JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Twee eindbestemmingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twee eindbestemmingen

Leven is een voorbereiding voor de eeuwigheid

6 minuten leestijd

Het herfstseizoen is weer aangebroken met het kouder worden en de kalende bomen. Jesaja vergelijkt daar het korte mensenleven rmee. Wij allen vallen af als een blad. Straks valt ook onze levensboom, en als de boom naar het zuiden of als hij naar het noorden valt, in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen. Daar is een eeuwige bestemming voor onze levensreis. Het zal eeuwig in het zuiden –met God en delend in Zijn gemeenschap – of eeuwig in het noorden – van Hem gescheiden, onder Zijn toorn in de buitenste duisternis – zijn. Wat een eeuwig verschil.

Het woord ‘eeuwig’ wordt niet altijd in dezelfde betekenis in Gods Woord gebruikt. Soms wordt er onwankelbare vastheid mee aangegeven. We lezen bijvoorbeeld in Deuteronomium 33: 15 ‘van eeuwige heuvelen’. Soms wordt er levenslang mee bedoeld, zoals bij de vrijgelaten slaaf die zich vrijwillig aan zijn heer verbond: en hij zal hem eeuwiglijk dienen (Exodus 21: 6). Als er in Genesis 17: 13 van een eeuwig verbond met Abraham gesproken wordt, geeft het de duurzaamheid van dat verbond aan. We lezen in Prediker 12: 5 dat de mens naar zijn eeuwig huis gaat. Daar wordt niet de eeuwige bestemming, maar het graf bedoeld. Hoewel dat natuurlijk wel inhoudt dat die mens op zijn eeuwige bestemming is aangekomen. Daarom zijn het wel woorden van grote ernst. Mochten we er maar meer ernst mee maken en niet zo druk zijn met van alles en nog wat en vergeten dat één ding nodig is. Ons leven heeft een begin, maar ook hebben we een onsterfelijke ziel met een eeuwige bestemming. Daar betekent ‘eeuwig’ daarom: nooit eindigend, want de levensboom zal blijven waar hij gevallen is.

Troost
Als er van God gesproken wordt, heeft ‘eeuwige’ een andere betekenis. Zijn bestaan is zonder begin en zonder einde, zonder veroudering of verandering. Wat een troost voor Gods kinderen is het dat Hij de Onveranderlijke is en daarom worden kinderen Jacobs niet verteerd, hoezeer dat ze dat ook verdiend hebben. Van die eeuwige God wordt op veel plaatsen in de Schrift gesproken, bijvoorbeeld in Psalm 90: Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God (vers 2). Ook in Psalm 102 wordt de onvergankelijkheid, de eeuwigheid van God gesteld tegenover het vergankelijke van ons bestaan. Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden. Wie zou Hem niet vrezen, die eeuwige Koning en voor Hem buigen? Toch doen we dat van onszelf nooit hoezeer we daar ook toe worden genodigd en geroepen.

Voorbereiding
Ons leven is een reis. Vroeger werd vaak een uitdrukking gebruikt in de preek die misschien nu wat ouderwets in de oren klinkt, maar die toch heel treffend de werkelijkheid van die reis tekende. Je hoorde dan zeggen: ‘Mijn geliefde medereizigers naar een nimmer eindigende en alles beslissende eeuwigheid’, en dan wist je wel wat daarmee bedoeld werd. Ons leven is genadetijd, is gegeven ter voorbereiding op de eeuwigheid die aanstaande is. Als student liep ik eens met een ouderling na de dienst over straat op weg naar zijn huis. Aan de overkant van de weg stond een groepje jongeren die beslist niet naar de kerk geweest waren, dat was duidelijk. Ze staken, toen we dichterbij gekomen waren, de straat over en een van hen vroeg om een vuurtje voor zijn sigaret, wat hem door de ouderling gegeven werd. Maar toen kwam de vraag: ‘Wat hebben jullie een mooi pakkie aan ,waar gaan jullie naar toe?’ Het gaf me aanleiding de vraag bij hen te leggen: ‘Dat was een goede vraag. Waar gaan wij, ook jullie naar toe?’ Daar was even een onverwachte gelegenheid te spreken over de grote reis en de tweeërlei bestemming aan het eind daarvan.

