Meer dan liefde tot kerk?
Belijdenis: geen sluitstuk van de catechisatie
Tijdens de Paas- en Pinksterdagen doen veel jonge mensen belijdenis. Wat betekent het eigenlijk om belijdenis te doen? En hoe komen jongeren tot deze keuze? Een gesprek met vijf belijdeniscatechisanten uit Alblasserdam en hun predikant, ds. B. van der Heiden, over deze en andere vragen
Frans, Karina, Josiene, Christina en Evertjan hebben zich om verschillende redenen opgegeven voor de belijdeniscatechisatie. Josiene vertelt dat ze geboren en getogen is in de Gereformeerde Gemeente van Alblasserdam, net als Evertjan. “Het is de gewoonte dat je op een gegeven moment belijdenis gaat doen.” Evertjan vult aan dat hij het bijzonder vindt dat hij nu belijdenis gaat doen. “Tenslotte ben je allemaal zestien geweest. Je verschilt uiteindelijk niets van andere jongeren die de kerk inmiddels vaarwel hebben gezegd.” Hij beaamt dat hij vastgehouden is door de Heere. “De jeugdvereniging heeft daarin wel een belangrijke rol gespeeld. Je krijgt daardoor toch een band met de gemeente.” Christina wil graag belijdend lid worden van de gemeente. Ze is het eens met de prediking in de Gereformeerde Gemeenten. Frans en Karina maken met hun keuze voor de belijdeniscatechisatie in de Gereformeerde Gemeente van Alblasserdam een overstap naar een ander kerkverband dan waarin ze gedoopt en opgevoed zijn. Zij voelen zich qua sfeer en prediking in deze gemeente meer thuis.
Jullie gaan belijdenis doen in de Gereformeerde Gemeenten. Daarmee hebben jullie een keuze gemaakt voor één kerkverband binnen de verbrokkelde en gescheurde kerk in Nederland. Hoe vrij ben je om te kiezen en hoe verhoudt zich jouw keuze tot Gods leiding in je leven?
Frans vindt dit een moeilijke vraag. Hij weet in ieder geval zeker dat het een bewuste keuze van hemzelf is hier belijdenis te doen. Hij gaat al enkele jaren als dooplid naar deze gemeente en wil nu ook belijdenis doen.
Karina ervaart rust over haar beslissing hier belijdenis te gaan doen. Dat ziet ze als een bevestiging van de Heere. Evertjan pleit voor een beetje nuchterheid. “In elke kerk gaan dingen fout. Ik zal heus niet zeggen: de Gereformeerde Gemeente, dat is het. Maar door mijn doop heb ik hier een plek gekregen. En ik heb het idee dat er geen Bijbels gefundeerde reden is naar een ander kerkverband over te gaan.” De dominee vindt het ook een moeilijke vraag. “Er staat niet letterlijk in de Bijbel waar je belijdenis moet doen. Daarom moet deze keuze een zaak van het gebed zijn. Maar om Gods wil daarin te kennen, is het wel goed om te letten op Zijn leiding in je leven. Ik denk dat je niet zomaar over mag stappen naar een ander kerkverband. Hoewel wij niet alleen de waarheid hebben en er in andere kerken ook kinderen van God zijn. De Heere heeft je híer door geboorte en opvoeding een plaats gegeven. Heeft de Heere dat dan verkeerd gedaan? Maar de Heere wil wel dat je innerlijk achter je belijdenis staat. Hij vraagt het hart. Als er geen liefde is tot het kerkverband waarbij je je aansluit, hoe kan de kerk dan op je steun en hartelijk meeleven rekenen?”
Josiene reageert nog door te zeggen dat als je in een bepaalde situatie terecht komt waarin je een keuze móet maken, je op drie punten moet letten. “Is er een zuivere prediking, een rechte uitoefening van de sacramenten en wordt de tucht op een christelijke manier uitgeoefend?”
Straks gaan jullie ‘ja’ zeggen? Wat belijdt je daar mee?
Er valt een stilte. Dan zegt Karina: “Je belijdt dan dat je het innerlijk eens bent met de leer van de kerk. En met de regels die de kerk stelt.”
Josiene: “Ja, je zegt dat je het eens bent met de prediking en dat je je ook aan wilt sluiten bij de kerk.”
Maar wat is dan de inhoud van de preek?
