JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Sprong in het diepe

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sprong in het diepe

Studenten en kerkelijke betrokkenheid

10 minuten leestijd

Veel jongeren staan op het punt een studie te beginnen aan het HBO of de universiteit. Hoe komt het dat de ene groep studenten blijft bij de kerk waar ze gedoopt zijn en dat anderen die gemeente verlaten? En wat kan onder Gods zegen bijdragen dat studenten juist betrokken blijven bij de kerk waarin ze opgroeiden?

Het is een goede zaak dat jongeren gaan studeren aan een universiteit of een hogeschool. Het is belangrijk dat christelijke jongeren een plaats krijgen in het wetenschappelijk klimaat, zodat ze na hun studie op belangrijke maatschappelijke posities de bijbelse principes kunnen uitdragen. Het is verrijkend om te studeren. Tijdens de studietijd worden nieuwe contacten aangegaan en ontstaan vaak vriendschappen voor het leven. Je verwerft kennis op het terrein van je studie, maar ook is de studietijd een unieke periode om je te bezinnen op theologische onderwerpen. De rijke bijbelse reformatorische traditie biedt een schat aan kennis die het waard is bestudeerd te worden. Veel studenten doen dat ook en hebben ervaren hoe verrijkend het is te graven in de schatten van de Reformatie en de Nadere Reformatie. Desondanks komt het onder reformatorische studenten voor dat jongeren tijdens de studie afgroeien van het reformatorische gedachtegoed. Dat blijkt helaas geen uitzondering. Hoe komt het dat verhoudingsgewijs een aanzienlijk deel van de studenten overgaat naar een gemeente waar geen schriftuurlijk-bevindelijke prediking wordt gebracht? Men kiest dan voor een gemeente waar in leer en leven de binding met de gereformeerde geloofsbelijdenis vrijblijvender is. Er zijn zelfs studenten die helemaal breken met het christelijk geloof.

Wetenschappelijk klimaat
Vaak wordt gedacht dat de kerkvervreemding of kerkverlating veroorzaakt wordt door de kritische wijze van denken die studenten op de universiteit of hogeschool wordt aangeleerd. Daardoor ga je als vanzelf vragen stellen bij het christelijk geloof en de opvoeding die thuis is genoten. Het is de vraag of dat de reden kan zijn. Immers, grote denkers als Augustinus, Calvijn, Melanchton, Voetius, Owen, Newton, Pascal en vele anderen hebben het geloof behouden, ondanks hun grondige kennisname van de wetenschap. Kennelijk kon bij hen geleerdheid en godsvreze samengaan. John Owen (1616-1683) had een uitzonderlijk goed verstand gekregen. Hij was één van de voormannen van het Puritanisme. De Engelse koning Charles II vroeg hem eens waarom “zo’n geleerd man als hij toch bij die ongeletterde ketellapper John Bunyan ter kerk ging.” Owen antwoordde daarop: “Moge het uwe majesteit behagen, indien ik de gaven om te prediken van de ketellapper zou kunnen bezitten, zou ik graag van al mijn geleerdheid afstand doen.” C.S. Lewis (1898-1963) geeft een andere verklaring. In zijn essay ‘Godsdienst: werkelijkheid of surrogaat’, wijst Lewis erop dat de verandering van omgeving de oorzaak is dat christelijke studenten de kerk verlaten. Wie gaat studeren, krijgt met ingrijpende veranderingen te maken. Studenten verlaten in meer of mindere mate de drie belangrijke sociale verbanden waarin ze van jongs af opgroeiden. Deze verbanden zijn het gezin, de kerkelijke gemeente en de school. In deze veilige omgeving worden belangrijke waarden en normen geleerd en ontwikkelt een kind zich tot een evenwichtige volwassen persoonlijkheid. Het proces van volwassen worden duurt veel langer dan de leeftijd waarop jongeren hun studie aanvangen. Onderzoeken wijzen uit dat we rond ons dertigste levensjaar tot min of meer vaste principes en een stabiel waarden- en normenpatroon komen. Een student van 18 jaar zit dus midden in het proces van volwassen worden en het ontwikkelen van de eigen principes op het moment dat hij het wetenschappelijk klimaat binnengaat.

