Blijvende zegen van hemelvaart
Christus is in de hemel, maar Zijn nabijheid kan wel ervaren worden
Een zegenende Zaligmaker: wat een aangrijpend gezicht! Ze waren zo nauw aan Hem verbonden. Ze hadden zoveel van Hem geleerd en vooral ook zoveel gekregen. Was dat nu allemaal voorbij? De discipelen moesten er licht over krijgen. Wij ook.
Na Zijn opstanding heeft de Heere Jezus veertig dagen onderwijs gegeven over Zijn koninkrijk. Daar koesteren mensen soms vreemde gedachten over. Alle eeuwen door zijn er mensen geweest die droomden over een duizendjarig rijk op een wijze dat ze er zelf een aardsgezind ontwerp van maakten. Zelfs de discipelen waren niet vrij van aardse gedachten over Zijn geestelijke heerschappij. Toch hadden ze beter kunnen weten. Ze vroegen vlak voor Hij hen verliet nog of Hij nu Zijn koninkrijk aan Israël weer zou oprichten. Zijn antwoord is veelzeggend, ook voor ons. Het leert ons bescheidenheid en verwachting. Tijd en gelegenheid van Zijn koninkrijk liggen in de handen van de Vader. Het komt wel, maar op Gods tijd en wijze. En wij mogen er naar uitzien.
Getuigen
Het middel waardoor Christus’ koninkrijk komt, is het getuigen van de Zijnen. Daar worden de discipelen dan ook toe opgeroepen. Ze hebben daarvoor de Heilige Geest onmisbaar nodig. Ze moeten in Jeruzalem blijven en daarop wachten. Eerst daarna zullen ze getuigen en vandaar naar Judéa en Samaria gaan en tot aan ‘de uitersten der aarde.’ Het grondwoord voor ‘getuigen’ houdt verband met het woord ‘martelaar’. Hier liggen een paar lessen. Allereerst kunnen we niet getuigen als we geen getuige zijn. Alleen wie Christus zo kent dat Hij Zijn werk heeft ervaren, kan ervan spreken. Ik weet wel dat iedereen goed van Hem mag spreken. Maar wat moeten we van Hem zeggen als we Hem niet echt kennen? Laten we toch om die bevindelijke kennis verlegen zijn!
Een andere les is die van de afhankelijkheid van de Heilige Geest. Alleen die door Gods Geest geleid worden, zijn kinderen Gods. Dit gaat niet samen met eigenwijsheid. Zie Paulus later op zijn zendingsreizen eens afhankelijk zijn van de Heilige Geest. Een derde les is de richting die het getuigenis moet gaan. Het begin ligt bij de Joden. Dat geldt nog. Wie hen overslaat, doet anders dan Christus beval en de discipelen praktiseerden.
Een blijvende zegen
Het was of een onzichtbare hand de Zaligmaker daarna midden tussenuit de discipelen weghaalde. Verlaat Hij hen nu, terwijl ze zo rijk zijn met Zijn nabijheid? Nee, Hij verlaat hen niet. Na de opstanding verscheen de Heere Jezus meestal maar een korte tijd. Verdween Hij daarna, dan bleef de blijdschap achter. Dat was heel anders dan voor de opstanding. Dan waren de discipelen verschrikt, al sliep Hij slechts in hun schip. De krachtige toepassing van Zijn verdiensten, die de discipelen ervoeren, gaf hen een diepe en blijvende vreugde. Straks gaan ze met grote blijdschap terug naar Jeruzalem, een stad die brandt van haat en vijandschap. De Heere der heerlijkheid is daar gekruisigd. Zal het Zijn dienaren beter vergaan? Vanwaar dan die blijdschap? Ze mogen weten en ervaren dat de Heere in Zijn Godheid, met Zijn genade en door de Heilige Geest bij hen blijft. Zijn macht voor hen is er niet minder op als Hij aan de rechterhand van Zijn Vader is. Zijn genade is niet vergankelijk en die verliezen ze niet. En de Heilige Geest geeft hen de ervaring van Zijn Goddelijke tegenwoordigheid, waarbij de indrukken van Zijn liefde horen. Terwijl de Zaligmaker opgenomen wordt, strekt Hij Zijn zegenende handen uit over Zijn discipelen en daarmee over Zijn Kerk. Is dat niet bemoedigend?
