Fladderen als een vlinder
Dan mag je je in kinderlijk vertrouwen op Hem verlaten
Weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken, met dankzegging, bekend worden bij God. Filippenzen 4: 6
Paulus was op een bijzondere wijze in Filippi gekomen. Hij heeft in de nacht een Macedonische man gezien die hem bad: Kom over in Macedonië en help ons. Hij heeft gehoor gegeven aan deze roepstem. Er was vrucht op zijn prediking: Lydia en de stokbewaarder. Je begrijpt dat hij zich bijzonder verbonden voelt aan deze gemeente. En aan deze gemeente denkt Paulus als hij – weer! – in de gevangenis zit, in Rome.
Weest in alles bezorgd
Ook de gemeente had Paulus lief en stuurde iemand bij hem op bezoek (vers 16). Er werd voor hem gezorgd in het tijdelijke (vers 15). Terwijl de gemeente zelf ook in grote zorgen verkeert, zoals we lezen in 2 Korinthe 8: 2. In dit verband schrijft Paulus: Weest in geen ding bezorgd. Wat wil hij ons daarmee zeggen? Het is bijna biddag. Wil Paulus ons opwekken tot zorgeloosheid? O nee, al zijn er misschien ook onder jullie die zo leven. Die zich nergens zorgen over maken en van de ene naar de andere dag ‘fladderen’. ‘Pluk de dag, je leeft maar één keer. Je moet toch genieten van het leven!’ Als je zo leeft, geldt het tegendeel: Weest in alles bezorgd! Dan moet jouw leven je de allergrootste zorgen geven. Je kunt elk ogenblik wegzinken in een eindeloze nacht, je kan elk ogenblik opgeroepen worden voor de troon van een vertoornd God, Die jou rekenschap zal vragen. Heb toch geen rust.
Opklimmen in gebed
Maar nu hier de andere kant: Weest in geen ding bezorgd. Dat kan en wil God om Christus’ wil ook in jonge harten werken. Dan mag je met biddag de Heere vragen om een zegen voor gewas en arbeid. Om Zijn hulp in studie en beroep. Om Zijn bewaring voor elke dag. En om je eeuwig welzijn. Maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken, met dankzegging, bekend worden bij God. Jouw begeerten in alles. Dus al jouw begeerten, voor het tijdelijke, geestelijke en eeuwige. Hoe? Door bidden en smeken. De Heere wil er om gevraagd zijn. Bidden en smeken horen bij elkaar. De ware bidder is een smekeling en een ware smekeling is een bidder.
Vertrouwen op Hem
En dan, als jij je zin krijgt: danken? Nee, schrijft Paulus uit de gevangenis: maak de Heere al je begeerten biddend en smekend bekend met dankzegging. Lees je het goed? Bidden én smeken, mét dankzegging. De Heere dus ook danken voor je begeerten die je niet ontvangt; voor je wensen die niet vervuld worden. Zijn wil heilig achten. Hij weet immers alleen wat goed voor jou is op weg naar de eeuwigheid. Dan wordt danken: zich verwonderen in de Heere, Die in Christus nog maar jou wil luisteren. Dat doet bukken en buigen onder Gods doen en leiding. Dan mag je je in kinderlijk vertrouwen op Hem verlaten. Ik hoop dat je zo biddag mag houden. Dan ontvangt God de eer. De Heere zegt: Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten. Hij is nu de biddende Hogepriester aan de rechterhand van Zijn Vader. Hij zorgt voor al Zijn ellendigen, wat er ook gebeurt in het komende seizoen. Voor Zijn ellendigen, die van zichzelf niet kunnen bidden en smeken, laat staat dankzeggen. Deze biddende en dankende Hogepriester is ook de hoogste Leraar, Die leert bidden. Hij zegt: ‘Opent uwen mond…’ Voor dit kindervers ben je toch nooit te groot? Houd zo met Psalm 81: 12 maar biddag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 2010
Daniel | 36 Pagina's