Galmend gezang zonder liefde
Bijbelstudie Amos 5:11-27
We hebben al een aantal keren Gods Woord in het boek Amos overdacht. Welke vrucht heeft het in jouw leven gebracht? De Heere zoekt de vrucht van bekering. En als dat uitblijft na liefdevolle waarschuwingen, dan zal God ander geschut gaan gebruiken. Van ‘woorden’ gaat Hij dan in ‘daden’ over. Lees eerst vers 11 tot 27 vandaag is. God ziet hoe de armen een ‘last van koren’ moeten betalen. Die ‘last’ is een zware en overdreven rente, terwijl God dat had verboden (Deuteronomium 23: 19). De armen lagen krom voor de rijken om hun mooie huizen te betalen. Normaal werden ‘gehouwen’ stenen alleen gebruikt voor de tempel en een paleis. Maar de rijken vonden dat ook wel mooi… God zag die mooie huizen en wijngaarden. Hij zag het als overtredingen (vers 12). Misschien probeerde de arme man zijn recht te halen bij de rechter die in de poort zat. Maar hij vocht tevergeefs, want met genoeg ‘zoengeld’ deed de rechter niets voor de armen (vers 13). God zal zulke dingen niet ongestraft toelaten. Niet toen; niet nu.
Verkeerde stilte?
Het zwijgen waar Amos van spreekt in vers 13 kan goed of slecht zijn. Als hij een berustend zwijgen onder Gods rechtvaardige oordelen bedoelde, dan is het goed. Dat zwijgen is vrucht van Gods Geest. Maar het kan ook een heel ander zwijgen zijn. Iemand heeft eens gezegd: “Het enige wat nodig is om de kwaden te laten triomferen, is dat de goeden zwijgen!” Misschien is dat ook wat Amos bedoelde in vers 13. Als Gods kerk zwijgt, dan gaat het zoals in Israël, van kwaad tot erger. Zijn wij ook niet veel te zwijgzaam?
IJdele hoop
God spoort ons aan Hem echt te zoeken. In het algemeen was iedereen er van overtuigd dat de Heere met hen was (vers 14b). Dat concludeerden ze omdat alles in het leven zo goed ging. Toch zag Amos het oordeel van God over al die schijngodsdienst. Hij hoorde Gods voetstappen nabijkomen. En het oordeel dat hij over Israël zag komen, bracht hem tot deze klaagzang (vers 1). We komen niet zo vaak mensen tegen die uitkijken naar het laatste oordeel. Maar je vond ze wel in het oude Israël! Omdat ze overtuigd waren dat God met hen was. Het zou alleen maar beter worden… Jammer dat Amos daar een streep doortrekt (vers 18-20). De dag des Heeren is een ontmoeting met een heilig en rechtvaardig God. In zekere zin voelden de Israelieten zich veilig. Ze zijn als het ware de leeuw ontsnapt... om nu een beer - het oordeel- te ontmoeten! Niet veilig dus! Een ander beeld is ‘de slang in de muur’, zoals slangen zich vaak verborgen in de huismuren. Dan denk je veilig te zijn in huis en bijt opeens zo’n slang. Daarmee tekent Amos weer de valse gerustheid. Denken wij bereid te zijn voor de Godsontmoeting? Dan moeten we ons toch afvragen waarop we dat baseren. Anders voelen wij ons ten laatste veilig.
Godsdienstig
Veel mensen zijn ‘gerust’ omdat ze trouw zijn in hun godsdienst. Amos waarschuwt weer tegen deze geestelijke houding (vers 21-23). God walgt van godsdienstige feestdagen, van de volle collectezakken, van het galmende gezang wanneer er geen ware liefde voor Hem en voor de buurman wordt gevonden. God haat een uitwendige, orthodoxe vormendienst! Hoe weten we nu dat onze godsdienst waarlijk uit het hart komt? Gods Woord komt altijd bij hetzelfde antwoord uit: uit de vruchten kent men de boom. En die vruchten, daar heeft Amos het al heel veel overgehad. Hij zegt dat weer in vers 24, zoals de kanttekeningen daarbij zetten: ‘Wees overvloedig in het recht en de gerechtigheid die Ik eis’. Maar zijn dan alleen de vruchten van een ‘actief christelijk leven’ ware vruchten? Nee: het moet voortkomen uit de wortel van de liefde tot God en het geloof in de Heere Jezus. Het is de vrucht van een verbroken en vernederd hart dat op God vertrouwd. Dat werd totaal gemist en daarom kon een ‘godsdienstig leven’ zo makkelijk gecombineerd worden met een ‘sociaal zedeloos’ leven.
Oordeel
Uiteindelijk brengt Amos zijn preek tot een einde. De laatste verzen van dit hoofdstuk zijn de moeilijkste verzen. Natuurlijk zijn ‘offeranden’ en andere uiterlijke vormen in het dienen van God niet onbelangrijk. God heeft dat Zelf zo ingesteld. Maar het gaat uiteindelijk om het hart in de juiste vorm. En daarin faalt Israël. Want Bethel en Dan zijn niet de juiste vorm. Bovenal wordt het hart van liefde en geloof in de HEERE God gemist. Als dat bij ons ook gemist wordt, dan zal eeuwige ballingschap ons einde zijn, zoals Israël uiteindelijk ver van huis werd weggevoerd (vers 27). Haast je daarom, terwijl Hij nog te vinden is.
bijbelstudie@jbgg.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 2009
Daniel | 32 Pagina's