JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Overal is het zaad ontkiemd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Overal is het zaad ontkiemd

Zendingswerk is vooral een zaak van gebed

7 minuten leestijd

“Door een levende laan van mensen stapte ik op hem toe. Ik zag een blanke man voor mij met een grijze baard. Hij zag er bleek en vermoeid uit. Hij droeg een blauwe pet met een gouden band erom, had een rood vest aan en een broek van grijs linnen. Ik had op hem toe willen vliegen, maar bedwong mij en vroeg: ‘Doctor Livingstone, veronderstel ik?’ ‘Ja’, zei hij met een vriendelijke lach. Toen grepen wij elkaars handen en zei ik: ‘Ik dank God, dokter, dat het mij is toegestaan u te zien.’”

Deze ontmoeting in Oejiji aan het Tanganjikameer van de journalist Stanley met de Schotse ontdekkingsreiziger Livingstone (1813- 1873) ken je misschien wel. Het citaat kun je terugvinden in P.A. de Rover, De kerk die werft. Maar mogelijk weet je niet dat Livingstone niet zo maar een ontdekkingsreiziger was, maar in de eerste plaats een rondreizend evangelist. Inderdaad, hij was ook diep geraakt door de wrede slavenhandel en bestreed die zoveel hij kon. Maar in de eerste plaats was hij zendeling. Hij was als twintigjarige door het Woord gegrepen en was van plan naar China te gaan voor de zending. Door de opiumoorlog tussen China en westerse landen kon daar toen niets van komen. Het werd Afrika. Daar trok hij van plek naar plek. Waar hij kwam, strooide hij het zaad van Gods Woord. Dat is de eerste opdracht voor elke zendingswerker.

Afrika openleggen
Livingstone wilde Afrika in kaart brengen, openleggen voor andere zendingswerkers. Hij heeft er onbevattelijk zware tochten voor gemaakt en ging zelfs te voet als eerste dwars door Afrika, van de west- naar de oostkust. De ontberingen waren aangrijpend. Soms is dat aan zendingswerk verbonden. Zijn vrouw (41) ontviel hem na achttien jaar huwelijk tijdens een van hun tochten en werd door hem begraven in de delta van de Zambesi. Tientallen keren velde de malaria hem, had hij honger, was hij in gevaar en berooid. Zo trof Stanley hem aan in Oejiji. Stanley was erop uitgestuurd was Livingstone te zoeken omdat men vijf jaar niets van hem had gehoord en vreesde dat hij was overleden. Livingstone leefde nog wel, maar was ziek en had geen medicijnen meer. Hij vreesde dat zijn einde nabij was. Zijn enige troost was de oude Bijbel die hij nog had. Toen gebeurde het wonder: Stanley kwam bij het dorp, zonder te weten dat Livingstone daar ziek lag. Stanley wilde dat hij mee terug ging, maar Livingstone meende dat zijn werk nog niet af was. Hij moest de bronnen van de Nijl nog in kaart brengen. Daarna – over anderhalf jaar – zou hij terugkeren naar Europa.

Zwarte steen
Nog geen twee maanden later breekt het stervensmoment van Livingstone aan. Een ziekte velt hem en op 1 mei 1873 vindt een trouwe knecht zijn meester, geknield liggend voor zijn bed. David Livingstone is overleden. Een man is heengegaan die veel betekende, ook al zijn er best kanttekeningen te maken bij zijn drijfveren. In de interesse voor Afrika speelden bijvoorbeeld bij velen ook Europese handelsmotieven mee. Livingstone was hierin een kind van zijn tijd. Toch woog hem de zendingsopdracht zwaarder: Gaat dan heen onderwijst al de volken. (Mattheüs 28: 19a). Zijn lichaam wordt gebalsemd en, nadat zijn hart ergens onder een boom in llala in Afrika is begraven, wordt het door zijn Afrikaanse vrienden 2500 km verder naar de kust gebracht. Het was een tocht van 10 maanden. Twee maanden later wordt het in de Westminster Abbey bijgezet. Daar is de plaats in het schip van de kerk te vinden, aangeduid door een grote zwarte steen. Op de zwarte steen worden Livingstones levensloop, werk, verdiensten genoemd. Het eerste is zijn zendingswerk. Het is treffend dat aan de rand van de steen de tekst Johannes 10: 16a is gegraveerd: Ik heb nog andere schapen die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen en zij zullen Mijn stem horen. Dit is een uitspraak van de Heere Jezus, de Zaligmaker, die Hij alleen in de volle zin kon waarmaken. Hoe onvermoeibaar heeft Hij Zich gegeven om al Zijn schapen binnen te brengen in de stal. Maar deze uitspraak typeert in zekere zin ook degenen die uit genade de Heere volgen. Het typeert ook Livingstone. Het typeert elke zendingswerker. Het gaat om bewogenheid met de naaste die ten dode wankelt.

