Toch op een gewone school
“Als het nodig is, komen mi jn medeleerl ingen voor me op”
Een rugzak draag je mee, het kost je inspanning, maar... zonder kun je ook niet. Een rugzak zorgt voor orde in je bagage. In het onderwijs zijn ook leerlingen die een onzichtbare rugzak hebben: ‘rugzakleerlingen’. In het onderwijs heeft de onzichtbare rugzak van de ‘rugzakleerling’ eigenlijk hetzelfde doel als een gewone rugzak: het geeft een stukje orde in het schoolleven.
Een ‘rugzakleerling’ is een leerling die een lichamelijke of gedragsbeperking heeft. De diagnose voor deze beperking is door een arts gesteld. Leerlingen met zo’n beperking hebben daarom extra begeleiding op school nodig. Vroeger gingen deze leerlingen allemaal naar het speciaal onderwijs. Tegenwoordig mogen de ouders kiezen voor speciaal onderwijs of gewoon onderwijs. In dat laatste geval hebben ze een zogenaamde ‘rugzak’ nodig. Die rugzak is eigenlijk een zak met geld die de school krijgt om begeleiding bij het onderwijs te kunnen geven. Toch is het niet voor iedere leerling het beste om naar het gewone onderwijs te gaan. Daarom blijft heel fijn dat het speciaal onderwijs bestaat.
Driftbui
In het speciaal onderwijs is alles gericht op het begeleiden van leerlingen met een beperking. In het gewone onderwijs is dit natuurlijk niet zo. De school is vooral ingesteld op onderwijs. Daarom komen mensen van het speciaal onderwijs naar het regulier onderwijs om begeleiding te geven aan rugzakleerlingen. Deze mensen worden ‘ambulant begeleiders’ genoemd. Dat betekent dat ze op verschillende scholen werken. Ambulant begeleiders van cluster 4 helpen rugzakleerlingen bijvoorbeeld met het plannen van hun huiswerk of het omgaan met een driftbui. Ook geven ze advies aan docenten, bijvoorbeeld door te vragen of een leerling voor in de klas mag zitten.
Vier vrienden
Soms vinden rugzakleerlingen het moeilijk dat ze een beperking hebben. We vinden het meestal niet leuk om op te vallen of anders te zijn. Dat kan een reden zijn waarom sommige leerlingen met een beperking liever naar een gewone school gaan. Een voordeel hiervan is dat leerlingen van elkaar kunnen leren. Zo kan het voor medeleerlingen heel waardevol zijn om een leerling in de klas te hebben die ‘anders’ is. Je ziet dat het niet vanzelfsprekend is dat je lichamelijk of psychisch weinig mankeert en je moet erover nadenken hoe je met die ander rekening houdt, en waar nodig, de helpende hand biedt. Hierin heb je ook een Bijbelse opdracht. In Markus 2 en Lukas 5 lezen we over de vrienden van de ‘geraakte’ die hem tot Jezus brachten. Nooit heb je reden om je boven anderen te verheffen. In verschillende opzichten zijn we namelijk allemaal gelijk. We zijn allemaal zondaren, afgevallen van de Heere. We hebben het ook allemaal nodig om wedergeboren te worden en vrede met God te ontvangen. Ook het doel van ons leven is gelijk: de Heere Jezus zelf geeft de opdracht God lief te hebben boven alles en… de naaste als onszelf.
---
Omdat er erg veel verschillende beperkingen bestaan, heeft de overheid deze in vier hoofdgroepen verdeeld. Deze hoofdgroepen worden ‘clusters’ genoemd. Er zijn vier soorten clusters:
Cluster-1: Visuele beperking. Deze kinderen zijn blind of slechtziend.
Cluster-2: Auditieve of communicatieve beperking. Deze kinderen hebben een beperkt gehoor of een spraakstoornis. Cluster-3: Kinderen met een lichamelijke beperking of langdurig zieke kinderen.
Cluster-4: Kinderen met een gedragsbeperking zoals autisme of ADHD.
---
Voor mijn autistische stoornis heb ik een rugzak en krijg ik op school extra begeleiding. Ik ben anders, maar ervaar dit niet zo omdat ik op een gewone school zit. Voor mijn gevoel hoor ik er helemaal bij. De begeleiding is gericht op mijn gedrag. Ik leer hoe ik om moet gaan met momenten van spanning. Ook de medeleerlingen zijn heel leerzaam voor mij. Ik heb namelijk iedere dag gedragsvoorbeelden om me heen en daar heb ik veel aan. Mijn klasgenoten nemen het voor me op en corrigeren anderen die mij niet begrijpen en over grenzen gaan.
Bernhard Slijkhuis
Rugzak cluster-4.
---
Ik heb lichamelijke beperkingen. Aan de linkerkant mis ik mijn arm vanaf de elleboog. Hiervoor heb ik een kunstarm. Rechts heb ik geen pols en ook geen duim en pink. Ik vind het erg fijn dat ik de mogelijkheid krijg om op een gewone school onderwijs te volgen. Ik voel me daardoor minder bijzonder. Wel heb ik hulpmiddelen nodig. Ik mag niet veel tillen. Daarom hoef ik geen boeken mee te nemen. Ik heb thuis een extra boekenpakket. Ook mag ik gebruik maken van een laptop. Medeleerlingen gaan goed met me om. Ze helpen me bijvoorbeeld bij het strikken van veters of het openmaken van dingen. Als het nodig is, komen ze voor me op.
Roel de Wit
Rugzak cluster-3
---
Ik ben het gewoon gaan vinden dat een klasgenoot van mij een gedragsstoornis heeft. Hij krijgt hiervoor begeleiding. Ik vind wel dat je ook als klasgenoten een taak hebt. De begeleider heeft me gevraagd om aan het einde van iedere dag de agenda naast die van Bernhard te leggen, omdat hij vaak dingen vergeet. Soms schiet me buiten schooltijd nog iets te binnen en stuur ik een sms. Je moet deze leerlingen proberen te stimuleren en ze zeker niet alleen laten. Je hebt je christelijke plicht om je naaste lief te hebben.
Maarten Heijkamp
Klasgenoot Bernhard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2009
Daniel | 28 Pagina's