Dit was geen leven meer
Probeer jouw mening te verwoorden
Op mijn werk in een verpleeghuis maak ik veel mee. Fijne, maar ook moeilijke dingen. Ik zie mensen sterven. Als verzorgende probeer ik zorg en liefde te geven. Op het werk wordt er zo anders over sterven gesproken dan ik gewend ben. Men zegt: ‘Die mevrouw is gaan hemelen. Fijn, dit was ook geen leven meer!’ Hoe moet ik hier mee omgaan?
Het is fijn dat je het goed naar je zin hebt op je werk. Er zijn veel mensen die iedere dag met tegenzin gaan werken.
Voorrecht
Werk in de zorg is mooi. Je kunt mensen in de moeite van hun leven helpen in wat ze zelf niet meer kunnen en niet meer weten. Het vraagt liefde en geduld om er steeds voor de bewoner en de familie te zijn. Het is een voorrecht als God je de gave heeft gegeven om daarin met liefde te zorgen. Het vraagt ook veel wijsheid om dit Dit was geen leven meer werk te doen in een omgeving waar veel personeel en bewoners zich niet druk maken om God en Zijn Woord. Het is zeker nodig dat we ook daar onze christenplicht verstaan om met liefde te zorgen voor onze medemensen. Toch brengt werk, waar je het goed naar je zin hebt, altijd de nodige moeite met zich mee. Ook over mooi werk valt de schaduw van de zonde.
Dood als het einde
Veel mensen in ons land leven met de gedachte dat er geen God en geen eeuwigheid is. Ze zeggen: ‘Zo lang het leven er is, is de dood er niet en als de dood er is, is het leven er niet meer’. Je kunt daar in kinderboeken over lezen. ‘Oma, wat zal er gebeuren als ik sterf? Is dat erg?’ En oma zegt: ‘Waar was je voordat je geboren werd?’ Het kind antwoordt: ‘Toen was ik er niet. Daar weet ik niets van’. ‘Vond je dat erg?’ ‘Nee hoor,’ zegt het kind. Oma trekt de conclusie: ‘Na de dood is het precies zo. Dus dat is dan ook niet erg’.
Scherpe kantjes
Met die gedachte zijn je collega’s opgevoed. Daar hebben de dementerenden hun kinderen mee grootgebracht. Het leven op aarde is alles en met de dood is er niets meer. Natuurlijk twijfelt men wel eens: misschien is er toch wat. Men troost zich met de gedachte: ik heb ieder altijd het zijne gegeven en ik heb netjes geleefd. Dus als er wat is, komt het wel goed. Verder leeft in kerkelijk Nederland heel breed de gedachte dat uiteindelijk iedereen behouden is en in de hemel komt. Bij de dood spreken over de gedachte dat het nu helemaal is afgelopen, vindt men vaak nog wel wat hard voor nabestaanden. Daarom is de uitdrukking ‘die is gaan hemelen’ een vorm van troost. Het moet het scherpe kantje van de dood afhalen. Ook voor je collega’s schuift het de huiver voor de dood, die er heimelijk toch is, weg. Je kunt verder gaan met ‘eten, drinken en vrolijk zijn’…
Probeer te praten
Daar sta je dan. Midden tussen je collega’s die zo over de dood denken en spreken. Jij weet dat het anders is. Moet je je mond houden? Net doen of je het niet hebt gehoord? Als het goed is, heb je daar geen rust van. Maar wat dan? Probeer op de juiste tijd en de juiste plaats jouw eigen mening op grond van de Bijbel te verwoorden. Daar is geen plaats voor als je, net na het sterven, te midden van een huilende familie staat, die iets in hun verdriet stamelen.
Voor God verschijnen
Maar tussen je collega’s in de personeelskamer kun je wel wat zeggen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Dat zeggen jullie nu wel iedere keer, maar ik zou zo niet durven sterven. In mijn Bijbel lees ik dat je bij het sterven voor God moet verschijnen. En dat zal vreselijk zijn als je God in je leven niet hebt leren kennen’. Het kan goed zijn, dat je daar vervolgens toch met je collega’s even over kan spreken. Als je in het gesprek naast je collega’s staat, kan het best zijn dat ze er de volgende keer niet zo makkelijk meer over praten. Je mag er ook op wijzen, dat wij als mensen niet beslissen over wie ingaat in de hemel, maar dat de Heere dat doet.
In liefde werken
Als een bewoner zegt: ‘Dit is geen leven meer’, vraag dan eens waarom hij dat zegt. Er kunnen allerlei opmerkingen komen waarin je het nodige nog kunt betekenen in praktische zorg tot verlichting van het lijden. Ook in zo’n gesprek ontstaat er veelal een mogelijkheid om aan te geven dat jij dat niet zo makkelijk zou durven zeggen, omdat er een leven na dit leven is. Een leven dat je alleen gerust tegemoet kan gaan als je weet van een verandering door God en Zijn Woord in je leven. Wil je met familie in gesprek raken, dan moet er veelal een zekere band zijn tussen jou en de familie. Zo’n gesprek moet je voeren buiten de kamer van de stervende. Als je direct wordt aangesproken, kun je zeggen: ‘Ik zou dat zo niet durven zeggen’. Vraag iedere dag om wijsheid om je werk met liefde te mogen doen en een woord te spreken op Zijn tijd en plaats. We zwijgen te veel waar we moeten spreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 2010
Daniel | 36 Pagina's