God dienen, zoals Hij dat wil
God is door Zijn Woord niet ver van ons
Waarom moet ik naar de kerk? Ik kan God toch ook in de natuur dienen? Ik kan ’s morgens naar de kerk gaan en ’s middags een boswandeling maken. Want in de natuur spreekt God ook. We zingen toch: ‘Het ruime hemelrond vertelt met blijde mond, Gods eer en heerlijkheid’?
Het tweede gebod spreekt over: Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken en u voor die niet buigen. Je denkt misschien dat het over hetzelfde gaat als in het eerste gebod: Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Toch gaat het om verschillende dingen. In het eerste gebod gaat het er om Wie er gediend wordt: God. In het tweede gebod gaat het erom hoe God gediend wordt. De volken rond Israël hadden allemaal beelden van hun afgoden. Je kunt hun god zien. Zo wist je als mens welke god je diende. Voor Israël was dat heel aantrekkelijk. Ook zij wilden hun God uitbeelden en dat beeld eer bewijzen. Je haalt je schouders er nu misschien over op: dat is verleden tijd, zo zijn wij niet. Toch kunnen wij ook denken: ‘Ik hoor wel van God, maar wat moet ik me er bij voorstellen?’
Onmogelijk
God zegt van Zichzelf dat Hij een Geest is (Johannes 4: 24). Dit betekent: God heeft geen lichaam, zoals de mensen. Lichamen kun je afbeelden, maar God als Geest kun je niet afbeelden. Daar kun je geen beeld van maken. Toch probeerden de Israëlieten God aan het gouden kalf te verbinden. Zo wordt God beperkt tot het beeld, terwijl Hij overaltegenwoordig is. In het beeld van God probeert de mens God in zijn macht te krijgen. Dat proberen de Israëlieten in de dagen van Eli door de ark mee te nemen in de strijd tegen de Filistijnen. Ze dachten: ‘Als we de ark bij ons hebben, is God er en zullen we de oorlog winnen’. Maar God laat Zich niet dwingen.
Denkbeelden
We perken God ook in. Terwijl God al onze grenzen te boven gaat. Bijvoorbeeld als we zeggen dat ‘God liefde is’ en niet over Zijn rechtvaardigheid spreken. Het is een beeld, een denkbeeld van God dat niet overeenstemt met wat God over Zichzelf in Zijn Woord zegt. We hebben allemaal onze gedachten over God. Vraag je eens af waar die gedachten vandaan komen. Is het God zoals Hij Zich aan je bekend heeft gemaakt door je van dood levend te maken? God vol van heiligheid en heerlijkheid voor wie je niet kan bestaan vanwege je zonde? De God die jij bidt om Zijn barmhartigheid en genade? We mogen wel steeds vragen: ‘Heere, leer mij U kennen zoals U bent. Leer me U dienen zoals U van mij als Uw schepsel vraagt’. God is door Zijn Woord niet ver van ons. Hij vertelt zoveel over Zichzelf als nodig is tot onze zaligheid.
Zuivere dienst
Uit de voorschriften voor de bouw van de tabernakel en de inrichting van de offerdienst kunnen we leren dat het dienen van God nauwgezet moet gebeuren. Gods heiligheid en heerlijkheid vraagt dit. De kleinste afwijkingen werden gestraft of waren het onderwerp van de vermaningen van de profeten. God is jaloers, na-ijverig op Zijn eer. Je kunt het vergelijken met de liefde tussen man en vrouw: daar is geen plaats voor een derde. Zo is het nog steeds. Paulus vermaant de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten. Als God Zich vanuit Zijn Woord – ook in Zijn oordelen over je leven – bekend maakt, verlang je niet anders dan meer uit dat Woord te horen. Twee keer naar de kerk op zondag is dan het hoogtepunt van de week.
Straf
Het kiezen van een eigen weg in het dienen van God heeft vreselijke gevolgen. Het roept de toorn, het oordeel van God op. Een oordeel dat doorwerkt in de geslachten. Vader en moeder gaan op wat minder vaak naar de kerk. Dat moet toch kunnen? Je bent wel eens erg moe. De kinderen vinden één keer op een zondag genoeg. Nu en dan een zondag overslaan, is ook niet erg. En de kleinkinderen gaan helemaal niet meer...
Vreselijke gevolgen van onze eigenwillige godsdienst. Gevolgen die onszelf en het nageslacht laten wegzinken in de eeuwige ondergang.
Belofte
En doe barmhartigheid aan duizenden van hen, die mij liefhebben, en mijn geboden onderhouden. De vreze des Heeren van opa of oma. De afhankelijkheid van de Heere, de ruimte die God door genade geeft in hun leven: wat maakt dat jaloers. De gebeden van de voorgeslachten, waar op God genade bewijst in de nageslachten. Ze zijn er nog, mensenkinderen in wiens hart de Heere werkt, die hun vinger in het gebed leggen bij dit gebod: ‘Heere, U barmhartigheid in duizend geslachten, bekeer mijn kind, mijn kleinkind’. Gods genade reikt ver om Christus wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2010
Daniel | 40 Pagina's