JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jouw kerkelijke familie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jouw kerkelijke familie

Ds. Mulder: kerkelijk betrokken jongeren moeten de leiding durven nemen

7 minuten leestijd

Mag je dingen veranderen? Hoe ga je met elkaar om? Ds. P. Mulder: “Als je stevig geworteld bent in jouw kerkelijke familie die Gereformeerde Gemeenten heet, heb je niet zo’n moeite om een ander te accepteren en in zijn waarde te laten.”

Waarom is het goed dat er eenheid is in de gemeente?
“Christus is de Koning van de kerk. Hij vergadert Zijn gemeente door Zijn Woord en Geest. De eenheid ligt in het Woord en de belijdenis van de kerk. De Geest verbindt, allereerst aan de Heere, maar ook aan elkaar. Het gaat om de geestelijke eenheid. Het lichaam van Christus bestaat uit een eenheid, maar ook uit diversiteit. Een gehandicapt iemand is misschien wel in de gemeente gesteld opdat de gemeente leert dat barmhartigheid en meeleven een Jouw kerkelijke familie Ds. Mulder: kerkelijk betrokken jongeren moeten de leiding plek hebben. En in een gemeente moet bijvoorbeeld de jeugd niet zo centraal staan dat het wel een jeugdgemeente lijkt. Je hebt elkaar nodig. De één is geschikt voor de leiding van de -14 vereniging, de ander maakt liever deel uit van de schoonmaakgroep. Ook is het belangrijk dat je niet in aparte categorieën denkt. Aparte jeugdverenigingen voor de +16 en de -16 is een goede zaak, maar op de catechisatie horen de jongeren van vmbo, havo en vwo bij elkaar te zitten. Hoewel dat in de praktijk best wel moeite geeft.”

Hoe kan een jongere omgaan met die verschillen?
“Niet krampachtig. Het gaat erom dat je elkaar respecteert. We moeten geen grapjes maken over homo’s of buitenlanders. Maar ook niet over ambtenaren of bouwvakkers. Als een jongen ziet dat één van zijn vroegere klasgenoten afhaakt van de kerk dan kan hij daarover een ouderling aan zijn jasje trekken, maar dat werkt niet. Het is veel beter dat hij zelf naar die jongen toestapt of iemand in zijn omgeving tipt. Dan geldt iets van het ambt aller gelovigen. Jongeren hebben ook een groep nodig. Een groep heeft altijd een paar leidinggevende figuren. En laten jongeren die bijbels in het leven willen staan en kerkelijk van harte betrokken zijn, de leiding durven nemen. Positieve jongeren moeten durven!”

De kerkvader Tertullianus schreef over de vroege kerk: ‘Zie hoe ze elkaar liefhebben’.
“Die onderlinge verbondenheid mag voor ons een voorbeeld zijn. Aan de andere kant zitten wij in een heel andere situatie. De vroege kerk was aan het groeien en wij zitten in een periode van afgaand christendom, met 2000 jaar breuklijnen en confrontaties.”

Zou dat juist niet tot meer samenwerking moeten leiden?
“Ja, maar de werkelijkheid is natuurlijk weerbarstiger. Tegelijk zie je temidden van een ontkerstende samenleving verbondenheid. De gereformeerde gezindheid geeft verbondenheid. Op het terrein van krant, school en politiek zie je dat. En lopen er toch ook niet wezenlijke lijnen van verbondenheid? Ook al kunnen we af en toe een flink robbertje vechten en ons eigen standpunt goed vasthouden.”

‘Kerkelijk besef staat op gespannen voet met Kerkelijk besef met een hoofdletter’, schreef S.D. Post vorig jaar in de krant.
“Kerkelijk besef met een kleine ‘k’ in al zijn kleinheid kom je helaas bij gergemmers tegen, maar rondom ons net zo hard. Positief zou ik willen zeggen: als je stevig geworteld bent in jouw kerkelijke familie die Gereformeerde Gemeenten heet, heb je niet zo’n moeite om een ander te accepteren en in zijn waarde te laten en zijn positieve punten te zien. Maar je weet wel dat je bijvoorbeeld je eigen bevindelijke accenten hebt waarvan je de waarde ziet. Kerkelijk besef moet dienstbaar zijn aan Kerkelijk besef met een hoofdletter. Wij zijn niet de gemeente des Heeren in Nederland. Wij zijn een stukje van de kerk. Ik heb moeite met de uitdrukking ‘onze gemeenten’. Als onderscheiding van anderen is het natuurlijk best. Maar als het iets van ons wordt, gaat het fout. Want wat hebben ‘onze gemeenten’ ons gekost? Heel wezenlijk is dat de kerk ten diepste het Lichaam van Christus is. De kerk is door Hem duur gekocht. Misschien verdraagt de Heere in ons wel de kerkelijke verdeeldheid. Hij keurt het echter niet goed. De klem blijft: er moet één bij de belijdenis levende gereformeerde kerk zijn in Nederland.”