Paspoort
In april en oktober hopen mijn vrouw en ik een reis naar onze kinderen in de Verenigde Staten te maken. Dan moet je wel een geldig paspoort hebben en heel wat andere voorbereidingen maken. Dat betreft dan wel een reis waarvan je hoopt weer terug te komen, maar dat is niet zo met onze levensreis. Die boom, weet je, blijft liggen daar waar die gevallen is. En hij valt wel in de richting waar hij al naar overhelde voordat die windstoot hem omver deed gaan. Waar helt onze boom toe over? Je kunt het weten: waar gaat je hart naar uit, wat zoek je? Wat is je hoogste verlangen? De dichter van Psalm 73 kon zeggen: Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen.

Bruidegom
Lees nog eens in je Bijbeltje dat gedeelte uit Mattheüs 25 over ‘het oordeel’, dat zo ernstig eindigt: En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. We lezen de dringende, ernstige roepstem, ook tot jullie, in Jesaja 55: Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is (vers 6). Dat zoeken moet je doen op je knieën, in Gods huis, of als er maar ook maar een gelegenheid is, ook bij weekdiensten. En al heb je het misschien druk met studie of werk, als je honger hebt, vind je al gauw een gelegenheid. Zoek de HEERE in Zijn Woord en in goede lectuur, waarin je leest wie God wil zijn in Christus voor een verloren zondaar die als een schuldige tot Hem de toevlucht mag nemen. ‘Voegt u bij de Godgezinden, ge moogt er Jezus nog eens vinden’. Dat is weer zo’n oude uitdrukking, maar die niet zonder betekenis is. Het is niet eender wie je vrienden zijn, of welke gelegenheden je bezoekt. De Heere is nog niet klaar met Zijn werk. Hij stuurt geen echte bedelaar weg. Maar we moeten wel bedelaar gemaakt en gehouden worden. Vraag er maar om. En gebruik de onzekere tijd die je gegeven wordt voor dat ene, dat onmisbaar is. Dat is: Gereed te zijn, als de Bruidegom komt.

Jaloers
Hij is het zo waard Hem al in je jeugd te vrezen en te dienen. Met Hem kun je door het leven, maar ook eruit, om God te ontmoeten. Zul je dan aan Zijn linkerhand moeten staan, of zal het zijn aan Zijn rechterhand. Wat een groot onderscheid zal er dan zijn. Hier in dit leven is er al een scheiding: soms kun je je die zien, als bijvoorbeeld het Heilig Avondmaal wordt bediend. Als Gods kinderen – zij die de Gastheer nodig gekregen hebben en ook iets van Hem hebben leren kennen – worden genodigd. Soms kun je die zien als zij op hun sterfbed liggen, al krijgt lang niet iedereen dat. Maar als zij soms met blijdschap getuigenis mochten geven van het blij vooruitzicht dat hen streelde. Als ze daar, moe van het zwerven, mochten spreken van Hem Die gekomen was om hen thuis te brengen. Ik wilde dat ik je er jaloers op kon maken. ‘Welgelukzalig is het volk dat het geklank kent, wiens God de Heere is’. Hij roept ook jullie nog en er is nog een plaats bij Hem. Gelukkige zoekers, die eens vinders zullen worden. Dan zal je eeuwig zingen van Zijn goedertierenheid en Hem danken en eren, omdat Hij het gedaan heeft. Wat een wonder, wat een blijdschap zal dat zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

Daniel | 36 Pagina's

Twee eindbestemmingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

Daniel | 36 Pagina's