Catechiseren heerlijk werk
Ouderling Heijboer: de Heere werkt ook onder jongeren
Zijn jongeren tegenwoordig anders dan vroeger? Werkt de Heere nog onder jongeren? Daniël in gesprek met ouderling J.C. Heijboer uit Zoetermeer. Hij gaf 23 jaar catechisatie. “Ga eens op bezoek bij Gods kinderen.”
Hoe kijkt u terug op uw catechisatielessen?
“Catechisatie geven is moeilijk, maar ook heerlijk werk. Als je zelf de liefde van de Heere in je hart voelt, dan wil je daarover vertellen. Getuigen Wie de Heere is voor een arme zondaar! Dan wil je jongeren wijzen op het belangrijkste in het leven: persoonlijke bekering. Soms was ik wel eens moedeloos, als ik dacht dat niemand luisterde. Maar als ik deze nood bij de Heere bracht, merkte ik soms een volgende catechisatieles dat dit beslag op hen legde. Dan gaat het niet meer Catechiseren heerlijk werk Ouderling Heijboer: de Heere werkt ook onder jongeren om mijn boodschap of verhaal, maar om het Woord. Je hoort jongeren soms klagen dat ze zo weinig van Gods kinderen horen. Ik zou willen zeggen: ‘Ga eens op bezoek bij Gods kinderen. Bijvoorbeeld na de bediening van het Heilig Avondmaal. Vraag hen dan eens hoe het met en was, voor, tijdens en na dit sacrament’.”
Zijn jongeren anders dan vroeger?
“Oude mensen hebben nog wel eens de neiging om te doen alsof het vroeger beter was. Maar wij, als ouderen, hoeven niet met de vinger naar de jeugd te wijzen; wij waren vroeger ook ondeugend en zijn allemaal van dezelfde lap gescheurd! Wel hadden wij meer ontzag voor ambtsdragers, zoals er ook meer ontzag was voor gezagsdragers, zoals de politie. Anderzijds zijn jongeren van tegenwoordig opener, stellen ze meer vragen en is het makkelijker een persoonlijk gesprek aan te gaan. Deze tijd is echter wel een moeilijke tijd voor jongeren. Jongeren worden veel meer afgeleid door allerlei prikkels, zoals internet en mobieltjes. Ook krijgen ze vanuit thuis minder kennis mee. Ik herinner me dat mijn moeder thuis vaak Psalmen liep te zingen tijdens het huishouden of koken. Daardoor ken ik nu veel Psalmen uit mijn hoofd. Een andere bedreiging voor jongeren zijn de evangelische stromingen. Daar beleeft men niet meer wat het is om zondaar te zijn. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat jongeren de preek kunnen begrijpen. Een predikant zei eens: ‘Je moet zo preken, dat een jongere van 12 jaar het begrijpt’. Het is belangrijk dat we rekening houden met jongeren, bijvoorbeeld door onnodig ouderwets taalgebruik te vermijden. Soms maak ik me ook zorgen over de geringe Bijbelkennis die jongeren en ouderen hebben. Er staat in de Bijbel: ‘Mijn volk gaat door gebrek aan kennis verloren’. Vaak weten jongeren niet meer wat belangrijke begrippen als ‘rechtvaardigmaking’ en ‘heiligmaking’ inhouden. De Heere bekeert mensen nog hetzelfde als tweehonderd jaar geleden.”
Had u zelf indrukken van dood en eeuwigheid, toen u jong was?
“Mijn moeder waarschuwde me vaak: ‘Jongen, de Heere ziet je, waar je ook bent’. Dat maakte indruk. Ze benadrukte dat we een nieuw hart moesten krijgen om te kunnen sterven en voor God verschijnen. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde iets wat veel indruk op me maakte. Vlak voor de bevrijding kwam bij mijn opa een Duitse officier die veel vloekte. Mijn opa, die de Bijbel open had liggen, waarschuwde hem indringend en zei: ‘Je mag de naam van de Heere niet ontheiligen, want dat zal de Heere zien en zoeken’. Die Duitse officier zei spottend: ‘Wat jij, met je Bijbel!’ En hij schoot er toen drie kogels doorheen. Vlak hierna liep hij over de dijk en werd neergeschoten. Toen mijn opa dat hoorde, huilde hij en zei: ‘Die vloeker is nu zo in de eeuwigheid. Wat zal dat verschrikkelijk zijn!’