Veranderingen
Hieronder worden vier veranderingen die een jonge student ondergaat kort besproken. In de eerste plaats: wie op kamers gaat, verandert van woonomgeving. Het wonen in een stad kent zijn uitdagingen en verleidingen. De student verlaat de veilige omgeving van het gezin en het reformatorisch voortgezet onderwijs. De sociale controle en de vertrouwde omgeving van thuis vallen grotendeels weg. Ben je dan in staat de keuzes te maken in overeenstemming met de principes die je van thuis en de kerk hebt meegekregen? Ook de leefwereld van de student wijzigt. Dagelijks neem je plaats in de massale collegezaal en nieuwe vriendschappen worden aangegaan. De frequentie waarmee het ouderlijk huis wordt bezocht, neemt af. De contacten met vrienden en bekenden uit de thuisgemeente en op de jeugdvereniging verminderen. Ook de kerkdiensten in de thuisgemeente worden minder bijgewoond als de student het weekend in de stad overblijft. Deze lossere band met thuis en de thuisgemeente maken je als jonge student ook vatbaarder voor andere invloeden. De derde verandering ondergaat een student bij het betreden van de wetenschappelijke wereld waar fundamenteel anders wordt gedacht. Je christelijke denkwijze staat ter discussie en andere levensvisies dringen zich aan je op. De invloed van het wetenschappelijke denkklimaat op een jonge student is vaak overweldigend. Als vierde verandering kan genoemd worden de deelname aan een studentenvereniging. De diversiteit van denkwijzen binnen de studentenvereniging kan prangende vragen oproepen.

Behoudende krachten
Al deze veranderingen worden vaak ervaren als een sprong in het diepe. De één zal het als een uitdaging ervaren en voelt zich al snel als een vis in het water. Maar voor menig student zijn alle veranderingen samen een zware herfststorm. De boom zal dan sterk genoeg geworteld moeten zijn, want anders is het gevaar groot dat de boom ontwortelt… Gelukkig blijken veel jongeren goed geworteld te zijn. Waar anderen afgroeien, ervaren zij juist meer verbondenheid met de gemeente waarin ze opgroeiden. Deze jongeren hebben ervaren dat er behoudende krachten zijn die er toe bijdragen dat een student zich sterker verbonden voelt aan het reformatorische erfgoed. De confrontatie met het seculiere denken en levensvisies buiten de reformatorische traditie vragen om geestelijke begeleiding van de studerende jongere. De gemiddelde eerstejaars student heeft weinig kennis en is vaak niet zo geworteld in het reformatorische gedachtegoed. Geestelijke begeleiding op het pad van onderzoek is de eerste noodzakelijke, behoudende factor. Het is bijbels de geestelijke begeleiding bij de kerk te zoeken. De studentenconferenties en de studentenkringen die in universiteitssteden zijn opgericht door het Deputaatschap voor Studerenden voorzien in deze behoefte. Ze bieden voor studenten een omgeving voor begeleide bezinning en ontmoeting.

Thuisgemeente
Die geestelijke begeleiding hoort vooral in de thuisgemeente gezocht te worden. We hebben veel te danken aan de kerk waarin de Heere ons een plaats gaf. Want daar heeft de Heere je Zijn Woord toebetrouwd en ben je gedoopt. Probeer als het enigszins mogelijk is de kerkdiensten in de eigen gemeente bij te wonen. En ook de catechisatie en het jeugdwerk te bezoeken en aanwezig te zijn bij het huisbezoek van het gezin. Hier ligt ook een belangrijke taak voor de thuisgemeente. Het is voor de studerende jongere waardevol ook zelf huisbezoek te krijgen. In één van onze gemeenten gingen de ambtdragers zelfs bij de jongeren langs op hun studentenkamer. Het is belangrijk een student te laten voelen dat de ambtelijke zorg persoonlijk op de studerende jongere is gericht en dat ze ervaren dat ze met hun vragen serieus genomen worden. Niet altijd zal het mogelijk zijn de zondagse diensten in de thuisgemeente bij te wonen. Probeer dan aansluiting te zoeken bij één van onze gemeenten. Het is niet verstandig van de ene kerk naar de andere kerk te gaan. Er ontstaat dan ook geen binding aan de prediking en de gemeente. We laten ons dan snel leiden door onze voorkeur voor prediking, predikant of gemeente.

Parate kennis
Goede kennis van de Bijbel, de belijdenis en het reformatorische gedachtegoed is een tweede krachtige behoudende factor bij het bijbelsgereformeerde fundament. De studietijd is een unieke periode om daarvan studie te maken. De belijdenisgeschriften vatten zuiver en bijbels de kernzaken uit de gereformeerde leer samen en weerleggen oude dwalingen die vaak heel actueel zijn. Tegelijk leggen ze pastoraal de waarheid aan het hart. ‘Wat is uw enige troost, beide in leven en sterven?’ Wie met zielenvragen worstelt, vindt een schat aan antwoorden in de Drie Formulieren. Daarnaast zijn er zeven boeken uit de rijke reformatorische traditie die tot de parate basiskennis van elke student zouden moeten behoren; Augustinus’ Belijdenissen, Johannes Calvijns Institutie, De Galaten brief van Maarten Luther, De redelijke godsdienst van Wilhelmus à Brakel, De viervoudige staat van Thomas Boston, De christenreis van John Bunyan en Het ABC van het geloof van Alexander Comrie. Goede kennis van de Bijbel, deze boeken en de gereformeerde belijdenisgeschriften helpen je weerbaar te zijn en antwoorden te geven aan hen die je bevragen op je bijbelse principes.