Werk van de Geest
Livingstone is slechts een van de zeer velen die gehoor hebben gegeven aan de grote zendingsopdracht uit Mattheüs 28: 19, Markus 16: 15 en Johannes 15: 16. Eerst concentreert dit werk zich in Jeruzalem, op de Joden en Jodengenoten, ook uit verre landen. Vanaf Handelingen 11 – de geschiedenis van Petrus en Cornelius – gaat de zendingsopdracht de grens naar het heidendom over. Dat is geen initiatief van de jonge kerk geweest, ook niet na Pinksteren. Het is de onweerstaanbare en vrije werking van Gods Geest geweest die Petrus vrijmoedigheid gaf om later te zeggen: wie was ik toch, die God konde weren? (Handelingen 11: 17). Petrus was er rotsvast van overtuigd dat ook de heidenen de bekering gegeven was ten leven; door het spreken van God Zelf door het visioen, maar ook door de doop met de Heilige Geest van het huis van Cornelius. Zo ging het Evangelie daarna ook de fysieke grens van Israël over naar Antiochië, de toenmalige hoofdstad van Syrië, waar enig Cyprische en Cyreneïsche mannen spraken tot de Grieksen, verkondigende de Heere Jezus (Handelingen 11: 20). Barnabas zoekt de inmiddels bekeerde Saulus op en weer later lezen we over de uitzending van hen beiden voor de eerste zendingsreis (Handelingen 13). Nog meer reizen volgen en onder de zegenende hand van de Heere ontstaan er rond de Middellandse Zee christelijke gemeenten. Maar ook elders in Europa, Azië en Afrika wordt Gods Woord bekend. Vervolging is die kerken niet bespaard gebleven, maar zo sprak de oude kerkvader Tertullianus in de tweede eeuw: “Het bloed van christenen is zaad.” Tertullianus heeft gelijk gehad: overal is het zaad ontkiemd en de kerk is door vervolging niet verdwenen.

Geestelijk
Op dit moment zijn veel mensen en volken nog niet bereikt met de Bijbelse boodschap. Denk slechts aan Azië. Liggen die vele mensen ook op je hart? De Heere Jezus is nog niet teruggekomen en de zendingsopdracht is nog niet geëindigd. De kern van zendingswerk is niet veranderd: verspreiden van Gods Woord als een zaad. Aan de omstandigheden is er wel veel veranderd. Er zijn meer technische mogelijkheden en hulpmiddelen, de communicatie is veel beter, het reizen gaat gemakkelijker en sneller, de medische zorg (voor zendingswerkers) is ingrijpend verbeterd en het vertaalwerk wordt door computers ondersteund. Zendingswerk is in die zin minder zwaar geworden. Mensen gaan vaak ook korter uit. Toch verandert één ding niet: zending is geestelijk. IJver is niet genoeg. Er moet in het hart persoonlijke kennis zijn van de werking van Gods Geest die dringt om het Evangelie te verkondigen aan mensen die het niet gehoord hebben. Alleen als je die werking kent, kun je er ook tegenover anderen vanuit je hart over spreken.

Overgave
Gedrongen worden is meer dan gedrevenheid. Gedrevenheid kan uit allerlei bronnen opkomen. Je kunt het hele continent Afrika door reizen en alles er aan wagen, uit verkeerde gedrevenheid. Dat is heel anders dan wat Paulus zei over de reden waarom hij zending bedreef: want de nood is mij opgelegd. En wee mij indien ik het Evangelie niet verkondig (1 Korinthe 9: 16b). De kanttekening bij het woordje nood is: ‘Of: de nood ligt op mij, namelijk door mijn beroeping en Christus’ bevel, Rom. 1:14.’ Hij ging uit omdat hij daartoe bevel van Christus gekregen had. Dat hield voor hem een totale overgave in. Zo is het nog in zendingswerk.

Knieën
Dit heeft alles te maken met gebed, ook in het leven van Paulus. Op weg naar Damaskus werd hij stil gezet en bekeerd, maar hij ontving er nog niet de roeping tot zendingswerk. Mogelijk kreeg hij die toen hij drie dagen worstelde en de Heere zei: want zie, hij bidt (Handelingen 9: 11c). De Heere spreekt dan wel over tegen Ananias. De daadwerkelijke uitzending heeft pas jaren later plaats, in Antiochië (Handelingen 13:2). In de weg van het gebed! Zendingswerk is daarom vooral een zaak van gebed. In de gemeente en persoonlijk. Van begin tot eind. Livingstones leven eindigde niet zomaar op zijn knieën.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2009

Daniel | 40 Pagina's

Overal is het zaad ontkiemd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2009

Daniel | 40 Pagina's