Karina: “De bijbeltekst wordt uitgelegd. Er wordt ook gesproken over de ervaringen van Gods kinderen. De genade wordt aangeboden.”
Frans: “De dominee noemt dat altijd een schriftuurlijk-bevindelijke prediking.”
Evertjan: “In de preek biedt de Heere Zijn genade aan. Maar als mensen werpen wij allemaal belemmeringen op en zetten er hekken omheen.”
Dominee Van der Heiden: “Bedoel je daarmee te zeggen dat er bij ons mensen bergen van schuld zijn, maar dat het bij de Heere mogelijk is om zalig te worden? Ik denk dat dát de inhoud is van de preek. Er is een mens, verloren in zonde en schuld. Maar er is ook een God, bij Wie genade is voor de grootste van de zondaren.”
Is je belijdenis een belijdenis van de waarheid of een belijdenis van het persoonlijk geloof?
Christina denkt dat het wel een belijdenis van het geloof moet zijn. “Hoewel je daar van jezelf onmachtig toe bent.”
Frans zegt dat het tegelijk toch een plicht is voor iedereen, bekeerd of onbekeerd, om belijdenis te doen.
Evertjan: “Ds. Kersten zegt dat het niet goed is om niet te kiezen. Ik zie mijn belijdenis niet als een zegel op mijn geloof.”
Dominee Van der Heiden: “Ja, jongens, maar jullie weten dat het om meer gaat dan om een afsluiting van een catechisatieperiode. Je neemt je doop voor je rekening. Bij het belijdenis doen gaat het om een welbewuste keus. Misschien kun of durf je niet direct zeggen: ‘Ik ben bekeerd’. Maar het moet wel een hartelijke keus zijn voor de Heere te mogen leven. Met het gebed in het hart of de Heere die weg aan je hart wil zegenen. Als je alleen maar belijdenis doet ter afronding van de catechisatie, dat is niet genoeg. Dan kun je eigenlijk geen belijdenis doen, omdat zo’n belijdenis voor God geen waarde heeft.”
In de Bijbel lees je van verschillende mensen die belijdenis deden. Mozes achtte de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom dan de schatten van Egypte. Ruth zei: Uw volk is mijn volk en uw God, mijn God. Petrus beleed: Tot Wien zullen we anders heengaan, Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. De moorman zei: Ik geloof dat Jezus is de Christus. In welke belijdenis herken jij je het meest?
Geschrokken reacties. Karina: “Ja maar, dit zijn allemaal bekeerde mensen. Daar durf ik me niet zomaar mee te vergelijken.” Josiene: “Zij zeiden het met hun hart.” Dominee Van der Heiden dringt toch aan op een inhoudelijke
reactie. “Jullie voelen je wat beschroomd om je met deze mensen uit de Bijbel te vergelijken. Maar is er dan niet iets van Ruth? Als je bijvoorbeeld kinderen van God in je familie kent, dat er een verlangen in je hart is, daar ook bij te horen?”
Christina: ‘Het meeste herken ik me dan nog in Ruth.’
Frans: “Ik heb contact met iemand uit de kerk, waarvan ik geloof dat hij de Heere vreest. Dáár ben ik jaloers op.”
Dominee, in welke belijdenis herkende u zich toen het meest, toen u belijdenis deed?
“Ik denk dat ik belijdenis gedaan heb in de gestalte van Ruth. Het was mijn hartelijke begeerte daar te zijn waar Gods kinderen zijn en mijn leven in te richten zoals de Heere dat in Zijn Woord van mij vraagt, om onderwijs te krijgen. Maar ook Petrus’ woorden waren de beleving van mijn hart: Tot Wie zou ik anders heengaan? Er lag toch een hartelijke begeerte in mijn hart om voor de Heere te leven. En tegelijk een besef dat ik mijn jawoord in eigen kracht nooit waar kon maken. Ik heb biddend voor de kansel dat ja-woord uitgesproken. Het was mijn gebed: ‘Heere, bekeer me toch en zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden’.”
Met dat uitzien naar de Heere bent u niet beschaamd uitgekomen.
“Nou, inderdaad. ’t Is ook de belofte uit de Schrift: Zij zullen niet beschaamd worden, die het van de Heere verwachten.”
De naam Frans is om privacy-redenen verzonnen. Frans staat ook niet op de foto.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2010
Daniel | 36 Pagina's