Toch waren deze indrukken niet zaligmakend: ik leefde er overheen. Pas op latere leeftijd werd ik zondaar voor God. Hoewel ik altijd naar de kerk ging en voor het oog netjes leefde, was ik eerder van binnen heel werelds. Tot er een keer werd gepreekt over het laatste hoofdstuk uit Jozua: Kies dan heden wie gij dienen zult! Dat sloeg in als een bom. Ik was uitgeteld en had zelf niets meer over. Vanaf het moment dat de Heere mij bekeerde, sloeg ik helemaal door naar de andere kant. Alle glans van de wereld ging eraf. Ik werd heel wettisch en dacht het daarin te vinden, maar moest leren dat er van mij niets bij het zaligmakend werk van de Heere kon. Ik voel mijn leven getekend in de woorden van McCheyne: ‘maar toen mij Gods Geest aan mijzelf had ontdekt’.
Maar ik merkte ook dat ik was als de kinderen Israël die steeds weer naar de ‘vleespotten’ van Egypte wilden. Ik kon mijn bekering niet zelf vasthouden. We moeten van genade leven. Hier op aarde zal het altijd strijd blijven, maar de Heere belooft: Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Toen de Heere in mijn leven gekomen was, wilde ik daarover graag vertellen aan anderen. En ik kreeg een begeerte naar het ambt. Jarenlang stond ik keer op keer op tweetal voor diaken, maar steeds werd ik niet gekozen. Toen ik alle hoop had laten varen dat ik ooit gekozen nog zou worden, werd ik wel gekozen. Eerst mocht ik een jaar dienen als diaken en later 26 jaar als ouderling. Dat heb ik als een wonder ervaren, om door het ambt aan anderen over de Heere en Zijn dienst mocht vertellen. Dan wordt Psalm 93 vers 4 je toekomstverwachting en Christus je alles.”
Werkt de Heere nog onder jongeren?
“Ja zeker! Ik herinner me nog een meisje dat na afloop van een catechisatieles treuzelde om weg te gaan. Ik merkte dat ze nog iets wilde vragen. Ze huilde en vroeg: ‘Zou bekering voor mij ook nog kunnen?’ Later bleek dat ze ook daadwerkelijk de Heere lief gekregen had. Dat was niet mijn werk, maar de Heere die in haar werkte. Ook in ons eigen gezin heb ik gemerkt dat de Heere in jonge mensen werkt. In 1987 is onze dochter Lia overleden op 24-jarige leeftijd. Drie jaar ervoor had ze te horen gekregen dat ze ongeneeslijk ziek was. Ze had een heel optimistisch karakter en een groot doorzettingsvermogen. Als ze uit het ziekenhuis kwam na een chemokuur was ze heel stil. Toen duidelijk werd dat ze zou gaan sterven, werd ze opstandig. Ze had het leven lief en wilde bij haar man blijven, met wie ze nog maar enkele maanden was getrouwd. Als ouders benadrukten wij steeds dat ze niet onbekeerd kon sterven, maar dat kon ze niet meer aanhoren. Onze predikant gaf ons een wijze raad en zei: ‘Net zo min haar lichaam vanwege haar ziekte brood kan verdragen, zo kan ze deze boodschap niet verdragen; dus minder zeggen en des te meer voor haar bidden.’ Dat was een zware tijd. Toen ze ziek op bed lag, zong mijn vrouw veel Psalmen voor haar. Nooit vergeten we de dag dat ze naar mijn vrouw toe kwam, haar armen om haar sloeg en zei: ‘Oh mam, ik ben ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij.’ Later kwamen daar wel bestrijdingen op af, maar er waren ook momenten dat ze mocht zeggen: ‘Ik zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheden’. Ze mocht het eens worden met Gods weg in haar leven. Op haar begrafenis zei de predikant: ‘Hier is een Koningskind begraven’. Als ouders zijn we nog steeds heel verdrietig om haar gemis. Maar het geeft ons zoveel troost te weten dat haar een beter lot is toebereid. Er staan veel beloften in de Bijbel. Lees het laatste vers van de berijmde Psalm 22 maar: ‘Zij komen aan door ‘t Goddelijk licht geleid’. Als iemand zoals ik, getrokken is uit de duisternis, kan het voor iedereen. Vaak heb ik een stil gebed dat ook de jongeren deze geestelijke zaken mogen verstaan. De Koning van de Kerk brengt mensen en ook jongeren toe tot Zijn Kerk, tot aan het einde van de dagen. Daar mogen we naar uitzien.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 mei 2010
Daniel | 40 Pagina's