Hervormingsdag herdenken
Luther leerde dat vergeving een groot wonder is
Het is al zo lang geleden dat de Reformatie begon. Bijna 500 jaar… Moet je nu nog naar het verleden kijken? Moet je dan nu nog Hervormingsdag houden? Is het niet belangrijker de vragen van vandaag onder ogen te zien? Er is zoveel gaande op het kerkelijk erf. Dat laatste is waar, maar de Hervorming was niet niks: van de geschiedenis kunnen en moeten we leren.
Luther worstelde met de vraag: ‘Hoe krijg ik een genadig God?’ De roomse leer hielp hem er niet uit. De gangbare kerkleer zei dat als je de sacramenten gebruikte, die aan jou de genade zouden meedelen. Maar Luther vond er geen rust door. De roomse leer zei ook dat je je zonden moest opbiechten bij de priester. Hij kon absolutie geven en dan had je ook echt vergeving. Maar Luther vond er geen vrede door. Die vrede vond hij ook niet door het doen van goede werken. Hij geselde zichzelf, deed gedroogde erwten in zijn schoenen. Zo pijnigde hij zich om betere, minder zondige gedachten te krijgen. Maar het hielp niet. Ook een reis naar Rome en het op zijn knieën beklimmen van de Pilatustrap bracht geen oplossing. Steeds meer ging hij in het Woord zoeken. Dat was in de rooms-katholieke traditie helemaal niet gebruikelijk. Van officiële kerkelijke zijde werd dat ook niet aanbevolen. Gelukkig waren er personen rond Luther die hem wel op het Woord wezen. Von Staupitz, zijn biechtvader bijvoorbeeld.
Gered
Na lang zoeken en een bange strijd ging Luther het licht op. Vanuit het Woord: de rechtvaardige zal door het geloof leven. Dat was voor hem de poort des hemels. Zijn moegestreden hart vond rust door het geloof in Christus. Toen mocht hij geloven dat de Heere Jezus zijn zondeschuld voor hem persoonlijk gedragen had. Toen vond hij vrede. Want God kan alleen tevreden zijn met volmaakte gehoorzaamheid aan Zijn heilige wet en met volkomen betaling voor de schuld. En dat kon Luther nooit zelf opbrengen. Dat heeft alleen de Heere Jezus opgebracht. Wie door het geloof Hem en Zijn gerechtigheid eigenen mag, is rechtvaardig voor God en vindt vrede bij Hem. Dat geloof werkt de Heere door Zijn Geest in het hart. Dat geloof leert steunen op het Woord, en door dat Woord op Christus en Zijn volbrachte werk. Dat moest Luther leren. Beter: dat heeft hij van de Heere mogen ontvangen. Toen was zijn ziel gered, gerechtvaardigd.
Het hart
Dát is het hart van kerkhervorming: de rechtvaardiging van de zondaar alleen door genade. Alleen door Christus. En er deel aan krijgen, is een zaak van het geloof. Dat geloof is niet iets dat mensen kunnen bewerken. Want dat geloof werkt de Heilige Geest. Door het Woord. Daarom is prediking van levensbelang. De prediking van zonde en genade, de verkondiging van Christus. Daar heeft Luther op gewezen. We mogen gerust zeggen dat Johannes Calvijn nog helderder dit licht van Gods Woord heeft doen schijnen. Hij liet bij uitstek het Woord spreken. Krachtig bracht hij naar voren de bijbelse leer van Gods soevereiniteit, van onze totale verlorenheid en van Gods eenzijdige genade.
Levensvragen
Misschien vraag jij je ook wel af: zou God bestaan? Die vragen leefden vroeger ook. Het is belangrijk dat wij alle vragen in het licht van Gods Woord benaderen. De Bijbel noemt degene die God ontkent een dwaas. Paulus op de Areopagus ging geen discussie aan over het godsbestaan of over de vraag welke godheid de echte zou zijn. Hij proclameerde de Schepper en zei: “Jullie moeten je tot Hem bekeren want Hij geeft jullie de adem en straks sta je voor Zijn rechterstoel.” Anderen vragen vandaag: Moet je de Bijbel helemaal letterlijk nemen? Zat Jona echt in de vis? Waren de scheppingdagen gewone dagen? God is zo groot: wij begrijpen het niet. De Bijbel vraagt niet wat wij er van vinden, of wij het begrijpen. God vraagt gehoorzaamheid. Hij vraagt dat wij eerbiedig zullen luisteren. Naar alles wat Hij openbaart. En dat wij in ootmoedige verwondering zullen letten op de bekendmaking van Zijn genade. Vaak lijkt, waar zulke kritische vragen gesteld gaan worden, de zielevraag een gepasseerd station. Mensen noemen zichzelf ‘gelovigen’. Maar de vraag is: kreeg men ooit echt met God te doen en met de eigen zondelast; was men ooit echt God kwijt vanwege de scheiding die wij maakten? De gelijkenis van de verloren zoon laat ons zien, dat het daarmee begint, als een mens tot zichzelf komt. Wie zo van de heilige God leert, krijgt Zijn Woord lief.
