Bloed is leven
Ruim 400.000 mensen geven bloed
Louis heeft leukemie. Dagelijks heeft hij nieuw bloed nodig. Mirthe verloor veel bloed tijdens een verkeersongeval. Een bloedtransfusie redde haar leven. Ralf ligt met ernstige brandwonden in het brandwondencentrum. Hij krijgt speciale bloedproducten toegediend. Bloed is leven, dat door donors wordt gegeven. Sanquin Bloedbank ontvangt de bloeddonors en zorgt voor de verwerking van het bloed. Zes vragen aan Annemieke Habraeken van Sanquin Bloedbank.
1. Waarom zou je bloed geven?
“Bloed geef je omdat je graag medemensen wilt helpen die, om welke reden dan ook, bloed nodig hebben om te kunnen leven of te overleven. Je doet dit in Nederland vrijwillig en onbaatzuchtig. Je krijgt er dus geen geld voor. Veel mensen in Nederland zijn afhankelijk van bloeddonaties. Patiënten met bloedkanker -leukemie- of met hemofilie -een andere bloedziekte- hebben meestal bloedproducten nodig. Daarnaast is er bloed nodig voor bijvoorbeeld operatiepatiënten.”
2. Hoe gaat bloed geven in z’n werk?
“Elke keer als je bloed wilt gaan geven, word je medisch gekeurd. Voordat je bloed geeft, vul je een vragenlijst in met vragen over je leefwijze, gezondheid, risicofactoren en bloedoverdraagbare ziekten. Als alles in orde is bevonden, kan bloed worden afgenomen. Een donor geeft per keer een halve liter bloed. Het afnemen van het bloed duurt ongeveer tien minuten.”
3. Is bloed geven veilig voor donor en patiënt?
“Voor de donor is bloed geven absoluut veilig. Het is onmogelijk dat de donor besmet zou kunnen raken met een ziekte door bloed te geven. Er wordt gewerkt met steriel materiaal voor eenmalig gebruik. Voor de patiënt wordt er alles aan gedaan om het gegeven bloed zo veilig mogelijk te maken. De vragenlijst aan het begin van elke bloedafgifte moet helderheid geven over mogelijke infecties van de donor. Misschien zijn het min of meer onschuldige infecties, maar er wordt ook gevraagd naar risicofactoren die de donor heeft gelopen op een infectie met bijvoorbeeld het HIV-virus, of geslachtsziekten. Op vijf bekende infectieziekten wordt het bloed vervolgens getest. Dit doet de bloedbank, omdat deze ziekten via bloed overdraagbaar zijn. Ze kunnen zelfs in het bloed aanwezig zijn zonder dat de donor het merkt.
4. Wie kunnen er bloed geven?
“Je mag bloeddonor worden tussen je achttiende en vijfenzestigste jaar. Na iemands zeventigste jaar eindigt het bloeddonorschap. Je gewicht moet meer dan vijftig kilo zijn.”
5. Hoe vaak kun je bloed geven?
“Mannen mogen maximaal vijf keer per jaar en vrouwen drie keer per jaar bloed geven. Hiervoor is gekozen om de donor te beschermen. Het lichaam moet zich elke keer herstellen van de bloeddonatie. Verder worden donors met een vaker voorkomende bloedgroep vaker uitgenodigd om bloed te geven. De bloedgroepen A-positief en 0-positief komen in Nederland het meest voor. Daardoor is de vraag naar bloed van deze bloedgroepen erg groot.”
6. Wat gebeurt er met afgestaan bloed?
“Bloed bestaat uit vier bestanddelen: rode bloedcellen, bloedplaatjes, witte bloedcellen en plasma. Elk bestanddeel heeft z’n eigen functie. Zo zorgen de rode bloedcellen voor het transport van zuurstof, spelen de bloedplaatjes een rol bij de bloedstolling, zijn de witte bloedcellen nodig bij de afweer tegen infecties en is het plasma de vloeistof die de bloedcellen door het lichaam vervoert. Een patiënt heeft meestal niet alle vier de bestanddelen nodig. Een kankerpatiënt bijvoorbeeld heeft na een chemokuur bloedplaatjes en witte bloedcellen nodig. De bloedbank zorgt ervoor dat vol bloed -het bloed dat donoren geven- wordt gescheiden in de verschillende bestanddelen. Zo is het mogelijk bij een bloedtransfusie alleen die bestanddelen toe te dienen waaraan een patiënt behoefte heeft.”
www.sanquin.nl
---
“Een vrijwillige gift”
Dr. H.J. Agteresch uit Capelle aan den IJssel: “Ik werk als internist-hematoloog in het Medisch Centrum Haaglanden en het HAGA Ziekenhuis in Den Haag. Een hematoloog houdt zich bezig met de ziekten van het bloed. Ik behandel patiënten met kwaadaardige aandoeningen zoals leukemie, lymfklierkanker en de ziekte van Kahler. Verder begeleid ik patiënten met stollingsafwijkingen. Je zult wel begrijpen dat ik veel te maken heb met ernstige bloedarmoede en stollingsstoornissen. Dagelijks laat ik dan ook bloedtransfusies geven. De indicatie is bloedarmoede door de ziekte zelf of bloedarmoede die ontstaan is door chemokuren. Wat minder vaak schrijf ik transfusie voor met plasma of bloedplaatjes. Het doneren van bloed is een vorm van weefseldonatie. Het mooie is dat dit heel bewust tijdens het leven kan. Het is dus bij uitstek een vorm van naastenliefde! Vele mensenlevens worden er mee gered. Bijna iedere gezonde persoon kan wel een halve liter bloed missen. De rode bloedcellen worden vanzelf weer aangemaakt door het beenmerg. In tegenstelling tot de Jehovagetuigen hebben christenen geen principiële bezwaren tegen bloeddonatie. De Bijbel wijst duidelijk op de naastenliefde: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven (Mattheüs 19: 19b). Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u liefgehad heb. Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zet voor zijn vrienden (Johannes 15: 12 en 13). Leren we hieruit ook dat bloeddonorschap verplicht moet zijn? Nee, ik denk het niet. Naastenliefde kan namelijk op allerlei manieren ingevuld worden. Donatie van bloed moet een vrijwillige gift blijven.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 2009
Daniel | 36 Pagina's