JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Moeilijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Moeilijk

4 minuten leestijd

In ons land wonen heel veel mensen die weinig of niets weten van de Bijbel en het geloof. Het gaat om ongeveer 12 miljoen mensen. Van de geboren kinderen wordt nog maar 25 procent gedoopt. Elk jaar worden er in ons land ongeveer 150.000 kinderen geboren die niets meer met het christendom, de Bijbel en het geloof hebben. Nederland is een onkerkelijk land geworden. We noemen dit de secularisatie. Vooral onder jongeren is de secularisatie enorm hoog. Hoe gaan wij, gedoopte mensen, daar mee om?

Op de catechisatie hadden we het onlangs over de schepping. In artikel 1 van de Geloofsbelijdenis staat dat we geloven in God de Vader de Almachtige, Schepper van hemel en aarde. Vanuit de Bijbel weten we dat God hemel en aarde heeft geschapen. We weten ook dat de meeste mensen in ons land geloven in evolutie. De evolutie leert dat de mens toevallig is ontstaan en dat hij net als een dier geen leven heeft na de dood. Dood is dood, dat is de levensvisie van heel veel mensen, ook jongeren. Vanuit de Bijbel, en vanuit de gedachte dat God onze Schepper is, weten we dat dit niet waar is. Toch weten heel veel jongeren en ouderen in ons land niet beter of er is niets meer na de dood. In ieder geval vinden veel mensen dit niet erg belangrijk. Terwijl het vanuit de Bijbel juist wel heel belangrijk is. Na de dood komt immers het oordeel?

Niet in beeld
We hadden het op de catechisatie over de vraag hoe je dit soort dingen met niet-kerkelijke mensen kunt delen. In de Bijbel hebben wij immers een enorme schat aan informatie die ook voor niet kerkelijke mensen heel belangrijk is. En elke gedoopte christen is verplicht om iets met die wetenschap te doen, bijvoorbeeld voor andere mensen in zijn omgeving. De Bijbel doorgeven is een centrale taak voor elke gedoopte christen. Sommige jongeren vertelden dat ze eigenlijk nooit met niet-kerkelijke mensen in contact kwamen. De buren of andere jongeren op het zaterdag baantje waren wel onkerkelijk, maar daar bemoeiden ze zich niet mee. De jongeren van de kerk en de school waren genoeg.

Na de dood
Andere jongeren vertelden dat ze wel contact hadden met andere niet kerkelijke jongeren, maar dat ze met die jongeren niet spraken over de dingen van de Bijbel. Daar was toch geen belangstelling voor. Weer andere jongeren vertelden dat ze niet goed wisten hoe ze dan met andere jongeren erover zouden moeten spreken. Ook als er vragen werden gesteld, bijvoorbeeld over leven na de dood, dan wisten ze niet goed hoe ze daarover iets zouden kunnen zeggen. De conclusie was eigenlijk, dat we wel een Bijbel en een belijdenis hebben, maar dat we daarover vooral onder elkaar praten. Anderen komen eigenlijk niet in beeld. Dat vinden jonge mensen, en misschien ook ouderen, moeilijk. En daarom laten we het na. Natuurlijk, het bovenstaande is maar een enkel voorbeeld. Misschien zijn er ook wel jongeren en ouderen die wel proberen om aan andere mensen iets over de Bijbel te vertellen.

Zo weinig
Toch vind ik het wel opmerkelijk dat jongeren, die een reformatorische basisschool hebben doorlopen, die refor matorische middelbaar onderwijs volgen, die elke zondag in de kerk zitten en die de vereniging en de catechisatie bezoeken, kennelijk, in meerderheid niet goed weten hoe ze met niet kerkelijke mensen over de belangrijke dingen van de Bijbel kunnen praten. Ook bij veel ouderen merk je die verlegenheid. Het is zo moeilijk iets te zeggen, hoor ik nogal eens. Ook als onkerkelijke mensen daar nadrukkelijk om vragen. We gaan de vragen uit de weg... Ergens doen we het – denk ik – niet goed. Vanzelf het gaat over de heilige dingen van Gods Woord. Daar kun je niet oppervlakkig over praten. Het moet ook niet zo maar eventjes een babbeltje worden. Dat begrijp ik allemaal heel goed. Toch blijf ik zitten met de vraag hoe het komt dat we kennelijk zo weinig en zo moeilijk kunnen praten over de dingen die toch heel belangrijk zijn. Hebben we nog wat te zeggen als onze onkerkelijke buurman bij ons komt en zegt dat hij ziek is en over enkele weken zal sterven? Of laten we hem dan maar zonder een woord van God gaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

Daniel | 36 Pagina's

Moeilijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

Daniel | 36 Pagina's