Praatje met... Joost Bakker
Joost maakte vorig jaar wel een heel bijzondere reis: helemaal naar het Afrikaanse Uganda. In deze clubkrant vertelt hij er over.
“Vorig jaar ben ik vier weken met mijn moeder en mijn oudste broer naar mijn zus Renske in Uganda geweest. Zij werkt daar in een kinderhuis. We vertrokken met een Airbus van de KLM ’s morgens om 11.00 uur vanaf Schiphol. ’s Avonds om 19.00 uur plaatselijke tijd landden we op Entebbe, ruim 6000 kilometer verder. ’s Zomers is het daar één uur later en ’s winters twee uur later dan hier. Uganda ligt op de evenaar.
Mijn zus was er met Zefanja om ons op te halen. Zefanja is een jongetje van bijna drie jaar. Hij kwam een paar weken nadat mijn zus haar werk in het kinderhuis begonnen was. Zij wil hem in de toekomst graag adopteren. Ik heb veel gespeeld met de kinderen. Met de oudste jongens ging ik voetballen. Het was wel jammer dat ze geen vakantie hadden, want nu zaten ze tot 16.00 uur op school. Maar dan speelde ik eerst met de kleine kinderen die nog niet naar school gingen. Ik reed hen bijvoorbeeld rond in een grote kruiwagen. Ik ging ook vaak kijken bij de baby’s als ze de fles kregen.
Het hele jaar is het ’s morgens om 7 uur licht en ’s avonds om 19.00 uur donker. Het is dan nog warm, maar je moet naar binnen omdat je anders door de muggen gestoken wordt. Omdat je door muggenbeten malaria kunt krijgen, moesten we thuis al beginnen met het slikken van malariapillen en ook nog een paar dagen nadat we terug waren. Elke nacht moesten we slapen onder een klamboe. Het is er altijd warm, meestal rond de 30 graden.
Uganda is een Engelse kolonie geweest. Daarom rijden de mensen links en is Engels de hoofdtaal. In het begin vond ik het wel een beetje eng om Engels met de kinderen te praten, want ik kan het niet zo goed. Maar later lukte het beter en je kunt ook gebaren maken.
Mijn zus werkt in de kliniek als medisch analiste. Veel mensen uit de omgeving komen er naartoe. De meeste mensen zijn heel arm. Ze wonen in kleine hutjes, overdag leven ze buiten. Je ziet veel kinderen. Alle kinderen die naar school gaan, dragen een schooluniform. Ik heb ze in alle kleuren van de regenboog gezien! De meeste wegen zijn zandwegen. Alleen de grote verbindingswegen zijn van asfalt. Ernaast zie je altijd mensen lopen. In de hoofdstad Kampala en ook in Entebbe is het altijd erg druk. Rijen auto’s naast elkaar, getoeter, het lijkt of iedereen maar wat doet.
We gingen ook op safari. We moesten heel ver rijden en ’s nachts slapen in een huisje waar de hagedissen langs de muren liepen. De volgende ochtend stonden we heel vroeg op. Met een boot gingen we de Nijl over. We zagen de zon opkomen. Dat was heel mooi. In het Toyota busje konden we staan om alles goed te zien: olifanten, giraffen, leeuwen, impala’s en vogels. Daarna hebben we gevaren op de Nijl, we zagen veel nijlpaarden. Renske vertelde dat ze gevaarlijker zijn dan leeuwen en meer mensen doden.
We gingen ook naar de evenaar. Je ziet alleen een streep over de weg. Een man liet ons zien dat in een afvoerputje op het noordelijk halfrond het water linksom wegloopt,op het zuidelijk halfrond rechtsom en precies op de evenaar direct naar beneden.
Ik hoop dat Renske nog heel lang in Uganda blijft wonen, want dan wil ik nog een keer naar haar toe!”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2010
Daniel | 44 Pagina's