Met blijdschap aangenomen
Van voetballer tot dominee. Ds. A. Elshout ruilde het publiek in stadions in voor het kerkvolk. Het is bijna twintig jaar geleden dat hij overleed. Over het oudbestuurslid van de Jeugdbond verscheen een levensbeschrijving die zeker de moeite waard is. “Arie Elshout moet dominee worden, dat weet niemand dan de Heere alleen.”
“Met een diepe zucht legt kandidaat Elshout de brief terzijde. Hij weet niet wat hij moet doen. Hij vraagt de Heere om licht, maar krijgt het niet. Hij vraagt om helderheid, het ontbreekt hem, hij smeekt om antwoord, maar ’t blijft stil. Vijfendertig beroepsbrieven van even zoveel gemeenten. Allemaal zien ze uit naar een eigen herder en leraar. Ze bidden ongetwijfeld om zijn overkomst. Nadat hij de brieven ontving, heeft hij elke beroepende gemeente een brief teruggeschreven: ‘Uw beroepsbrief heb ik ontvangen, waarvoor ik u hartelijk dank. Daar uw beroep niet het enige is, leg ik het bij dezen onder biddend opzien tot de Heere voor Zijn aangezicht neder, of Hij mij genadiglijk leren mocht de weg door Hem bepaald en Hij mij genade schenken mocht om te volgen waar Hij wil dat ik heen zal gaan.’
Spanning
Dat is snel opgeschreven, maar nu de praktijk. […] De termijn verloopt, de gemeenten wachten op antwoord en Elshout weet niet waarheen de Heere wijst. Maar stel je voor dat de Heere het hem ook niet bekendmaakt, dat het stil blijft. Angst bekruipt de kandidaat. Hij gaat op zijn knieën om de Heere om licht te bedelen. Kinderlijk klinkt het ten slotte: ‘Heere, ik leg al de beroepsbrieven in alfabetische volgorde voor U neer... als de gemeente er bij is waarheen U wilt dat ik gaan zal, maak mij daar dan werkzaam mee, en ik zal daar heen gaan, Amen.’ […] Het aantal brieven vermindert, de spanning stijgt. Nog vijf brieven. Zie je wel, de Heere antwoordt niet. Dat kan maar één ding betekenen, de alwetende God wil van hem niet weten. Twijfel bekruipt Elshout. Alles gaat op de zeef: het nut van gebed, de echtheid van zijn roeping tot het predikambt, zijn genadestaat, zelfs het bestaan van God.
Blijdschap
Maar ook ditmaal doet Hij op het noodgeschrei grote wonderen. Al is het in een onverwachte weg. Het beroep van de Gereformeerde Gemeente van Utrecht ligt voor de kandidaat. […] En nu lukt het hem niet om de brief weg te leggen. In gedachten ziet Elshout de gemeente voor zich, op de galerij veel jonge mensen. Mensen die leiding nodig hebben, mensen die het Woord moeten horen. Maar de kandidaat probeert het van zich af te zetten. Er zijn toch ook andere gemeenten met veel jonge mensen? Maar wat hij ook doet of denkt, steeds sterker komt de roep op hem af: ‘Kom over en help ons.’ […] Hij schaamt zich. De Koning van de Kerk is kennelijk meer begaan met Utrecht dan hij, die zelf zoveel barmhartigheid heeft mogen ondervinden. Niet alleen gewilligheid, maar ook blijdschap maakt zich van hem meester: het Evangelie te mógen prediken. Elshout buigt onder de wonderen van Gods gunst en macht. Hij wijst de weg, wat een gunst. Hij wijst onwederstandelijk, wat een macht. Enkele dagen later bericht kandidaat Elshout aan Utrecht dat hij het hemels gezicht (van de Macedonische man) niet ongehoorzaam is en - daartoe overreed door de Heere - met blijdschap het beroep, door de gemeente op hem uitgebracht, aanneemt.”
A.F. van Toor, Aan armen uit genâ. Uit het leven van ds. A. Elshout (Houten: Den Hertog 2009)
ISBN 9789033121463; 310 blz.; € 19,90.
Lees hoofdstuk 10 op www.jbgg.nl/daniel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 2009
Daniel | 32 Pagina's