Oordelen als roepstemmen
Bijbelstudie Amos 4:4-13
Eerst schrok het nieuwe hondje van al de vonken die in de smederij om hem heen vielen. Maar later was hij er zo aangewend, dat hij niet eens met zijn oog knipperde als de smid op het hete ijzer sloeg. Zo gaat het ook met mensen. Ze kunnen makkelijk wegdommelen als God hen door Zijn knechten tot bekering roept. We zouden raar opkijken als op zondag de prediker zegt: “Kom naar Rotterdam en overtreed Gods wet.” Of: “Ga naar Amsterdam en geniet van wat je wil.” Toch zei Amos zoiets: Komt te Bethel en overtreedt; te Gilgal maakt des overtredends veel. In een aantal zinnen (vers 4 en 5) schetste hij de afgodendienst in Bethel en Gilgal. Misschien waren zijn hoorders in Samaria bezig met de voorbereidingen voor de feestdagen. Hij moedigde hen als het ware aan zich ten volle te geven. Op die manier probeerde hij zijn hoorders wakker te schudden. De zonde van Israël was het vermengen van Gods wil met onze eigen wil. We dienen God, maar wel op een veel interessantere manier. Je ziet dat in vers 5. Voor ons is het misschien niet gelijk duidelijk, maar een ‘lofoffer’ moest een dierlijk offer zijn. Bovendien eiste God dat een spijsoffer een ongezuurd (on-gedesemd) offer moest zijn (Leviticus 2: 11 en 7: 12). Maar zo’n kleine verandering geeft toch niet? Amos merkte ook op dat de Israeliëten heel ijverig in hun godsdienst waren. Immers, zo zei hij, want alzo hebt gij het gaarne, gij kinderen Israëls. Toch gaat het bij God juist om de details.
Gods hand
Het zal vreselijk zijn een toornend God te moeten ontmoeten. Vooral als die toorn gekrenkte liefde is. Amos bracht bij zijn hoorders een aantal ingrijpende gebeurtenissen in herinnering. Het is voor ons niet meer mogelijk te achterhalen wanneer deze dingen precies gebeurd zijn. Voor sommige verklaarders is dat reden de lijst van oordelen als toekomende oordelen te zien. Persoonlijk deel ik die visie niet. De gebeurtenissen waar Amos aan herinnert, kunnen ook een lokale betekenis hebben en niet in de Bijbelse geschiedenis zijn beschreven. In vers 6 spreekt hij over honger; in vers 7 over droogte. Als gevolg daarvan werd er hulp gezocht bij de buren, maar ook die hadden ook niet genoeg (vers 8). Ziekte en allerlei ongedierte in het gewas zorgde voor de nodige verliezen (vers 9); jonge mensen verloren hun leven door geweld en je kon de stank van de slachtoffers zelfs ruiken (vers 10); anderen verloren huis en zaak door rampen die zo verwoestend waren als vroeger Sodom en Gomorra (vers 11). Die dingen gebeurden niet zomaar. Gods hand was daarin. Hij liet het toe en bracht die oordelen als roepstemmen in het land, in de buurt en in de huisgezinnen. Lezen we zo nog de krant? Zien we nog achter het verlies Gods hand? Als de zaken niet gaan, is dat echt de bank? Is de Mexicaanse griep gewoon weer een nieuwe ziekte? Als er weer een vliegtuig in de oceaan valt, is dat alleen een menselijke fout?
Roepstem
Vervelend hoe die predikant in herhaling valt! Vijf keer herhaalde Amos de woorden: nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE. Amos wist zeker niet dat een mens zichzelf niet bekeren kan? Als hij dat wist, zou hij wel een andere toepassing gemaakt hebben. Maar Amos deed dat niet. Immers: het was de HEERE die sprak. En omdat die roepstemmen van prediking en gebeurtenissen totaal werden genegeerd, komt Amos tot een ander slot. Hij riep het toe dat nu Gods onvermijdelijk oordeel totaal zal worden. Daarom zal Ik u also doen, o Israël; omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israël, om uw God te ontmoeten. God zal voortgaan met zijn oordeel. Het werd een totale ondergang. En zo zal ook onze ontmoeting met een toornend God buiten Christus een totale ondergang betekenen. Dan zal het ook niet helpen te zeggen dat een gevallen mens zichzelf niet kan bekeren.
Uw God
Amos laat zijn hoorders niet onwetend over Wie zij zullen ontmoeten. ‘Uw God’ (vers 12) is teer. Hij heeft hen immers bij Zijn Naam genoemd als Zijn volk (Amos 3: 1). Maar die God is ook een God van heilige majesteit (vers 13). Zijn scheppingsmacht van bergen, wind, licht en donker moeten ons telkens weer stil zetten. Zulke dingen geven een kleine indruk van de macht van God. Zijn wij al bereid Hem te ontmoeten? Die bereidheid is niet in iets dat wij kunnen doen, maar is alleen in en door het genoeg-doen-ing van de Heere Jezus Christus.
bijbelstudie@jbgg.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 2009
Daniel | 36 Pagina's