Goed vertellen doet goed luisteren
Bijbelvertelling is heilsgeschiedenis
U bent gevraagd om leiding te gaan geven aan een groep van de zondagsschool in uw gemeente. Daar ziet u best tegenop. U leest voor uw eigen kinderen regelmatig uit de kinderbijbel. Maar een bijbelse geschiedenis vertellen… hoe moet dat? Daarover ging de lezing op de jaarvergadering van de Bond van Zondagsscholen. In dit artikel een samenvatting.
Als we een bijbelse geschiedenis vertellen, is dat niet zomaar een verhaal. We hebben in de Bijbel te maken met heilsge schiedenis. Die heeft een doel. Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods, en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam (Johannes 20: 31). In de vertelling moeten we de kinderen eerlijk voorhouden wat God over de mens zegt in Zijn Woord. We moeten kinderen vertellen over de mogelijkheid van zalig worden en de eis van God tot bekering. Maar ook hoe de Heere dat werkt: door Zijn Woord en Geest.
Persoonlijk
Gods Woord vertellen, wie kan dat? We hebben een verstand dat verduisterd is. Daarom is eerst nodig het gebed om de hulp en de verlichting van de Heilige Geest. Daarna moet het bijbelgedeelte in zijn geheel doorgelezen worden. Dan ontstaat een totaalbeeld van de geschiede nis. Vervol gens wordt het bijbelgedeelte tekst voor tekst doorgelezen. Overweeg daarbij: begrijp ik wat hier staat? Lees daarna de kanttekeningen of een Bijbelverklaring. Zij geven weer wat er met bepaalde woorden en zinnen wordt bedoeld.
Strekking
Vervolgens moet u vaststellen wat de strekking, de bedoeling is van de geschiedenis is. Dat kan een heenwijzing zijn naar het werk van de Heere Jezus. Een duidelijk voorbeeld is de geschiedenis van de koningin van Scheba. De Heere Jezus zegt in Mattheüs 12: 42 En zie, meer dan Salomo is hier. Verder zijn er ook geschiedenissen waarin een boodschap ligt voor ons. Wat er in die geschiedenis gebeurt, staat niet zomaar willekeurig in de Bijbel. Het heeft ons iets te zeggen. Er zijn ook bijbelgedeelten met een expliciete boodschap, denk aan de gelijkenissen, de profeten en de brieven van Paulus.
Geschiedenis
Bij het voorbereiden van de geschiedenis zijn er altijd onderwerpen die vragen om nadere uitleg. Een voorbeeld: Jakob zegt tegen God: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent. De zegen komt in het Oude Testament vaak voor. Aan jonge kinderen zal uitgelegd moeten worden wat zegenen is. Met name als u aan oudere kinderen vertelt, kunt u goed gebruik maken van achtergrondinformatie. Zo krijgt de vertelling iets nieuws. Vervolgens bepaalt u waar en onder welke omstandigheden de geschiedenis heeft plaats gehad. Lees daarom ook het voorgaande hoofdstuk. Als u een situatie uit wilt schilderen, moet u weten hoe de omgeving was. Overigens is het bij veel geschiedenissen goed om een bijbelse atlas erbij te houden. Dan krijgt u een indruk van de plaats en de afstanden. Verder moet de geschiedenis in de juiste tijd worden geplaatst. Het is in het verleden werkelijk gebeurd. Laat in de vertelling enkele kenmerken van die tijd naar voren komen, zoals bijvoorbeeld het nomadenbestaan en het wonen in tenten. Het is voor de opbouw van de vertelling belangrijk te weten welke personen er in de vertelling naar voren komen. En dan vooral hoe zij naar voren komen. Hoe is hun relatie tot de Heere en tot elkaar? Typeer hen zoals de Bijbel dat doet. Maak mensen niet zwarter dan ze zijn, of juist beter. Bedenk vooral: zijn deze personen voorbeelden voor ons, of juist niet? Het taalgebruik van uw vertelling moet dichtbij de kinderen staan, maar mag nooit te ver van de Bijbel verwijderd zijn. Gebruik gerust woorden uit de Bijbel, maar leg ze wel uit.
Vertelling
Vervolgens vraagt u zich af: hoe ga ik deze geschiedenis vertellen? Het begin van de vertelling is belangrijk. Begin met iets dat de belangstelling van de kinderen prikkelt. Dus niet met een medede ling als: “Nu ga ik een geschiedenis vertellen over Jakob die Ezau ontmoet en die het weer goed maakt. Luister maar...” Het verrassingsele ment is er dan helemaal uit. Begin met een pakkend begin: “‘Hij komt eraan, heer Jakob! En hij heeft vierhonderd mannen bij zich!’ Ontzet luistert Jakob naar de boodschappers. De angst staat op hun gezichten te lezen…” Zorg er voor dat u de eerste tien of vijftien regels van de vertelling letterlijk in uw hoofd heeft; schrijf ze eventueel op. Het geraamte van de vertelling wordt gevormd door de verschillende handelingen. Het één moet in het juiste verband staan met het ander, want anders loopt de vertelling niet. Schrijf deze puntsgewijze op. Het is als het ware de kapstok voor uw vertelling. Elke vertelling heeft hoogtepunten en dieptepunten. Bij de voorbereiding moeten we er erg in hebben dat de vertelling ergens heenleidt. Door dieptepunten heen gaat het naar een hoogtepunt toe. De kinderen die luisteren, moeten benieuwd zijn naar de uitkomst. Ook de laatste zinnen van de vertelling moet u goed in uw hoofd hebben. Anders bestaat het gevaar dat de vertelling abrupt eindigt. ‘Goed vertellen doet goed luisteren’. Neem daarom de tijd voor de voorbereiding en begin er niet te laat mee. De kinderen zullen het merken als de stof door u heen is gegaan. Ze zullen het, als het goed is, ook merken als u het biddend hebt voorbereid. Maar er is ook een andere kant. Een vertelling blijft slechts een hulpmiddel. De Heere is, met eerbied gesproken, niet afhankelijk van onze vertelkunst. Hij alleen kan de wasdom geven. Als dat gebeurt, is de vertelling pas echt tot zijn doel gekomen. Dan kan de Heere er ook alleen de eer van ontvangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2009
Daniel | 36 Pagina's