JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De God van de jonge Jakob

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De God van de jonge Jakob

De God van Jakob bewijst echt genade

4 minuten leestijd

…maar Jakob werd een oprecht man, wonende in tenten. Genesis 25: 27b

Na twintig huwelijksjaren werd in de tent van Izak en Rebekka een tweeling geboren. Na lange jaren van uitzien, verlangen en samen bidden. Dan schrijft Mozes …en de HEERE liet Zich verbidden… (vers 21m). Wij denken zo verkeerd, zo hard van de Heere, maar Hij is niet onverbiddelijk. De weg van de onmogelijkheid is Zijn gewone weg om genade te werken en te sterken, toen en nu. In dit hoofdstuk lezen we over de geboorte van Ezau en Jakob, over hun beroep en over een belangrijke dag in hun jonge leven. Tussen deze beperkte gegevens over de opgroeiende tweeling staat ineens over Jakob: …maar Jakob werd een oprecht man, wonende in tenten.. Goed, de jonge Jakob leidde een rustig leven en was niet zo uithuizig als zijn broer, die de ruimte van de wijde en blijde wereld liefhad. Maar daarmee is wel zo’n beetje alle goeds van de jongste van de twee gezegd. Dat mensen als Noach en Job oprecht worden genoemd door de Heilige Geest, kun je je nog wel voorstellen. Maar zo’n getuigenis van deze opgroeiende Jakob? Dat snap je niet. Hij deugde toch van geen kant? Béter dan Ezau was hij in ieder geval niet. Het begon al bij de geboorte van Jakob. Dat kleine vuistje hield de hiel van zijn sterke broer vast. ‘Ik eerst, ik heb je te pakken, ik laat niet los…’ wilde hij eigenlijk zeggen. Grijpen, vooruitgrijpen, de eerste willen zijn, werken en niet loslaten. Dat is Jakob helemaal, heel zijn leven. En dan een oprecht man? Berekend, stiekem: dat zou er beter van deze jongen kunnen staan. Om niet te zeggen: uitgekookt. Door misbruik te maken van de vermoeidheid en de honger van Ezau en zo het recht op de eerstgeboorte te eisen. God geen God kunnen laten; de Heere niet kunnen laten werken. Altijd maar zelf doen… Hij deugt echt niet van zichzelf. Vanaf zijn prilste begin niet. Net zo min als… jij en ik. Er staat ook niet dat Jakob een oprecht man was, maar dat hij dat werd. Vandaar het woord ‘maar’ ervoor, wat een tegenstelling uitdrukt. Het maar van de vrije ontfermingen in Christus Jezus. Het maar van de God van Jakob. Het maar van Gods verkiezende liefde in Christus, die later Paulus in Romeinen 9: 10-13 zo uitdrukkelijk belijdt. Het maar van de wederbarende werkingen van Christus’ Geest. Wat Jakob niet was, wordt hij gemáákt. Hij moest steeds weer oprecht gemaakt en gehouden worden. Want er groeide niets goeds op Jakobs eigen akker. Dat toont heel zijn leven tot op het sterfbed in Egypte. Dat heeft hij – wáár gemaakt - met hete tranen beweend: Ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont. Daartegenover in één mensenhart: de onbevattelijke genade van de God van Jakob. Daarover heeft Jakob zich ook verwonderd. Daaronder heeft hij diep gebogen: Ik ben geringer dan al deze weldadigheden en al deze trouw… (32: 10). Als hij op zijn plaats was – en dat was hij helaas niet elke dag – dan wist hij zich geringer dan Ezau. Hij was en bleef toch de mindere (vers 23)? Dat was voor zijn geboorte al aan zijn moeder bekend gemaakt. De mindere in kracht en ook in waardigheid. Het is zo duidelijk dat het alleen maar gaat om de krachtdadige werking van Gód in het jonge leven.

De genadewerking van Hem Die krachtig roept en getrouw blijft. De genadebediening van Jakobs Zoon en Heere, Die de Minste wilde worden. Een worm en geen man, een spot en smaad van mensen. Wat jij weten moet? Dat in de naam ‘God van Jakob’ heel het Evangelie is samengevat. Als het nu voor Jakob kan, dan kan het voor jou zeker ook. God van Jakob en… God van Jakobs nageslacht. Want de Heere heeft nog nooit tegen het huis van Jakob gezegd: Zoekt Mij tevergeefs (Jesaja 45: 19). En in dat ‘huis van Jakob’ was wat aan de hand! Er deugde er niet één….. De God van Jakob bewijst echt genade: geven wat je niet verdient. Aan jongeren die ook niet deugen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2009

Daniel | 32 Pagina's

De God van de jonge Jakob

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2009

Daniel | 32 Pagina's