JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

En toch zingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

En toch zingen

5 minuten leestijd

We zingen regelmatig psalmen op school, in de kerk en zo. Maar mag je die psalmen eigenlijk wel zingen? Je zingt vaak dingen die je met je hart helemaal niet meent. Is dat geen bedrog? Er zijn ook psalmen die gaan over bekering of waaruit blijkt dat de schrijver bekeerd was, die kan je toch niet zomaar zingen? Een jongere

Denk je wel eens na over wat je zingt? De vraagsteller doet dat en dat is niet vanzelfsprekend. We zingen veel gedachteloos. Als je in de kerk de opgegeven psalm kent, hoe vaak zul je dan in je gedachten niet bezig zijn met andere dingen. Je hoeft de woorden niet te lezen in je psalmboek en je ogen dwalen door de kerk. Allerlei gedachten komen onder het zingen ‘automatisch’ boven bij wat je ziet. Je rekt je wat uit om het nog beter te zien. Jammer dat de psalm afgelopen is… Nu heb je het nog niet gezien. Moeten we maar stoppen met zingen in de kerk, thuis, op school?

Lofzangen
In de tijd van de reformatie is de gemeente weer gaan zingen tijdens de kerkdienst. In de Rooms-katholieke kerk zong een koor tijdens de dienst. De reformatoren stonden er op dat de gemeente weer ging zingen. Calvijn was diep onder de indruk toen hij bij zijn komst in Straatsburg in 1538 de kerkelijke gemeente hoorde zingen. Hij schrijft later zelf: “En in waarheid wij weten uit ervaring dat het gezang een grote en krachtige werking uitoefent om het hart van de mensen te bewegen en te doen gloeien, dat zij God met een heviger en vuriger ijver aanroepen en prijzen.” Calvijn heeft er voor geijverd de psalmen berijmd en op muziek gezet te krijgen, zodat de gemeente de psalmen kon zingen. Hij wilde zo de gemeente meer betrekken bij de kerkdienst. Hij vond het ook heel belangrijk dat Gods Woord werd nagezongen. In de gezongen psalmen moest het antwoord van de gemeente klinken op Gods Woord. Calvijn schrijft: “Wij zullen geen betere noch geschiktere liederen vinden om te zingen, dan de Psalmen van David, welke de Heilige Geest hem heeft gedicteerd en gemaakt. “ Onder Israël zongen in de tempel de tempelkoren. God woonde onder de lofzangen van Israël. Ook de gewone mensen hebben gezongen. Bij de opgang naar de tempel met de grote feesten zong men de pelgrimsliederen die we vinden in Psalm 120 tot en met 134. Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe (1 Korinthe 14: 15), Efeze (5: 19) en Kolossenzen (3: 16) over het zingen. Het is dus niet vreemd, dat het zingen van de psalmen in de liturgie een belangrijke plaats kreeg. Niet de liedjes van mensen, maar de door Gods Geest geïnspireerde Psalmen. Is dat nu wel verstandig geweest? Mogen die zondige mensen die psalmen wel zingen? Kan het niet beter worden over gelaten aan een koor van bekeerde mensen?

Worstelen
Van de dichters van de Psalmen kunnen we zeggen dat ze door de Heilige Geest geleid werden. Hij dreef hen in hun dichtwerk. Hoe verschillend de dichters ook waren, in welke tijd ze ook leefden, God gaf stof tot zingen. Van al de dichters kunnen we zeggen, dat het bekeerde mensen waren. In de Psalmen kijk je deze heiligen in het hart. Je hoort in de Psalmen dichters worstelen met hun tijdelijke nood zoals ziekte, tegenspoed, voor God. Maar ook de geestelijke nood, horen we vertolken; klagen over zonde en duisternis. Steeds opnieuw horen we van Gods uitkomsten, zelfs tegen de dood. Er zijn dus geen Psalmen van onbekeerde dichters voor onbekeerde mensen. Zouden die dan wellicht gemaakt moeten worden? Nee, want zingen richt zich op de eer van God. En God wil dat we met Zijn Woord Zijn lof bezingen.

Jonge raven
Terecht zeg je dat het zingen uit een bekeerd hart moet komen. Vogels zingen en verstaan niet, maar mensen kunnen weten wat ze zingen. Calvijn zegt hiervan, dat op het verstaan het hart en de liefde volgen. Dat kan er niet zijn als wij het lied niet hebben ingedrukt in onze gedachten om het zonder ophouden te zingen. Moeten we hieruit nu de conclusie trekken dat je, als je onbekeerd bent, je mond moet houden bij het zingen? Nee, ook daarin zondig je tegen God. Het is zonde als kerkgangers ook jongere kerkgangers niet meezingen in de kerk. In het onbekeerd zingen roept de Heere tot ons: Bekeer je, bekeer je. Maar hoe dan? Biddend zingen! In je hart vragen: ‘Heere, mijn mond zingt wel, maar het is niet de taal van mijn hart. Wilt U me bekeren tot U? Wilt U me een hart en mond geven om in de psalmen zingend te bidden tot eer van Uw naam?’ Het uit het hoofd kennen van de psalmen is van groot belang om deze ook biddend de Heere voor te leggen, om van Hem te vragen wat de Psalmdichter zingt. Als je ’s nachts wakker ligt, als je in omstandigheden verkeert dat je niet kunt lezen nu of in de toekomst. Er zijn vast psalmen waarin je nood verwoord vindt, die je niet vreemd is. Ook jij bent tenslotte wel eens ziek. Van een ander deel van de psalm, de uitkomst bij God vandaan, weet je niet. Vraag of de Heere dat dan ook in je hart en leven wil geven. Als de Heere het geroep van de jonge raven hoort , zou Hij jou dan niet willen en kunnen verhoren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 2009

Daniel | 32 Pagina's

En toch zingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 2009

Daniel | 32 Pagina's