Jongeren zeggen wel eens: er is zo weinig ruimte voor verandering in de kerk.
“Vergeleken met toen ik vijftien was, is best het één en ander veranderd. Als je denkt aan collectebonnen, het orgelspel en de liturgie. De jeugdvereniging staat onder toezicht van de kerkenraad, maar veel dingen regelen de jongelui nu zelf. Natuurlijk begrijp ik dat jongeren zeggen: kan dit of dat niet anders? Als ouderen moeten we daar volwassen mee omgaan. In mijn jonge jaren was er ook vernieuwingsdrang. Maar gelukkig waren er toen mensen die een verstandig gesprek daarover hebben gevoerd. En dat moeten we nu ook doen. Volwassenen moeten dingen uitleggen en soms verdedigen. De leer verdedig je. Een catechisant mag vragen stellen over de leer van de catechismus, maar die stellen we niet ter discussie; die leggen we uit. Dat geldt ook voor gebruiken die bijbels zijn. De vrouw draagt een hoed, bijvoorbeeld. Andere dingen zijn niet zo duidelijk bijbels te funderen, maar verdedig je omdat je ze waardevol vindt. Moet je bijbellezen na het eten? Het staat niet in de Bijbel. Maar het is erg dom om te zeggen: die achtenswaardige christenen in de Oekraïne doen het niet, dus laten wij het ook afschaffen. Leg de grote waarde uit van bidden, lezen en danken rond de maaltijd! We hebben niet de gedachte om alles bijbels te funderen. Maar er zijn veel heilzame dingen. We hoeven ons ook niet te schamen voor de traditie waar we in staan. Nederlanders hebben de neiging hun eigen dingen wat bekrompen te vinden. Van kerkelijke zaken geldt dat misschien nog wel sterker. Tenslotte zijn er dingen die in de traditie net zo goed anders hadden kunnen lopen. Ritmisch of niet ritmisch zingen is voor mij helemaal geen principieel punt. Maar je doet er niet verstandig aan dat te veranderen, want dat geeft veel onrust en dat is het punt niet waard.”

Een paar voorbeelden van veranderingen. Zou een nieuwe bijbelvertaling helpen om de boodschap dicht bij mensen te brengen?
“Ons taalgebruik ontwikkelt mee. Predikanten van nu kiezen ten dele andere woorden en bouwen andere zinnen dan ds. G.H. Kersten. De gemiddelde luisteraar zal preken van ds. Kersten niet zo makkelijk vinden en liever een preek van ds. J.J. van Eckeveld, ds. A. Moerkerken of ds. J. van Haaren horen. Terwijl ds. Kersten in zijn tijd glashelder was. Dat wil niet zeggen dat je ook een andere bijbelvertaling of psalmberijming moet hebben. Als je één gereformeerde kerk had in Nederland zou daar best over gepraat kunnen worden. Er zou ook van tijd tot tijd best naar bepaalde zaken gekeken kunnen worden. Maar het verstaan van de Bijbel is niet alleen een kwestie van vertaling. Het gaat om het vatten van de geestelijke boodschap en dan is bijvoorbeeld de Romeinenbrief niet eenvoudig. Ook moet je als predikant bijbelse begrippen als gerechtigheid, heiligheid en wedergeboorte blijven gebruiken. En uitleggen. We klagen wel over weinig kennis, maar ik geloof toch dat veel jongeren nog wel behoorlijke bevatting hebben van bijbelse gedachten. De betekenis van kinderbijbels daarbij is heel groot.”

Zouden veranderingen in communicatie niet moeten leiden tot kortere preken?
“Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor uit het gepredikte Woord Gods. Dat is een onopgeefbaar Bijbels uitgangspunt. De Heilige Geest werkt door de kracht van de prediking. Ook is waar dat in de laatste decennia de preken gemiddeld genomen aan structuur en exegetische helderheid gewonnen hebben. Ik geloof vast dat predikanten en ouderlingen worstelen met de vraag: hoe krijg je de boodschap zo dicht mogelijk bij de mensen. Kinderen, jongeren en ouders mogen best aandacht krijgen in de preek, maar de gemeente moet niet in categorieën worden ingedeeld. Het zijn allemaal zielen, allemaal zondaren die hetzelfde nodig hebben. En de Heere wil nog werken door Zijn Woord en Geest juist in die gevarieerde gemeenten.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010

Daniel | 36 Pagina's

Jouw kerkelijke familie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010

Daniel | 36 Pagina's