Verloren
Iemand zei eens: ‘Iedereen mag toch de vergeving geloven?’ Kun je het zo zeggen? Vergeving hoort bij en volgt op schuldbelijdenis, op berouw en op het als een strafwaardige vragen om vergeving. Vergeving is geen oppervlakkig gebeuren. Het is een groot wonder. Denk maar aan Luther en zijn worsteling. Maar iedereen mag toch komen? Dat is zeker waar. Maar de werkelijkheid is dat geen mens uit zichzelf komt. Zo erg is onze verlorenheid. De Heere Jezus zei het al: Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader Die Mij gezonden heeft hem trekke (Johannes 6: 37). Misschien hoor jij om je heen het wel anders zeggen. Zoals een jongere het voorstelde: ‘Het wordt ons gepredikt, we geloven en bidden. We doen Zijn geboden en wandelen met Hem’. Je voelt zelf wel aan dat dan helaas een heleboel wordt overgeslagen.
Geloven
Anderen zeggen openlijk: ‘Als ik niet uitverkoren ben, kom ik er toch niet’. Ook dat is een houding die beslist onbijbels is. De Heere vraagt dat we serieus omgaan met de genademiddelen. We moeten Zijn Woord onderzoeken, biddend ons onder de prediking zetten. Hij verlangt van ons dat we de zonde verlaten en belijden en Zijn Woord ter harte nemen; dat we Zijn evangelie geloven. Deze klem mogen we niet wegschuiven, maar we moeten ernstig werkzaam zijn met het Woord. We leven als verantwoordelijke mensen voor Gods aangezicht. De Heere Jezus leert dat daarbij de wedergeboorte onmisbaar is. Want anders komen we niet in het rijk van God. We moeten niet om de noodzaak van dat wonder van God heenwerken.
Heerlijk
We kunnen dat doen door eenzijdig nadruk te leggen op het appel, op moeten geloven, op Jezus’ gewilligheid. Nu moet de verantwoordelijkheid van de mens zeker de volle nadruk krijgen. Maar tegelijk moet zijn totale, vijandige doodstaat aan de orde komen. Gijlieden wilt tot Mij niet komen, zei de Heere Jezus. En Johannes leerde: Het Licht heeft in de duisternis geschenen, maar de duisternis heeft het niet begrepen. Het grote wonder van Gods genadeverbond is dat Hij niet alleen het heil doet verkondigen, de genade aanbiedt, maar dat Hijzelf ook toepast. De Heere brengt Zelf door Zijn Geest en Woord het heil in het hart van de door Hem verkoren Adamskinderen. Als dat niet gebeurde, kwam er nooit één mens. Van dat wonder kan niet heerlijk genoeg gesproken worden. Daarom worden er mensen bekeerd; ook vandaag.
Aanbidding
Herken je de vraag, de worsteling van Luther? Spreekt jouw geweten ook? Over je schuld bij God? Hoe ga jij daarmee om? Bij de Heere is raad. Zoek die. En bij Hem is vergeving. Zoek die te leren kennen, als een verloren, schuldige zondaar. Of zegt dit je niets; zie je niet in hoe groot gevaar je verkeert? Haast je toch. Het is een onzegbaar wonder dat de Heere mensen bekeert en tot het geloof aangaande Zijn genade brengt. Daaruit spreekt Zijn ondoorgrondelijke zondaarsliefde. Hij gaf er Zijn Eigen Zoon voor; tot in de dood. En dat voor zo één. Dat zal tot eeuwige verwondering en aanbidding leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2009
Daniel | 36 Pagina's