Studentenvereniging
Daarom is het ook aan te raden om de genoemde studentenkringen te bezoeken. Daar wordt je een goed programma geboden van studieonderwerpen en kan je met leeftijdsgenoten samen optrekken en studeren. Er zijn ook studenten die zich aansluiten bij een reformatorische studentenvereniging. Er is duidelijk verschil tussen reformatorische studentenverenigingen. De CSFR is een studentenvereniging die zich ook nadrukkelijk richt op de kennisname van allerlei visies buiten de reformatorische traditie. Wie deze studentenvereniging bezoekt, zal merken dat er stevig wordt geschud aan je overtuiging die je van huis uit hebt meegekregen. De sprekers die lezingen verzorgen, voelen zich niet altijd verbonden met het reformatorische gedachtegoed. Als je besluit lid te worden van een studentenvereniging is het raadzaam je af te vragen of de vereniging en haar leden in de praktijk voortdurend studie maken van de belijdenisgeschriften. En of men zich daadwerkelijk laat gezeggen door de grondslag.

Verwarring
Als de kennis van de belijdenisgeschriften in de praktijk van het verenigingsleven gering is, krijgt de eigen interpretatie meer ruimte en neemt de binding aan de grondslag af. Dat is gevaarlijk omdat we dan niet meer echt bereid zijn om te luisteren naar wat de Schrift en de belijdenis ons leren. Veel jonge studenten zijn daardoor in verwarring geraakt. Ze ervaren een verschil tussen hoe in de eigen gemeente over bekering, geloof en wedergeboorte en andere belangrijke zaken wordt gesproken en hoe dat op de studentenvereniging wordt belicht. Wie zich aansluit bij een reformatorische studentenvereniging doet er goed aan om zich af te vragen hoe de genoemde bijbelse noties op de vereniging functioneren. Wordt beseft dat Christus er nadrukkelijk op wijst in de gelijkenis van het zaad (Mattheüs 13) dat er onderscheid is tussen verschillende soorten geloof? Of wordt op de bijbelkring over het geloof gesproken vanuit de veronderstelling dat alle kringleden gelovig zijn? Wordt het geloof gezien als een gave van God of als een daad van de mens? Wordt de noodzaak en de mogelijkheid van de wedergeboorte benadrukt (Johannes 3)? Of krijgt de wedergeboorte weinig aandacht en ligt de nadruk meer op het vertrouwend geloven? Dan krijgt de bekering ook eenzijdig aandacht en wordt alleen vanuit de heiligmaking belicht.

Biddend thuisfront
Er is nog een derde behoudende factor. Het is een zegen en tegelijk onmisbaar mensen in je directe omgeving te hebben in wie het leven in de vreze des Heeren tot uiting komt. Zulke mensen bieden in hun eenvoud en godsvrucht een krachtig tegenwicht aan een omgeving die de fundamenten van het geloof tracht aan te tasten. Intellectueel kunnen ze misschien niet altijd antwoord geven op alle vragen die je hebt. Maar wie een biddend thuisfront heeft van (groot)ouders die voortdurend smeken om Gods bewaring bij de waarheid van Schrift en belijdenis, is rijk bevoorrecht. Temidden van alle verwarrende stemmen geeft de omgang met zulke eenvoudige christenen vastheid. Het drijft uit tot de Heere om het licht van Gods Geest, om bekeerd te mogen worden, zoals God al Zijn volk bekeert. Bij zulke christenen merk je ook een ootmoedige luisterhouding tijdens de preek en een buigen onder Gods Woord. Hoe makkelijk kan je als jong student met een kritische luisterhouding vaak aanmerkingen hebben op de prediking en het functioneren van de kerk. Het ontneemt je de zegen op de prediking die zij wel mogen ervaren.

Bewaard
Drie behoudende factoren zijn benoemd. Ten diepste zijn ze te herleiden tot dezelfde Bron. Het is God in Christus Die blinden leidt en blinden de ogen opent. De Heere alleen bewaart voor afval en doet blijven bij het fundament waarvan Paulus aan zijn leerling Timóthëus schrijft: Maar blijf gij in hetgeen gij geleerd hebt en waarvan u verzekering gedaan is, wetende van wien gij het geleerd hebt (2 Timotheüs 3: 14). Studeer daarom biddend om de leiding van Gods Geest, opdat je door hartvernieuwende genade het beginsel van alle wetenschap persoonlijk mag leren kennen. En dat is de vreze des Heeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2009

Daniel | 36 Pagina's

Sprong in het diepe

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2009

Daniel | 36 Pagina's