Van tekst tot preek
“Ik overdenk de stof voor de preek graag tijdens een wandeling”
Je kent vast die bekende tekst uit Romeinen 10: Want hoe zullen zij in Hem geloven, van welke zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden zijn (vers 14 en 15)? Vijf vragen van jongeren over het ontstaan van de preek.
1. Wat is het belangrijkste bij het vinden een tekst?
“Een dominee is geen eigen baas. Hij staat in dienst van Zijn Zender, de Heere Jezus Christus. Daarom moet je altijd zekerheid hebben dat de tekst, die je kiest, de goedkeuring van de Heere heeft. Soms bindt de Heere je een tekst met kracht op je hart. Dan weet je op maandag al waar je de komende zondag de aandacht van de gemeente voor vragen zult. Dan roept de tekst om de preekstoel. Maar vaak is het precies andersom. De preekstoel roept om een tekst, maar je hebt nog geen keuze kunnen maken. Er is dan ook altijd gebed nodig om de tekst te mogen kiezen die de Heere behaagt. Er is daarbij een verborgen of openlijke leiding van Gods Geest.”
2. Een tekst vinden, hoe gaat dat?
“In de meeste gevallen komt een predikant tot de tekstkeuze door het lezen van de Bijbel. Aan tafel, in de studeerkamer, tijdens het zieken- of bejaardenbezoek. De tekst begint je aan te spreken. Hij wordt op je hart gebonden. Teksten die treffen tijdens het Bijbellezen noteer ik altijd in een aantekenboekje. Een enkele keer is er sprake van een bijzondere werking van de Heilige Geest. Dan wordt de aandacht rechtstreeks op een tekst gevestigd. Soms is er van binnen strijd over de tekstkeuze. Zelf wil de predikant graag over een bepaald Bijbelwoord spreken. Dat lijkt hem een goede tekst voor de gemeente te zijn. Maar tegelijkertijd is er een andere tekst, die zijn voorkeur niet heeft, maar die telkens nadrukkelijk in zijn aandacht terugkeert. Dan begint de strijd… De Heere heeft wel gesproken, maar Zijn dienaar wil een andere kant op… Een dominee moet door schade en schande heen leren, dat de Heere onderwerping vraagt bij de tekstkeuze aan de leiding van de Geest.”
3. Als de tekst gevonden is, wat dan?
“Niemand kan over een tekst preken zonder precies te weten wat er staat. Daarom begint het maken van de preek altijd met de uitleg of de exegese. In welk verband staat de tekst? Wat betekenen de woorden in de grondtekst van de Bijbel? Wat betekent een woord uit de tekst op andere plaatsen in de Schrift? Vaak reiken de kanttekeningen een goede, andere vertaling aan, die ook mogelijk is en het zicht op de betekenis van de tekst verdiept. Ten slotte zijn er betrouwbare uitleggers, zoals Johannes Calvijn, die hulp bieden bij het verstaan van de tekst.”
4. Hoe ontstaat een preek?
“Na de exegese – de uitleg van de tekst – volgt een tijd van meditatie, van biddend overdenken. Ik overdenk de stof graag tijdens een wandeling. In ieder geval moeten de gedachten voor de opbouw van de preek rijpen. Je ziet de samenhangen. Het is ook zinvol bij de bezinning een preek van een oude schrijver of een andere predikant te lezen over dezelfde tekst. We staan immers in de gemeenschap met de kerk van alle eeuwen. Vervolgens komt het uitschrijven van de preek in telegramstijl. Ik houd mij altijd aan de benadering van ds. K. de Gier, die op de Theologische School mijn docent predikkunde was. Hij vergeleek de tekst met een boekrol, die je stukje voor stukje afwikkelt. Eerst verklaar je een klein gedeelte van de tekst en dan volgt een toepassing. Zo wordt de toepassing door de gehele preek heen geweven. Een uitvoerige toepassing aan het einde, zoals dat vroeger vaak gebeurde, is dan niet meer nodig.”
5. Is het maken van een preek moeilijk?
“Ja, dat vraagt veel studeren, veel gebed tijdens het studeren, veel nadenken over de opbouw van de preek en het aanspreken van de gemeente. Bij het maken van elke preek komt wel een moment voor, dat de predikant vast loopt. Dan blijft er maar één weg over: de Heere om licht en leiding vragen. De beste preken worden al studerend, al mediterend, al biddend van de Koning van de kerk afgebedeld. Soms mag een predikant ervaren, dat er een nauwe samenhang is tussen het werk in de studeerkamer en de gemeenschap der heiligen in de gemeente. Dan zijn er kinderen van God, die de prediker dragen in het gebed en de tekst als het ware voor hem ‘open’ bidden. Dat geeft een bijzondere verbondenheid.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2010
Daniel | 36 Pagina's