Een wolk nam Hem weg
Kan men in een tijd van ruimtevaart, waarin men met telescopen en nadere instrumenten het heelal tot in de uithoeken afspeurt, nog wel in een plaatselijke hemel geloven? Veel mensen zwichten alleen voor waarnemingen en kunnen niet geloven wat ze niet kunnen zien. Ons verstand, onze zintuigen en ook ons gevoel zijn armzalige godgeleerden. Ze zullen ons niet tot de waarheid brengen. De geestelijke werkelijkheid die mensen met een geestelijk leven kennen, is niet afhankelijk van begrip. God is onbegrijpelijk en Zijn werk kunnen we al evenmin bevatten. Ons bevattingsvermogen is zo groot niet en daarom belijden we in het eerste artikel van onze Nederlandse geloofsbelijdenis al dat God onbegrijpelijk is. Ook Zijn werk gaat ons begrip te boven. Dat wordt zichtbaar als de Almachtige een wolk schuift tussen de Heere Jezus en de Hem nastarende discipelen. Hoe het verder gaat met Zijn lichaam weten we niet en hoeven we niet te weten. Genoeg is te weten dat Hij naar een plaatselijke hemel ging. We hebben Einstein niet nodig om ons de eindigheid van al het geschapene te leren. Alleen God is oneindig en Hij woont in een voor zondaren ontoegankelijk licht. Daarheen keerde Gods Zoon terug, na Zijn volbrachte werk. Zullen wij Hem daar eens ontmoeten?
Waar Christus nu is
Toen ik eens op de Olijfberg was, bij de hemelvaartskapel, moest ik enkele shekels betalen om er binnen te mogen gaan. Ik heb het niet gedaan, want ik wist dat ik er niets zou vinden. Een week later mocht ik in Vlaardingen preken over de hemelvaart en toen heb ik er veel meer van gezien dan op de Olijfberg. We moeten maar niet denken dat er heilige plaatsen in Israël zijn. De Heere Jezus wees er de Samaritaanse vrouw op dat we God nu overal mogen aanbidden, maar dat het wel in geest en waarheid moet zijn. Christus is opgevaren naar Zijn Vader. Zijn lichamelijke tegenwoordigheid is in de plaatselijke hemel. Maria Magdalena moest daar al iets van leren toen ze aan de voeten van haar opgestane Meester viel. Ze mocht Hem niet aanraken en kreeg te horen dat Hij opvoer naar Zijn Vader, Die ook haar Vader was. Wat een rijke troost voor haar!
Geestelijk ervaren
Wat een armoe dan als men leert dat Christus met Zijn lichaam nog op aarde is. De luthersen leren Zijn lichamelijke tegenwoordigheid bij het Avondmaal en de roomsen gaan nog verder: ze zeggen zelfs Hem lichamelijk te eten in de ouwel. Omdat Rome leert dat de ouwel lichaam van Christus wordt, wordt de ouwel ook aangebeden. Onze catechismus spreekt dan van ‘een vervloekte afgoderij’. Christus’ lichaam is in de hemel, maar Zijn nabijheid kan geestelijk wel ervaren worden, bijzonder bij het Heilig Avondmaal. Maar ook in de eenzaamheid kan God geven dat een jongen of meisje, een man of vrouw, mag ervaren nabij de Heere te zijn. ‘Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht; Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht.’
Rijke troost
Engelen hebben de discipelen aangesproken toen zij hun Meester nastaarden, terwijl hij toch niet meer te zien was. Ze kregen een rijke belofte. Die was trouwens voor heel de kerk. De engelen spraken over Christus’ wederkomst. Dan zal alle oog hem zien… Ging het na de opstanding om verschijningen aan Gods kinderen, bij de wederkomst zullen ook de vijanden Hem zien. Voor hen zal het geen troost zijn. Wie onbekeerd blijft, zal verschrikken voor Hem Die dan op Zijn witte troon zit en roepen tot de bergen: ‘Valt op ons’ en tot de heuvelen: ‘Bedekt ons voor het aangezicht van Desgenen Die op de troon zit en voor de toorn des Lams!’ Vreselijk om niet bereid te zijn! Maar wat een troost voor hen die de Heere vrezen! Zij mogen tijdens hun leven al delen in de troost dat Christus hun Voorspreker is bij de Vader. Ook mogen ze weten, wat ook onze Catechismus zegt, dat ze een onderpand van hun lichaam in de hemel hebben in het lichaam van hun Hoofd, Christus. En door de Heilige Geest, Die bij hen woont, worden ze ook steeds gericht op de wil van God. Ze zoeken daardoor ‘wat boven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods’. Hierin vind je meteen iets waaraan je kunt onderzoeken of je de Heere vreest. Zoek jij die dingen al van de Heere? Zie jij al uit naar de komst, de wederkomst van de Koning? Dan moet Hij wel jouw Koning geworden zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 mei 2010
Daniel | 40 Pagina's