‘Begrijpen wat je leest’
Aanspraak
Aanspraak betekent het min of meer plechtig ‘aan spreken’, je met woorden richten tot een persoon. Wat het gebed betreft, richten we ons niet tot een mens, maar tot de waarachtige God. We spreken Hem eerbiedig aan, omdat Hij heilig is en wij nietige mensen zijn. Over de aanspraak in het gebed, moeten we eerst goed nadenken. Dat deden de psalmdichters ook. David bidt in Psalm 25: Tot U, o HEERE, hef ik mijn ziel op. En in Psalm 31 zegt hij: Op U, o HEERE, vertrouw ik. Maar in Psalm 38 heeft zijn aanspraak een heel andere inhoud. Hij begint met: Straf mij niet in Uw grote toorn. En in Psalm 61 zucht David: O God, hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed. In Psalm 85 dankt David God voor de verlossingen in het verleden. Hier heeft de aanspraak weer een andere toon. Bij het lezen van de verschillende psalmen, aangegeven in het bijbelrooster, zal het opvallen dat wel dezelfde God aangesproken en aangebeden wordt, maar de omstandigheden zo verschillend kunnen zijn. En… dat is ook nu nog zo. Hoe dan ook… verheft je hart tot God!
Wijsheid bij het Woord
Stel de Heere, de Schepper van de tijd, geen tijd in het gebed, want Zijn tijd is altijd de beste.
Samuël Rutherford
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 2009
Daniel | 32 Pagina's