Dubbel oordeel
Bijbelstudie Amos
Vergeten wie je bent: dat is ondankbaarheid. Israël vergat dat God hen als volk gekozen had. Nee, het is op zich niet zaligmakend dat de HEERE Israël zo tot Zich nam. Dat is duidelijk te zien in hun gedrag. Heel hoofdstuk 3 spreekt schande over dit ‘verbondsvolk’. Amos stuurde zelfs een boodschap naar het puur heidense Asdod en Egypte om eens te komen kijken in Samaria (vers 9). Dan zouden zij iets zien dat zelfs in hun eigen heiden landen niet te zien zou zijn: heeft een volk ooit zijn eigen goden verlaten? Wij stellen ons zo graag boven wereldse mensen. God denkt daar anders over. De Heere stelde zelfs dat het het puur wereldse Sodom minder straf zal krijgen dan velen in reformatorisch Nederland (Mattheüs 11: 20-24). Waarom dan? Omdat zij zoveel minder licht hadden. Er stond namelijk nooit een prediker elke zondag voor hen. Daar stonden geen kerken waar de waarheid werd gepreekt. Daarom zegt God tegen ons, zoals Amos tegen Israël zei: Daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken (vers 2). Een voorrecht dat niet erkend wordt, wordt een dubbel oordeel. Wij zullen niet alleen de wraak van een heilig God ontmoeten, maar ook de wraak van een heilig Lam.
Ongerechtigheden
Wat bedoelde de Heere met deze ‘ongerechtigheden’ (vers 2)? Als we het hoofdstuk lezen, zien we wat de Heere bedoeld. In vers 9 zegt de profeet: en ziet de grote beroerten in het midden van haar en de verdrukte binnen haar. In vers 10: ze weten niet te doen wat recht is en hun paleizen zijn vol met allerlei schatten, waar de armen alleen maar over kunnen dromen. Ze hebben die schatten overigens niet eerlijk verdiend, maar met ‘geweld en verstoring’. In vers 12b krijgen we een idee van de weelde waarin deze mensen leefden. Die indruk wordt nog versterkt als we horen dat ‘het winterhuis, het zomerhuis, het elpenbenen en grote huis’ verwoest zullen worden. Wat een luxe! Maar deze puur wereldse levensstijl is geworteld in hun godsdienst. Amos spreekt namelijk ook van de verwoesting van de altaren in Bethel (vers 14). Je moet niet denken dat deze Israëlieten niet godsdienstig waren… Zij hadden die godsdienst nodig. Nodig? Ja, anders sliepen ze niet zo lekker en smaakte het eten niet zo goed. Want rondom zagen ze allerlei armen mensen die door hen beroofd zijn! In vers 10 lezen we immers dat het prijskaartje van al die mooie dingen ‘geweld en verstoring’ was! Daarom gaan ze trouw naar Bethel toe om godsdienstige plichten te vervullen. Dus met ‘ongerechtigheden’ bedoelt de Heere niet alleen onze mis-daden van doen en nalaten in het dagelijkse leven. Het ergste aspect van hun – en ons? – leven is dat ze de HEERE niet dienden. Uiterlijk lijkt het zo, maar over de ware vruchten van een het kennen en dienen van God lees je totaal niets in dit hoofdstuk. Leg je eigen leven daar eens naast. Laten we ons niet zoet houden met een beetje ‘gods-dienst’ om onze ‘zelf-dienst’ te verbergen. Het is ook mogelijk om juist heel actief te zijn in het helpen van armen en ellendigen (‘ander-dienst’). Maar als ook dat niet opkomt vanuit een kennen en dienen van de Heere, dan zijn het alleen maar andere vijgenbladeren.
Grote ernst
De boodschap ligt Amos heel zwaar op de maag. Hij heeft immers God horen ‘brullen’, zoals een leeuw brult (vers 4). Leeuwen brullen net voordat ze op hun proof duiken om het arme beest te verstijven. Amos zei dat hij zo de HEERE heeft gehoord (vers 8). Het oordeel is dus nabij. In een ander beeld gebruikt hij het voorbeeld van een man die op een trompet blaast om het volk te waarschuwen voor de vijand (vers 6). En daarom kan hij niet zwijgen, want de HEERE heeft hem bekend gemaakt wat er zal gebeuren (vers 7, 8 en 11). Die ernst past ons allemaal. Als er geen verandering komt in ons leven voor God, dan worden we door dit woord van Amos gewaarschuwd. God waarschuwt ons dat de vogel strik op de aarde gezet is en die kan de vogel niet ontgaan (vers 5). Later geeft de Heere een beeld elke schaapherder wel eens gezien heeft (vers 12). Het roofdier heeft een schaap bijna totaal opgegeten. Net nog een poot of een stukje oor werd er gered. Zo heeft God ook een rechterstoel gezet die wij ook niet kunnen ontgaan! Vlied daarom Zijn toorn.
Waarheen?
Waarheen moet ik dan vluchten? Naar Hem die Zichzelf geopenbaard heeft in Zijn grootste naam: HEERE, de verbondsgod. Daarin ligt nu zelfs voor de grootste zondaar vandaag de hoop. Vlied Zijn toorn in het aanroepen van de HEERE: Om Uw Naam’s wil, wees mij zondaar genadig.
bijbelstudie@jbgg.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2009
Daniel | 28 Pagina's