,” deed onze jongste een poging. Zijn moeder was echter op zoek naar een diepere laag. De tweede begreep het. “Dat oma een ongeneeslijke ziekte heeft,” reageerde hij. Onvermijdelijk kwam de vraag ook op mij af. Het wordt dan wel een stuk moeilijker dan wanneer je je kinderen ermee opzadelt. Natuurlijk ben ik ook erg verdrietig dat mijn moeder ziek is. Maar het gróótste verdriet in mijn leven? Verder doordenkend, kwam ik tot een antwoord: “De zonde.” Dat vroeg natuurlijk om een toelichting. Het klinkt misschien abstract, maar ik loop er dagelijks tegenaan. Als evangelist hoop en bid en werk ik opdat onze kleine zendingsgemeente groeit, bloeit en getuigt. Maar telkens weer zijn er teleurstellingen. Het onkruid van de vorst der duisternis lijkt soms zoveel gemakkelijker, zoveel harder op te schieten dan het gezaaide Woord. Is dat verwonderlijk? Misschien niet. Kijk wie er zaait. Moeten de mensen van mij het goede leren? Wat ben ik? Zondaar. Vlees. Geneigd tot boosheid en tot luiheid. Wie kan ik iets kwalijk nemen als er op de akker iets niet helemaal naar wens gaat? Mijn inzet verdient ook geen bloeitijd.
Illusie
Toen ik vijf jaar geleden werd benoemd als evangelist, dacht ik dat het beter zou worden. Ik zou dichter bij God staan, heiliger zijn, een voorbeeld voor anderen. De beste werken waren immers mijn beroep geworden? Nog steeds ben ik dankbaar voor wat ik doen mag. Maar de illusie ben ik kwijt. Goede werken maken nog steeds niet zalig. Als ik deze vijf jaren nog iets anders heb geleerd, dan is het wel hoe keihard ook in zijn algemeenheid het menselijk hart is. De werkers in Guinee kwamen daar misschien na een paar weken al achter, in Ecuador duurt het iets langer. Het lijkt zo mooi, al die kinderen, jongeren, volwassenen in de kerk. Die betrokkenheid ís ook een grote zegen. Maar betrokkenheid is nog geen bekering. Op de laatstgehouden zendingsdag vergeleek iemand Ecuador met een rots waarop een laag modder ligt. In Guinee zit je meteen op de kale rots en denk je bij evangelisatiewerk al gauw aan ploegen op rotsen. Hier is er wel een zekere ontvankelijkheid. Maar daaronder zit dan toch die rots.
Stil
Wat is de zonde krachtig in de mens! Ook in de nette kerkmens. Misschien wel juist in hem. Hij kan zich zo rechtvaardig voelen, juist als hij veel over de zonde spreekt. Maar pas op – over wélke zonde hebben we het eigenlijk? Het is zo gemakkelijk om over de zwakten van een ánder te praten. Waar wordt het zo stil als in Romeinen 3: 19? In Ecuador praat men zonder veel problemen over de zonde. We zijn allemaal zondaren - natuurlijk! - ik vanzelf ook. Dat is de modder op die rots. Tóch wordt het soms ook persoonlijker. Dan hoor je ineens de stem van David: “Ik heb gezondigd, tegen U, zwaar en vaak.” Of de stem van Paulus: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen? Dan is de rots aan het breken.
Verwachting
Je vindt dit misschien een negatief stukje, een duistere ontboezeming. Maar... misschien helpt het je de diepte van ons – ook jouw! – probleem te zien. En weet je? Juist dán is er verwachting. Want Hij is gekomen, niet voor rechtvaardigen, maar voor zondaren tot bekering.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010
Daniel | 36 Pagina's